| Woord | Synoniem |
| van | vanuit (overig.) |
| van bil gaan | neuken (overig.) |
| van lieverlee | geleidelijk (overig.) |
| van pas | opportuun (overig.) |
| van start gaan | beginnen (werkwoord) |
| vanaf | per (bijv. naamw.) sinds (bijv. naamw.) van (bijv. naamw.) uit (bijv. naamw.) sedert (bijv. naamw.) op (bijv. naamw.) door (bijv. naamw.) aan (bijv. naamw.) |
| vanavond | hedenavond (bijv. naamw.) |
| vandaag | heden (zelfst. naamw.) |
| vandaal | barbaar (zelfst. naamw.) onverlaat (zelfst. naamw.) straatjongen (zelfst. naamw.) |
| vandaar | daarom (Bijwoord) deswege (bijv. naamw.) derhalve (bijv. naamw.) |
| vandalisme | vernielzucht (zelfst. naamw.) vernielwoede (zelfst. naamw.) |
| vaneen | terzijde (overig.) gescheiden (overig.) apart (overig.) afzonderlijk (overig.) uitelkaar (overig.) uiteen (overig.) |
| vangen | beetnemen (werkwoord) beuren (werkwoord) buitmaken (werkwoord) grijpen (werkwoord) verstrikken (werkwoord) vatten (werkwoord) pakken (werkwoord) klauwen (werkwoord) |
| vangst | buit (zelfst. naamw.) onderschepping (zelfst. naamw.) |
| vanille-ijs | vanilleijs (zelfst. naamw.) |
| vanilleijs | vanille-ijs (zelfst. naamw.) |
| vanmorgen | vanochtend (Bijwoord) |
| vanochtend | vanmorgen (Bijwoord) |
| vanuit | van (overig.) uit (overig.) |
| vanwaar | waarom (Bijwoord) waarvandaan (overig.) |
| vanwege | wegens (Voorzetsel) om (bijv. naamw.) voor (bijv. naamw.) uit (bijv. naamw.) met (bijv. naamw.) door (bijv. naamw.) |
| vanzelf | moeiteloos (bijv. naamw.) automatisch (bijv. naamw.) natuurlijk (bijv. naamw.) zonmoeite (bijv. naamw.) spontaan (bijv. naamw.) |
| vanzelf! | natuurlijk! (overig.) |
| vanzelfsprekend | uiteraard (Bijvoeglijk naamwoord) natuurlijk (Bijvoeglijk naamwoord) vanzelf (Bijvoeglijk naamwoord) automatisch (bijv. naamw.) allicht (bijv. naamw.) evident (bijv. naamw.) logisch (bijv. naamw.) per definitie (bijv. naamw.) voor de handliggend (bijv. naamw.) zontwijfel (bijv. naamw.) zeker (bijv. naamw.) onontkomelijk (bijv. naamw.) dus (bijv. naamw.) bijgevolg (bijv. naamw.) |
| vanzelfsprekendheid | logica (zelfst. naamw.) |
| vapeur | opvlieging (overig.) |
| varen | bevaren (werkwoord) het maken (werkwoord) kanoën (werkwoord) zeilen (werkwoord) navigeren (werkwoord) lopen (werkwoord) zwerven (werkwoord) |
| varensgast | zeeman (zelfst. naamw.) |
| varensgez | zeevaar (overig.) scheepsgez (overig.) |
| varensgezel | scheepsgezel (zelfst. naamw.) zeevaarder (zelfst. naamw.) |
| varensgezellen | zeemannen (overig.) zeelieden (overig.) |
| variabel | veranderlijk (Bijvoeglijk naamwoord) flexibel (bijv. naamw.) variërend (bijv. naamw.) |
| variabiliteit | veranderlijkheid (zelfst. naamw.) |
| variant | variatie (zelfst. naamw.) versie (zelfst. naamw.) |
| variatie | afwisseling (Zelfst. Naamw.) keuze (zelfst. naamw.) variant (zelfst. naamw.) verandering (zelfst. naamw.) variëteit (zelfst. naamw.) verscheidenheid (overig.) |
| varicella | waterpokken (zelfst. naamw.) |
| variëren | fluctueren (werkwoord) uiteenlopen (werkwoord) wisselen (werkwoord) verschillen (werkwoord) veranderen (werkwoord) afwisselen (werkwoord) |
| varierend | fluctueren (werkwoord) uiteenlopen (werkwoord) |
| variërend | variabel (werkwoord) wisselvallig (werkwoord) wisselend (werkwoord) |
| variëteit | verandering (overig.) variatie (overig.) keuze (overig.) afwisseling (overig.) |
| varix | spatader (zelfst. naamw.) |
| varken | beer (zelfst. naamw.) luilak (zelfst. naamw.) vuilbek (zelfst. naamw.) zwijn (zelfst. naamw.) big (overig.) |
| varkens | viezeriken (zelfst. naamw.) zwijnen (zelfst. naamw.) smeerlappen (zelfst. naamw.) schoften (zelfst. naamw.) |
| varkensachtig | zwijnachtig (bijv. naamw.) |
| varkensfokkerij | zwijnerij (overig.) varkensstal (overig.) koppigheid (overig.) |
| varkensslagerij | spekslagerij (overig.) |
| varkensstal | zwijnerij (overig.) varkensfokkerij (overig.) koppigheid (overig.) |
| varkensvlees | zwijnevlees (overig.) |
| varkentje | biggetje (overig.) |
| varkentjes | biggetjes (overig.) |
| vasculitis | vaatontsteking (zelfst. naamw.) |
| vasoconstrictie | vaatvernauwing (zelfst. naamw.) |
| vasodilatatie | vaatverwijding (zelfst. naamw.) |