Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `V`

Pagina 2 van 87 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
vaccineren
inenten (werkwoord)
inoculeren (werkwoord)
vaceren
openstaan (werkwoord)
vacht
pels (Zelfst. Naamw.)
bont (zelfst. naamw.)
haren (zelfst. naamw.)
vacuum
luchtledig (bijv. naamw.)
vadem
vaam (overig.)
vademecum
leerboek (zelfst. naamw.)
leidraad (zelfst. naamw.)
vademen
sonderen (werkwoord)
polsen (werkwoord)
peilen (werkwoord)
loden (werkwoord)
vader
papa (Zelfst. Naamw.)
grondlegger (zelfst. naamw.)
ouder (zelfst. naamw.)
pa (zelfst. naamw.)
stamvader (zelfst. naamw.)
pappa (zelfst. naamw.)
pappie (zelfst. naamw.)
paps (zelfst. naamw.)
pater (zelfst. naamw.)
vaderland
geboorteland (Zelfst. Naamw.)
bakermat (zelfst. naamw.)
land (zelfst. naamw.)
thuisland (zelfst. naamw.)
vaderlander
patriot (zelfst. naamw.)
vaderlands
nationaal (bijv. naamw.)
Nederlands (bijv. naamw.)
vaderlandsgezind
nationalistisch (bijv. naamw.)
vaderlandslievend (bijv. naamw.)
patriottisch (bijv. naamw.)
vaderlandsliefde
patriottisme (zelfst. naamw.)
vaderlandslievend
vaderlandsgezind (overig.)
patriottisch (overig.)
vaderlijk
herderlijk (bijv. naamw.)
vaderschap
baby-opvoeden (overig.)
vadsig
indolent (bijv. naamw.)
dik (bijv. naamw.)
vagebond
landloper (zelfst. naamw.)
zwerver (zelfst. naamw.)
vagelijk
wazig (bijv. naamw.)
vaag (bijv. naamw.)
onhelder (bijv. naamw.)
onduidelijk (bijv. naamw.)
nevelachtig (bijv. naamw.)
mistig (bijv. naamw.)
flauw (bijv. naamw.)
vagevuur
hel (zelfst. naamw.)
hellevuur (zelfst. naamw.)
vagina
kut (Zelfst. Naamw.)
schede (Zelfst. Naamw.)
doosje (zelfst. naamw.)
pantoffel (zelfst. naamw.)
poes (zelfst. naamw.)
snee (zelfst. naamw.)
vulva (zelfst. naamw.)
spleet (zelfst. naamw.)
flamoes (zelfst. naamw.)
foef (zelfst. naamw.)
preut (zelfst. naamw.)
mossel (zelfst. naamw.)
muts (overig.)
vaginacrème
glijmiddel (overig.)
vak
ambacht (zelfst. naamw.)
compartiment (zelfst. naamw.)
métier (zelfst. naamw.)
vriesvak (zelfst. naamw.)
werk (zelfst. naamw.)
sti (zelfst. naamw.)
beroep (zelfst. naamw.)
werkzaamheid (zelfst. naamw.)
taak (zelfst. naamw.)
inspanning (zelfst. naamw.)
bezigheid (zelfst. naamw.)
arbeid (zelfst. naamw.)
vakantie
verlof (zelfst. naamw.)
verloftijd (zelfst. naamw.)
reis (zelfst. naamw.)
verlofjaar (zelfst. naamw.)
snipperdag (zelfst. naamw.)
tocht (zelfst. naamw.)
vakantieganger
recreant (zelfst. naamw.)
reiziger (zelfst. naamw.)
toerist (zelfst. naamw.)
vakantievier (zelfst. naamw.)
vakantiehulp
noodhulp (zelfst. naamw.)
vakantiekamp
kamp (zelfst. naamw.)
vakantiekolonie
vakantieoord (overig.)
vakantieoord
vakantiekolonie (overig.)
vakantiereiziger
toerist (zelfst. naamw.)
vakantievier
vakantieganger (overig.)
recreant (overig.)
vakarbeid
vakmanschap (zelfst. naamw.)
vakwerk (zelfst. naamw.)
vakbekwaam
gekwalificeerd (bijv. naamw.)
oordeelkundig (bijv. naamw.)
vakkundig (bijv. naamw.)
deskundig (bijv. naamw.)
competent (bijv. naamw.)
vakbekwaamheid
competentie (zelfst. naamw.)
vakkennis (zelfst. naamw.)
vakbeweging
werknemersbond (overig.)
vakvereniging (zelfst. naamw.)
vakbondsbeweging (zelfst. naamw.)
vakbond (overig.)
vakblad
vaktijdschrift (zelfst. naamw.)
vakbond
ambtenarenbond (zelfst. naamw.)
beroepsvereniging (zelfst. naamw.)
vakvereniging (zelfst. naamw.)
werknemersbond (zelfst. naamw.)
vakbondsbeweging (zelfst. naamw.)
vakbeweging (zelfst. naamw.)
vakbondsbeweging
werknemersbond (overig.)
vakvereniging (zelfst. naamw.)
vakbond (overig.)
vakbeweging (zelfst. naamw.)
vakbondslid
bondslid (overig.)
vakcentrale
vakfederatie (Zelfst. Naamw.)
vakbond (zelfst. naamw.)
vaker
frequenter (bijv. naamw.)
vakfederatie
vakcentrale (zelfst. naamw.)
vakgebied
discipline (zelfst. naamw.)
specialisatie (zelfst. naamw.)
specialisme (zelfst. naamw.)
vakgenoot
collega (overig.)
ambtgenoot (overig.)
vakgenootschap
vereniging (overig.)
unie (overig.)
organisatie (overig.)
orde (overig.)
gilde (overig.)
club (overig.)
bond (overig.)
ambachtsgilde (overig.)
vakgroep
sectie (zelfst. naamw.)
vakje
hokje (zelfst. naamw.)
vakkennis
métier (zelfst. naamw.)
vakbekwaamheid (zelfst. naamw.)
vakkenpakket
keuzepakket (Zelfst. Naamw.)
vakkundig
oordeelkundig (bijv. naamw.)
vakbekwaam (bijv. naamw.)
bekwaam (bijv. naamw.)
deskundig (bijv. naamw.)
competent (bijv. naamw.)
vakkundige
specialist (overig.)
expert (overig.)
deskundige (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald