Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `U`

Pagina 2 van 20 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
uitblazen
op adem komen (werkwoord)
uitademen (werkwoord)
uitblijven
wegblijven (Werkwoord)
uitstaan (werkwoord)
uitblinken
excelleren (werkwoord)
onderscheiden (werkwoord)
overtreffen (werkwoord)
schitteren (werkwoord)
uitmunten (werkwoord)
uitsteken (werkwoord)
voorbijstreven (werkwoord)
uitblinker
kei (zelfst. naamw.)
vedette (zelfst. naamw.)
kanjer (zelfst. naamw.)
sovereign (zelfst. naamw.)
munt (zelfst. naamw.)
ster (zelfst. naamw.)
uitbloeien
afsterven (werkwoord)
uitblussen
blussen (werkwoord)
doven (werkwoord)
uitdoven (werkwoord)
uitmaken (werkwoord)
uitdoen (werkwoord)
smoren (werkwoord)
uitboren
frezen (werkwoord)
uitbotten
botten (werkwoord)
knop (werkwoord)
uitlopen (werkwoord)
uitkomen (werkwoord)
ontspruiten (werkwoord)
ontspringen (werkwoord)
uitbouw
aanbouw (zelfst. naamw.)
uitbreiding (zelfst. naamw.)
welving (zelfst. naamw.)
erker (zelfst. naamw.)
absis (zelfst. naamw.)
boog (zelfst. naamw.)
uitbouwen
aanbouwen (werkwoord)
bijbouwen (werkwoord)
expanderen (werkwoord)
ontwikkelen (werkwoord)
verwijden (werkwoord)
verruimen (werkwoord)
vermeerderen (werkwoord)
verbreiden (werkwoord)
uitdijen (werkwoord)
uitbreiden (werkwoord)
openen (werkwoord)
uitbouwingen
uitbreidingen (overig.)
uitbraak
ontsnapping (zelfst. naamw.)
vlucht (zelfst. naamw.)
uitbreken (zelfst. naamw.)
ontvluchting (zelfst. naamw.)
uitbraken
kotsen (werkwoord)
spuwen (werkwoord)
spugen (werkwoord)
overgeven (werkwoord)
braken (werkwoord)
vomeren (werkwoord)
uitbran
standje (overig.)
schrobbering (overig.)
uitbranden
afbranden (werkwoord)
opbranden (werkwoord)
reinigen (werkwoord)
verbranden (werkwoord)
platbranden (werkwoord)
leegbranden (werkwoord)
uitbrander
berisping (zelfst. naamw.)
schrobbering (zelfst. naamw.)
verwijt (zelfst. naamw.)
terechtwijzing (zelfst. naamw.)
standje (zelfst. naamw.)
blaam (zelfst. naamw.)
uitbreidbaarheid
scalability ()
schaalbaarheid ()
extensibility ()
uitbreiden
expanderen (werkwoord)
openslaan (werkwoord)
uitbouwen (werkwoord)
verwijden (werkwoord)
verruimen (werkwoord)
vermeerderen (werkwoord)
verbreiden (werkwoord)
uitdijen (werkwoord)
openen (werkwoord)
uitstrekken (werkwoord)
uitsteken (werkwoord)
strekken (werkwoord)
rekken (werkwoord)
ophouden (werkwoord)
vergroten (werkwoord)
uitbreiding
aanvulling (zelfst. naamw.)
expansie (zelfst. naamw.)
extensie (zelfst. naamw.)
groei (zelfst. naamw.)
toename (zelfst. naamw.)
toevoeging (zelfst. naamw.)
uitzetting (zelfst. naamw.)
vergroting (zelfst. naamw.)
toevoegsel (zelfst. naamw.)
versterking (zelfst. naamw.)
vermeerdering (zelfst. naamw.)
vermedevuldigen (zelfst. naamw.)
verhoging (zelfst. naamw.)
toeneming (zelfst. naamw.)
stijging (zelfst. naamw.)
aanwinst (zelfst. naamw.)
aanwas (zelfst. naamw.)
aangroei (zelfst. naamw.)
uitbreidingen
uitbouwingen (overig.)
uitbreken
losbarsten (werkwoord)
losbreken (werkwoord)
slopen (werkwoord)
ontsnapping (zelfst. naamw.)
uitbraak (werkwoord)
ontvluchting (werkwoord)
uitbrengen
openbaar maken (werkwoord)
publiceren (werkwoord)
uiten (werkwoord)
uitgeven (werkwoord)
verraden (werkwoord)
openbaren (werkwoord)
verlinken (werkwoord)
verklikken (werkwoord)
verklappen (werkwoord)
aangeven (werkwoord)
aanbrengen (werkwoord)
uitbroeden
bedenken (werkwoord)
broeden (werkwoord)
warmhouden (werkwoord)
uitbrullen
uitschreeuwen (werkwoord)
uitroepen (werkwoord)
uitkrijsen (werkwoord)
uitgillen (werkwoord)
uitbuiging
uitspatting (zelfst. naamw.)
uitronding (zelfst. naamw.)
overdrijving (zelfst. naamw.)
mateloosheid (overig.)
afdwaling (zelfst. naamw.)
uitbuiken
uitzakken (werkwoord)
uitbuiten
benutten (werkwoord)
exploiteren (werkwoord)
ontdoen (werkwoord)
uitmelken (werkwoord)
beroven (werkwoord)
uitbuiter
profiteur (zelfst. naamw.)
uitzuiger (zelfst. naamw.)
uitbuiting
exploitatie (zelfst. naamw.)
uitzuiging (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English