Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `U`

Pagina 11 van 20 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
uitmunten
overtreffen (werkwoord)
uitsteken (werkwoord)
schitteren (werkwoord)
onderscheiden (werkwoord)
uitmuntend
edel (bijv. naamw.)
opperbest (bijv. naamw.)
volmaakt (bijv. naamw.)
voortreffelijk (bijv. naamw.)
best (bijv. naamw.)
excellent (bijv. naamw.)
meesterlijk (bijv. naamw.)
ongemeen (bijv. naamw.)
prachtig (bijv. naamw.)
prima (bijv. naamw.)
uitstekend (bijv. naamw.)
uitnemend (bijv. naamw.)
uitgezocht (bijv. naamw.)
uitgelezen (bijv. naamw.)
superbe (bijv. naamw.)
subliem (bijv. naamw.)
puik (bijv. naamw.)
briljant (bijv. naamw.)
perfect (bijv. naamw.)
patent (bijv. naamw.)
uitneembaar
scheidbaar (bijv. naamw.)
uitnemen
uithalen (werkwoord)
onttakelen (werkwoord)
ontmantelen (werkwoord)
demonteren (werkwoord)
uitnemend
uitgelezen (bijv. naamw.)
uitstekend (bijv. naamw.)
voortreffelijk (bijv. naamw.)
uitmuntend (bijv. naamw.)
uitgezocht (bijv. naamw.)
superbe (bijv. naamw.)
subliem (bijv. naamw.)
puik (bijv. naamw.)
excellent (bijv. naamw.)
briljant (bijv. naamw.)
schitterend (bijv. naamw.)
magnifiek (bijv. naamw.)
groots (bijv. naamw.)
grandioos (bijv. naamw.)
geweldig (bijv. naamw.)
fantastisch (bijv. naamw.)
uitnemendheid
voortreffelijkheid (zelfst. naamw.)
uitnodigen
aanzoeken (werkwoord)
engageren (werkwoord)
inviteren (werkwoord)
verleiden (werkwoord)
vragen (werkwoord)
verzoeken (werkwoord)
aanvragen (werkwoord)
uitnodigend
aanlokkelijk (bijv. naamw.)
aantrekkelijk (bijv. naamw.)
verzoekend (bijv. naamw.)
verlokkend (bijv. naamw.)
uitlokkend (bijv. naamw.)
bekoorlijk (bijv. naamw.)
attractief (bijv. naamw.)
verleidelijk (bijv. naamw.)
uitnodiging
invitatie (zelfst. naamw.)
uitoefenen
doen gelden (Werkwoord)
bedrijven (werkwoord)
beoefenen (werkwoord)
betrachten (werkwoord)
uitpakken
aflopen (werkwoord)
onthalen (werkwoord)
tekeergaan (werkwoord)
uitlopen (werkwoord)
uitpersen
uitknijpen (Werkwoord)
afpersen (werkwoord)
leeghalen (werkwoord)
persen (werkwoord)
leegknijpen (werkwoord)
uitzuigen (werkwoord)
plunderen (werkwoord)
uitpikken
selecteren (werkwoord)
uitkiezen (werkwoord)
ziften (werkwoord)
uitzoeken (werkwoord)
schiften (werkwoord)
kiezen (werkwoord)
verkiezen (werkwoord)
uitlezen (werkwoord)
uitpluizen
onderzoeken (werkwoord)
ontwarren (werkwoord)
uitzoeken (werkwoord)
uitvezelen (werkwoord)
uitrafelen (werkwoord)
ontrafelen (werkwoord)
ontraadselen (werkwoord)
uitplunderen
roven (werkwoord)
plunderen (werkwoord)
leegplunderen (werkwoord)
uitschudden (werkwoord)
uitplussen
uitpluizen (werkwoord)
uitpoetsen
opwrijven (werkwoord)
uitvlakken (werkwoord)
uitpompen
leegpompen (werkwoord)
uitpraten
bijleggen (werkwoord)
uitspreken (werkwoord)
uitproberen
beproeven (werkwoord)
experimenteren (werkwoord)
probeer (werkwoord)
proberen (werkwoord)
uittesten (werkwoord)
toetsen (werkwoord)
testen (werkwoord)
uitpuffen
op adem komen (werkwoord)
uitpuilen
bol staan (werkwoord)
puilen (werkwoord)
uitpuilend
bolstaand (bijv. naamw.)
uitpuiling
protrusie (zelfst. naamw.)
uitstulping (zelfst. naamw.)
bobbel (zelfst. naamw.)
uitputten
verzwakken (werkwoord)
afmatten (zelfst. naamw.)
vermoeien (zelfst. naamw.)
slopen (zelfst. naamw.)
verslappen (zelfst. naamw.)
uitputtend
afmattend (bijv. naamw.)
exhaustief (bijv. naamw.)
vermoeiend (bijv. naamw.)
moemakend (bijv. naamw.)
uitputtendheid
volledigheid (zelfst. naamw.)
uitputting
afmatting (zelfst. naamw.)
moeheid (zelfst. naamw.)
vermoeidheid (zelfst. naamw.)
uitputtten
uitdiepen (overig.)
uitrafelen
uitpluizen (werkwoord)
voorbijtrekken (werkwoord)
defileren (werkwoord)
uitzoeken (werkwoord)
uitvezelen (werkwoord)
ontwarren (werkwoord)
ontrafelen (werkwoord)
ontraadselen (werkwoord)
uitraken
verlopen (werkwoord)
uitlopen (werkwoord)
uitgaan (werkwoord)
ophouden (werkwoord)
eindigen (werkwoord)
aflopen (werkwoord)
uitrangeren
afdanken (werkwoord)
uitschakelen (werkwoord)
uitrazen
uitwoeden (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English