| Woord | Synoniem |
| verdronkene | drenkeling (zelfst. naamw.) |
| verdrukking | onderdrukking (zelfst. naamw.) |
| verdubbelen | reproduceren (werkwoord) vermenigvuldigen (werkwoord) doubleren (zelfst. naamw.) paarsgewijs (werkwoord) gepaard (werkwoord) dubbel (werkwoord) |
| verduidelijken | toelichten (Werkwoord) accentueren (werkwoord) belichten (werkwoord) ophelderen (werkwoord) opklaren (werkwoord) uitleggen (werkwoord) verhelderen (werkwoord) verklaren (werkwoord) uiteenzetten (werkwoord) ontvouwen (werkwoord) naverklaren (werkwoord) |
| verduidelijking | licht (zelfst. naamw.) opheldering (zelfst. naamw.) toelichting (zelfst. naamw.) uiteenzetting (zelfst. naamw.) uitleg (zelfst. naamw.) verklaring (zelfst. naamw.) |
| verduidelijkt | opgehelderd (bijv. naamw.) verklaard (bijv. naamw.) |
| verduisteren | verdonkeremanen (Werkwoord) achteroverdrukken (Werkwoord) stelen (werkwoord) verbergen (werkwoord) verdonkeren (werkwoord) malversatie (zelfst. naamw.) zwend (werkwoord) verduistering (werkwoord) verdonkeremaning (werkwoord) ontvreemding (werkwoord) onregelmatigheden (werkwoord) fraude (werkwoord) wegpikken (werkwoord) wegkapen (werkwoord) wegfutselen (werkwoord) vervreemden (werkwoord) pikken (werkwoord) ontvreemden (werkwoord) jatten (werkwoord) inpikken (werkwoord) gappen (werkwoord) achterhouden (werkwoord) verstoppen (werkwoord) versluieren (werkwoord) verhullen (werkwoord) verheimelijken (werkwoord) bemantelen (werkwoord) wegstoppen (werkwoord) versomberen (werkwoord) |
| verduistering | bedekking (zelfst. naamw.) eclips (zelfst. naamw.) malversatie (zelfst. naamw.) verdonkeremaning (zelfst. naamw.) zonsverduistering (zelfst. naamw.) heling (zelfst. naamw.) zwend (zelfst. naamw.) verduisteren (zelfst. naamw.) ontvreemding (zelfst. naamw.) onregelmatigheden (zelfst. naamw.) fraude (zelfst. naamw.) onderschepping (zelfst. naamw.) achterhouding (zelfst. naamw.) maansverduistering (zelfst. naamw.) |
| verduiveld | hels (bijv. naamw.) verdraaid (bijv. naamw.) deksels (bijv. naamw.) duivels (bijv. naamw.) donders (bijv. naamw.) bliksems (bijv. naamw.) |
| verdund | aangelengd (overig.) |
| verdunnen | aanlengen (werkwoord) verwateren (werkwoord) versnijden (werkwoord) |
| verdunning | aanlenging (zelfst. naamw.) versnijding (zelfst. naamw.) |
| verduren | verdragen (Werkwoord) doorstaan (werkwoord) dulden (werkwoord) harden (werkwoord) houden (werkwoord) lijden (werkwoord) ondergaan (werkwoord) uithouden (werkwoord) uitstaan (werkwoord) verteren (werkwoord) doorleven (werkwoord) volhouden (werkwoord) uitzingen (werkwoord) dragen (werkwoord) |
| verduurde | gedoogde (bijv. naamw.) |
| verdwaald | kwijt (bijv. naamw.) verloren (bijv. naamw.) |
| verdwaasd | beduusd (bijv. naamw.) verblind (bijv. naamw.) |
| verdwaasdheid | verdwazing (zelfst. naamw.) uitzinnigheid (zelfst. naamw.) perplexheid (zelfst. naamw.) |
| verdwazen | bedwelmen (werkwoord) benevelen (werkwoord) verblinden (werkwoord) |
| verdwazing | verdwaasdheid (overig.) uitzinnigheid (overig.) |
| verdwenen | foetsie (bijv. naamw.) weg (bijv. naamw.) |
| verdwijnen | afreizen (werkwoord) afsterven (werkwoord) nokken (werkwoord) ondergaan (werkwoord) oplossen (werkwoord) overgaan (werkwoord) overwaaien (werkwoord) schuilgaan (werkwoord) smelten (werkwoord) smeren (werkwoord) sterven (werkwoord) verdwijning (zelfst. naamw.) wegtrekken (werkwoord) wegreizen (werkwoord) verlaten (werkwoord) heengaan (werkwoord) vervliegen (werkwoord) |
| verdwijning | ondergang (zelfst. naamw.) |
| veredelen | verbeteren (werkwoord) verfijnen (werkwoord) plant (werkwoord) |
| veredeling | loutering (zelfst. naamw.) |
| vereenvoudigd | simplistisch (overig.) versoberd (overig.) |
| vereenvoudigen | herleiden (werkwoord) terugbrengen (werkwoord) vergemakkelijken (werkwoord) versoberen (werkwoord) simplificeren (werkwoord) bemakkelijken (werkwoord) |
| vereenvoudiging | herleiding (zelfst. naamw.) simplificatie (zelfst. naamw.) |
| vereenzaming | woestmaking (zelfst. naamw.) verwoesting (zelfst. naamw.) dorheid (overig.) doodsheid (overig.) |
| vereenzelvigen | identificeren (werkwoord) |
| vereenzelviging | identificatie (zelfst. naamw.) |