Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `V`

Pagina 11 van 87 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
ventilatiekanaal
luchtgat (overig.)
luchtbuis (overig.)
ventilator
fan (zelfst. naamw.)
luchtververser (zelfst. naamw.)
compressor (zelfst. naamw.)
blaasvlambrander (zelfst. naamw.)
ventileren
luchten (werkwoord)
ventje
baasje (zelfst. naamw.)
joch (zelfst. naamw.)
veomvattend
ertshoudend (overig.)
bevattend (overig.)
ver
afgelegen (bijv. naamw.)
verafgelegen (bijv. naamw.)
veraf (bijv. naamw.)
verwijderd (bijv. naamw.)
veraanschouwelijken
illustreren (werkwoord)
voorstellen (werkwoord)
demonstreren (werkwoord)
veracht
versmaad (overig.)
verachtelijk
abject (bijv. naamw.)
laag (bijv. naamw.)
laatdunkend (bijv. naamw.)
verachten
minachten (werkwoord)
geringschatten (werkwoord)
verachting
misprijzen (zelfst. naamw.)
smaad (zelfst. naamw.)
minachting (zelfst. naamw.)
geringschatting (zelfst. naamw.)
verademing
opluchting (Zelfst. Naamw.)
bevrijding (zelfst. naamw.)
geruststelling (zelfst. naamw.)
veraf
verafgelegen (bijv. naamw.)
ver (bijv. naamw.)
verafgelegen
ver (bijv. naamw.)
veraf (bijv. naamw.)
verafgoden
aanbidden (werkwoord)
adoreren (werkwoord)
vereren (werkwoord)
verafgoding
adoratie (zelfst. naamw.)
verafschuwen
verfoeien (Werkwoord)
gruwen van (Werkwoord)
afkeer hebben (werkwoord)
verafschuwing
verfoeiing (zelfst. naamw.)
veralgemenen
veralgemeniseren (werkwoord)
globaliseren (werkwoord)
generaliseren (werkwoord)
veralgemeniseren
generaliseren (werkwoord)
veralgemenen (werkwoord)
globaliseren (werkwoord)
veranda
waranda (Zelfst. Naamw.)
loggia (zelfst. naamw.)
uitbouw (zelfst. naamw.)
veranderen
aanpassen (werkwoord)
afwisselen (werkwoord)
anders worden (werkwoord)
modificeren (werkwoord)
omtoveren (werkwoord)
uiteenlopen (werkwoord)
wijzigen (werkwoord)
amenderen (zelfst. naamw.)
muteren (zelfst. naamw.)
wijziging (zelfst. naamw.)
wending (werkwoord)
verandering (werkwoord)
transformatie (werkwoord)
omwisselen (werkwoord)
omschakeling (werkwoord)
omkeer (werkwoord)
hervorming (werkwoord)
wisselen (werkwoord)
verschillen (werkwoord)
variëren (werkwoord)
omwerken (werkwoord)
herzien (werkwoord)
vermaken (werkwoord)
verwisselen (werkwoord)
transitie (zelfst. naamw.)
veranderend
ongestadig (bijv. naamw.)
verandering
wijziging (Zelfst. Naamw.)
aanpassing (zelfst. naamw.)
afwisseling (zelfst. naamw.)
gedaantewisseling (zelfst. naamw.)
keer (zelfst. naamw.)
mutatie (zelfst. naamw.)
ombuiging (zelfst. naamw.)
ommekeer (zelfst. naamw.)
variatie (zelfst. naamw.)
vernieuwing (zelfst. naamw.)
transformatie (zelfst. naamw.)
wijzigen (zelfst. naamw.)
wending (zelfst. naamw.)
veranderen (zelfst. naamw.)
omwisselen (zelfst. naamw.)
omschakeling (zelfst. naamw.)
omkeer (zelfst. naamw.)
hervorming (zelfst. naamw.)
variëteit (zelfst. naamw.)
keuze (zelfst. naamw.)
ommezwaai (zelfst. naamw.)
kentering (zelfst. naamw.)
nieuwigheid (zelfst. naamw.)
veranderingen
wendingen (zelfst. naamw.)
kenteringen (zelfst. naamw.)
veranderlijk
onstabiel (Bijvoeglijk naamwoord)
onbestendig (Bijvoeglijk naamwoord)
inconsistent (bijv. naamw.)
variabel (bijv. naamw.)
overdraagbaar (bijv. naamw.)
wisselvallig (bijv. naamw.)
veranderlijkheid
variabiliteit (zelfst. naamw.)
wisselvalligheid (zelfst. naamw.)
onbestendigheid (zelfst. naamw.)
verankerd
gegrondvest (bijv. naamw.)
gebijteld (overig.)
verankeren
vastleggen (werkwoord)
vastzetten (werkwoord)
verantwoord
aanvaardbaar (bijv. naamw.)
gefundeerd (bijv. naamw.)
verantwoorden (werkwoord)
gezond (werkwoord)
weloverwogen (werkwoord)
verantwoordelijk
responsabel (Bijvoeglijk naamwoord)
aansprakelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
belangrijk (bijv. naamw.)
belast (bijv. naamw.)
toerekeningsvatbaar (bijv. naamw.)
gehouden (bijv. naamw.)
verantwoordelijkheid
aansprakelijkheid (Zelfst. Naamw.)
schuld (zelfst. naamw.)
verantwoorden
rechtvaardigen (werkwoord)
verantwoord (werkwoord)
verantwoording
aansprakelijkheid (zelfst. naamw.)
rechtvaardiging (zelfst. naamw.)
verarmd
kaal (bijv. naamw.)
verarmen
achteruitgaan (werkwoord)
verloederen (werkwoord)
verarming
verpaupering (zelfst. naamw.)
verassen
cremeren (werkwoord)
verbranden (werkwoord)
verassing
lijkverbranding (zelfst. naamw.)
verbaal
gesproken (bijv. naamw.)
mondeling (bijv. naamw.)
akte (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald