| Woord | Synoniem |
| veld | grond (zelfst. naamw.) bouwland (zelfst. naamw.) |
| veldheer | generaal (zelfst. naamw.) legeraanvoer (zelfst. naamw.) |
| veldhospitaal | barak (zelfst. naamw.) |
| veldprediker | aalmoezenier (overig.) |
| veldrit | cyclocross (zelfst. naamw.) |
| veldslag | gevecht (zelfst. naamw.) slag (zelfst. naamw.) strijd (zelfst. naamw.) |
| veldtocht | campagne (zelfst. naamw.) |
| veldwachter | rijksveldwachter (overig.) gendarme (overig.) |
| vele | ettelijke (overig.) |
| velen | accepteren (werkwoord) dulden (werkwoord) kunnen hebben (werkwoord) verdragen (werkwoord) uitstaan (werkwoord) tolereren (werkwoord) toelaten (werkwoord) pikken (werkwoord) ondergaan (werkwoord) lijden (werkwoord) doorstaan (werkwoord) aanzien (werkwoord) |
| velerlei | verscheidene (overig.) veelvoudig (overig.) menigerlei (overig.) menige (overig.) |
| vellen | kappen (werkwoord) uitspreken (werkwoord) dierenhuiden (zelfst. naamw.) omhakken (zelfst. naamw.) omzagen (zelfst. naamw.) huiden (zelfst. naamw.) houwen (zelfst. naamw.) hakken (zelfst. naamw.) |
| velletje | schilletje (overig.) laagje (overig.) huidje (overig.) filmpje (overig.) vlies (overig.) vel (overig.) membraan (overig.) |
| velo | zwijntje (overig.) tweewieler (overig.) rijwiel (overig.) fiets (overig.) |
| velodroom | renbaan (zelfst. naamw.) |
| velours | fluweel (Zelfst. Naamw.) fluwelen (bijv. naamw.) fluweelachtig (zelfst. naamw.) |
| velvet | fluweel (zelfst. naamw.) |
| vemensen | toeloop (overig.) drukte (overig.) |
| ven | meer (zelfst. naamw.) plas (zelfst. naamw.) water (zelfst. naamw.) |
| vendel | vaandel (zelfst. naamw.) vlaggetje (zelfst. naamw.) vaantje (zelfst. naamw.) vlag (zelfst. naamw.) vaan (zelfst. naamw.) standaard (zelfst. naamw.) banier (zelfst. naamw.) |
| vendelzwaaien | vlaggen (werkwoord) |
| vendetta | bloedwraak (zelfst. naamw.) vete (zelfst. naamw.) |
| vendu | veiling (zelfst. naamw.) verkoping (zelfst. naamw.) vendutie (zelfst. naamw.) mijn (zelfst. naamw.) auctie (zelfst. naamw.) afslag (zelfst. naamw.) |
| vendumeester | vendumeesteres (overig.) veilingmeester (overig.) veiler (overig.) auctionaris (overig.) afslager (overig.) |
| vendumeesteres | vendumeester (overig.) veilingmeester (overig.) veiler (overig.) auctionaris (overig.) afslager (overig.) |
| vendumeesters | veilingmeesters (overig.) auctionairs (overig.) afslagers (overig.) |
| vendutie | verkoping (overig.) vendu (overig.) veiling (overig.) mijn (overig.) auctie (overig.) afslag (overig.) |
| venen | veengronden (overig.) |
| venijn | gif (zelfst. naamw.) venijnigheid (zelfst. naamw.) vergif (zelfst. naamw.) virulentie (zelfst. naamw.) giftigheid (zelfst. naamw.) |
| venijnboom | taxus (overig.) ijf (overig.) |
| venijnig | boos (bijv. naamw.) giftig (bijv. naamw.) kwaadaardig (bijv. naamw.) fel (bijv. naamw.) verpestend (bijv. naamw.) vergiftig (bijv. naamw.) |
| venijnigheid | giftigheid (zelfst. naamw.) venijn (zelfst. naamw.) virulentie (zelfst. naamw.) |
| vennoot | aandeelhouder (zelfst. naamw.) zakenpartner (zelfst. naamw.) partner (zelfst. naamw.) medefirmant (zelfst. naamw.) deelgenoot (zelfst. naamw.) compagnon (zelfst. naamw.) |
| vennootschap | bedrijf (zelfst. naamw.) coöperatie (zelfst. naamw.) firma (zelfst. naamw.) maatschap (zelfst. naamw.) maatschappij (zelfst. naamw.) onderneming (zelfst. naamw.) handelshuis (zelfst. naamw.) handelsbedrijf (zelfst. naamw.) |
| venster | window (Zelfst. Naamw.) raam (zelfst. naamw.) ruit (zelfst. naamw.) vensterruit (zelfst. naamw.) |
| vensterglas | glas (zelfst. naamw.) raam (zelfst. naamw.) ruit (zelfst. naamw.) |
| vensterkozijn | kozijn (zelfst. naamw.) |
| vensterluik | blind (zelfst. naamw.) |
| vensterruit | raam (zelfst. naamw.) ruit (zelfst. naamw.) venster (zelfst. naamw.) |
| vent | kerel (Zelfst. Naamw.) gozer (zelfst. naamw.) manspersoon (zelfst. naamw.) sujet (zelfst. naamw.) heerschap (zelfst. naamw.) knul (zelfst. naamw.) knakker (zelfst. naamw.) ker (zelfst. naamw.) goser (zelfst. naamw.) man (zelfst. naamw.) gast (zelfst. naamw.) |