Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `T`

Pagina 7 van 42 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
tegenstander
tegenpartij (Zelfst. Naamw.)
antagonist (zelfst. naamw.)
tegenstelling
contrast (Zelfst. Naamw.)
antithese (Zelfst. Naamw.)
controverse (zelfst. naamw.)
oftewel (zelfst. naamw.)
paradox (zelfst. naamw.)
strijdenopvatting (zelfst. naamw.)
contradictie (overig.)
tegenstellingen doen ontstaan
polariseren (overig.)
tegenstof
antistof (overig.)
afweerstof (overig.)
tegenstoffen
antistoffen (overig.)
afweerstoffen (overig.)
tegenstoot
counter (zelfst. naamw.)
tegenstreefster
vijandin (overig.)
vijand (overig.)
tegenstreven
belemmeren (werkwoord)
tegenwerken (werkwoord)
weerstreven (werkwoord)
tegengaan (werkwoord)
tegenstrever
antagonist (zelfst. naamw.)
opponent (zelfst. naamw.)
tegenpartij (zelfst. naamw.)
tegenstan (zelfst. naamw.)
tegenstribbelen
protesteren (werkwoord)
tegenspartelen (werkwoord)
verzetten (werkwoord)
tegenstrijdig
ambivalent (bijv. naamw.)
onverenigbaar (bijv. naamw.)
strijdig (bijv. naamw.)
tegen (bijv. naamw.)
tegengesteld (bijv. naamw.)
paradoxaal (bijv. naamw.)
inconsequent (bijv. naamw.)
hiertegen (bijv. naamw.)
tegenstrijdigheid
anomalie (zelfst. naamw.)
tegenvallen
ontgoochelen (werkwoord)
teleurstellen (werkwoord)
frustreren (werkwoord)
duperen (werkwoord)
benadelen (werkwoord)
afvallen (werkwoord)
tegenvaller
teleurstelling (Zelfst. Naamw.)
desillusie (zelfst. naamw.)
flop (zelfst. naamw.)
slag (zelfst. naamw.)
terugslag (zelfst. naamw.)
deceptie (zelfst. naamw.)
sof (zelfst. naamw.)
misslag (zelfst. naamw.)
misrekening (zelfst. naamw.)
fiasco (zelfst. naamw.)
strop (zelfst. naamw.)
mislukking (zelfst. naamw.)
mislukkeling (zelfst. naamw.)
blindganger (zelfst. naamw.)
tegenvoeter
antipode (zelfst. naamw.)
tegendeel (zelfst. naamw.)
tegenwaar
vergoedingswaarde (overig.)
tegenweer
verdediging (overig.)
verdedigend (overig.)
tegenwerken
dwarsliggen (Werkwoord)
dwarsbomen (Werkwoord)
belemmeren (werkwoord)
hinderen (werkwoord)
tegengaan (werkwoord)
weerstreven (werkwoord)
tegenstreven (werkwoord)
tegenwerker
antagonist (zelfst. naamw.)
tegenwerking
sabotage (zelfst. naamw.)
tegenwerpen
bedenken (werkwoord)
tegenspreken (werkwoord)
weerspreken (werkwoord)
protesteren (werkwoord)
opponeren (werkwoord)
tegenwerping
aanmerking (zelfst. naamw.)
protest (zelfst. naamw.)
verzet (zelfst. naamw.)
tegenspraak (zelfst. naamw.)
opwerping (zelfst. naamw.)
tegenwicht
compensatie (zelfst. naamw.)
tegendruk (zelfst. naamw.)
weerstand (zelfst. naamw.)
tegengewicht (zelfst. naamw.)
tegenwoordig
momenteel (Bijwoord)
thans (Bijwoord)
aanwezig (bijv. naamw.)
hedendaags (bijv. naamw.)
hedentendage (bijv. naamw.)
huidig (bijv. naamw.)
present! (bijv. naamw.)
nu (bijv. naamw.)
nou (bijv. naamw.)
tegenwoordigheid
aanwezigheid (zelfst. naamw.)
bijzijn (zelfst. naamw.)
tegenzet
tegenspel (zelfst. naamw.)
tegenzin
afkeer (Zelfst. Naamw.)
antipathie (zelfst. naamw.)
weerzin (zelfst. naamw.)
hek (zelfst. naamw.)
aversie (zelfst. naamw.)
onwil (zelfst. naamw.)
tegoed
positief saldo (Zelfst. Naamw.)
activa (zelfst. naamw.)
baten (zelfst. naamw.)
bezit (zelfst. naamw.)
tegoedbon
bon (zelfst. naamw.)
waardebon (zelfst. naamw.)
tehuis
adres (zelfst. naamw.)
huis (zelfst. naamw.)
huisvesting (zelfst. naamw.)
verblijfplaats (zelfst. naamw.)
onderkomen (zelfst. naamw.)
onderdak (zelfst. naamw.)
kwartier (zelfst. naamw.)
behuizing (zelfst. naamw.)
accommodatie (zelfst. naamw.)
thuis (zelfst. naamw.)
teil
vat (zelfst. naamw.)
ton (zelfst. naamw.)
pot (zelfst. naamw.)
kuip (zelfst. naamw.)
fust (zelfst. naamw.)
emmer (zelfst. naamw.)
barr (zelfst. naamw.)
bak (zelfst. naamw.)
teint
huidskleur (zelfst. naamw.)
kleur (zelfst. naamw.)
teisteren
folteren (werkwoord)
geselen (werkwoord)
lastigvallen (werkwoord)
pijnigen (werkwoord)
plagen (werkwoord)
tekeergaan
tieren (Werkwoord)
razen (Werkwoord)
geraas (zelfst. naamw.)
fulmineren (werkwoord)
lawaai (werkwoord)
kabaal (werkwoord)
woeden (werkwoord)
uitvaren (werkwoord)
donderen (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald