Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `V`

Pagina 5 van 87 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
vast
voorlopig (bijv. naamw.)
intussen (bijv. naamw.)
inmiddels (bijv. naamw.)
slapend (bijv. naamw.)
onbeweeglijk (bijv. naamw.)
welzeker (bijv. naamw.)
waarachtig (bijv. naamw.)
voorzeker (bijv. naamw.)
stellig (bijv. naamw.)
reëel (bijv. naamw.)
heus (bijv. naamw.)
gewis (bijv. naamw.)
geheid (bijv. naamw.)
feitelijk (bijv. naamw.)
beslist (bijv. naamw.)
vastberaden
gedecideerd (Bijvoeglijk naamwoord)
vastbesloten (Bijvoeglijk naamwoord)
beslist (bijv. naamw.)
resoluut (bijv. naamw.)
kordaat (bijv. naamw.)
besluitvaardig (bijv. naamw.)
rustig (bijv. naamw.)
vastberadenheid
beslistheid (zelfst. naamw.)
standvastigheid (zelfst. naamw.)
zelfvertrouwen (zelfst. naamw.)
stelligheid (zelfst. naamw.)
pertinentie (zelfst. naamw.)
zelfverzekerdheid (zelfst. naamw.)
zekerheid (zelfst. naamw.)
vastbesloten
vastberaden (bijv. naamw.)
vastbeslotenheid
gedecideerdheid (zelfst. naamw.)
vastbinden
binden (werkwoord)
boeien (werkwoord)
ketenen (werkwoord)
knevelen (werkwoord)
sjorren (werkwoord)
strikken (werkwoord)
vastleggen (werkwoord)
vastmaken (werkwoord)
vastmeren (werkwoord)
vastsjorren (werkwoord)
meren (werkwoord)
afmeren (werkwoord)
aanmeren (werkwoord)
aanleggen (werkwoord)
knopen (werkwoord)
verzekeren (werkwoord)
verbinden (werkwoord)
vastzetten (werkwoord)
bevestigen (werkwoord)
vastdrukken
aandrukken (overig.)
vasteland
continent (Zelfst. Naamw.)
vasten
abstineren (werkwoord)
onthouden (zelfst. naamw.)
vastgebonden
geboeid (bijv. naamw.)
vastgegroeid
verstokt (overig.)
ingeworteld (overig.)
geworteld (overig.)
vastgehecht
aangehecht (overig.)
vastgeklemd
beklemd (bijv. naamw.)
vastgeklonken
geklonken (overig.)
vastgelegd
gedocumenteerd (bijv. naamw.)
vastgenageld
genageld (overig.)
vastgespen
aangespen (werkwoord)
vastgesteld
definitief (bijv. naamw.)
vaststaand (bijv. naamw.)
permanent (bijv. naamw.)
vastgezet
opgesloten (overig.)
geïnterneerd (overig.)
gevangen (overig.)
vastgoed
onroerenzaken (overig.)
onroerengoederen (overig.)
vastgrijpen
beetpakken (werkwoord)
vastpakken (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
bemachtigen (werkwoord)
aangrijpen (werkwoord)
vatten (werkwoord)
vastnemen (werkwoord)
beetnemen (werkwoord)
beetgrijpen (werkwoord)
aanpakken (werkwoord)
vastgroeien
wortschieten (werkwoord)
wortelen (werkwoord)
vasthaken
vastkoppelen (overig.)
aankoppelen (overig.)
aanhaken (overig.)
vasthechten
bevestigen (werkwoord)
vastlijmen (werkwoord)
aanhechten (zelfst. naamw.)
vastplakken (werkwoord)
opplakken (werkwoord)
lijmen (werkwoord)
hechten (werkwoord)
vasthechting
hechting (zelfst. naamw.)
fixatie (zelfst. naamw.)
vastheid
hechtheid (zelfst. naamw.)
zekerheid (zelfst. naamw.)
stevigheid (zelfst. naamw.)
soliditeit (zelfst. naamw.)
vastigheid (zelfst. naamw.)
stelligheid (zelfst. naamw.)
gewisheid (zelfst. naamw.)
vasthouden
aanhouden (werkwoord)
beethouden (werkwoord)
detineren (werkwoord)
respecteren (werkwoord)
vastklemmen (werkwoord)
houd (zelfst. naamw.)
houden (zelfst. naamw.)
verbannen (werkwoord)
uitbannen (werkwoord)
boeien (werkwoord)
bezweren (werkwoord)
betoveren (werkwoord)
bannen (werkwoord)
bijhouden (werkwoord)
vastknellen (werkwoord)
knellen (werkwoord)
gevangenhouden (werkwoord)
vasthoudend
onwrikbaar (bijv. naamw.)
volhardend (bijv. naamw.)
standvastig (bijv. naamw.)
pal (bijv. naamw.)
onwankelbaar (bijv. naamw.)
vasthoudendheid
doorzettingsvermogen (zelfst. naamw.)
onbuigzaamheid (zelfst. naamw.)
volharding (zelfst. naamw.)
volhardendheid (zelfst. naamw.)
uithouding (zelfst. naamw.)
taaiheid (zelfst. naamw.)
aanhouden (zelfst. naamw.)
vastigheid
houvast (zelfst. naamw.)
zekerheid (zelfst. naamw.)
vastheid (zelfst. naamw.)
stelligheid (zelfst. naamw.)
gewisheid (zelfst. naamw.)
vastketenen
vastleggen (overig.)
vastkluisteren (overig.)
vastklampen
beetgrijpen (werkwoord)
vastgrijpen (werkwoord)
vastpakken (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
beetpakken (werkwoord)
aanklampen (werkwoord)
vastklemmen (werkwoord)
vastklampen aan
zich vastklemmen (Werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald