Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `T`

Pagina 5 van 42 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
teder
zachtmoedig (bijv. naamw.)
tederheid
gevoeligheid (zelfst. naamw.)
hartelijkheid (zelfst. naamw.)
liefkozing (zelfst. naamw.)
zachtheid (zelfst. naamw.)
innigheid (zelfst. naamw.)
teef
haaibaai (zelfst. naamw.)
wijfjeshond (zelfst. naamw.)
viswijf (zelfst. naamw.)
loeder (zelfst. naamw.)
helleveeg (zelfst. naamw.)
heks (zelfst. naamw.)
feeks (zelfst. naamw.)
teelaarde
compost (zelfst. naamw.)
humus (zelfst. naamw.)
teelgrond (zelfst. naamw.)
pootaarde (zelfst. naamw.)
teelbal
testikel (zelfst. naamw.)
zaadbal (zelfst. naamw.)
testik (zelfst. naamw.)
teelgewas
gewas (zelfst. naamw.)
teelgrond
teelaarde (zelfst. naamw.)
teelt
aanplant (zelfst. naamw.)
bouw (zelfst. naamw.)
cultuur (zelfst. naamw.)
fok (zelfst. naamw.)
fokkerij (zelfst. naamw.)
kweken (zelfst. naamw.)
veefokkerij (zelfst. naamw.)
verbouw (zelfst. naamw.)
voortbrenging (zelfst. naamw.)
voortplanting (zelfst. naamw.)
reproductie (zelfst. naamw.)
aankweken (zelfst. naamw.)
aankweek (zelfst. naamw.)
aanfok (zelfst. naamw.)
telen (zelfst. naamw.)
teeltkeus
selectie (zelfst. naamw.)
teems
melkzeef (zelfst. naamw.)
teen
twijg (Zelfst. Naamw.)
neus (zelfst. naamw.)
tak (zelfst. naamw.)
tenen (zelfst. naamw.)
teenager
tiener (zelfst. naamw.)
teer
fragiel (Bijvoeglijk naamwoord)
broos (Bijvoeglijk naamwoord)
kwetsbaar (Bijvoeglijk naamwoord)
breekbaar (bijv. naamw.)
delicaat (bijv. naamw.)
fijn (bijv. naamw.)
fijngevoelig (bijv. naamw.)
iel (bijv. naamw.)
teder (bijv. naamw.)
tenger (bijv. naamw.)
zwak (bijv. naamw.)
pek (zelfst. naamw.)
fijntjes (zelfst. naamw.)
gevoelig (zelfst. naamw.)
frèle (bijv. naamw.)
teerachtig
taai (bijv. naamw.)
teerbesnaard
teergevoelig (overig.)
fijnzinnig (overig.)
fijngevoelig (overig.)
teergevoelig
emotioneel (bijv. naamw.)
teerbesnaard (bijv. naamw.)
fijnzinnig (bijv. naamw.)
fijngevoelig (bijv. naamw.)
vatbaar (bijv. naamw.)
gevoelig (bijv. naamw.)
teergevoeligheid
zwak (zelfst. naamw.)
gevoeligheid (zelfst. naamw.)
fijngevoeligheid (zelfst. naamw.)
teerhartig
sentimenteel (bijv. naamw.)
week (bijv. naamw.)
gevoelig (bijv. naamw.)
weekhartig (bijv. naamw.)
teerheid
zwakheid (zelfst. naamw.)
broosheid (zelfst. naamw.)
teerling
dobbelsteen (zelfst. naamw.)
dobbelst (zelfst. naamw.)
teevee
buis (zelfst. naamw.)
teg
tegeltje (overig.)
tegel
steen (zelfst. naamw.)
tegeltje (zelfst. naamw.)
estrik (zelfst. naamw.)
tegelijk
tegelijkertijd (Bijwoord)
simultaan (bijv. naamw.)
tezamen (bijv. naamw.)
tevens (bijv. naamw.)
samen (bijv. naamw.)
ineen (bijv. naamw.)
gelijktijdig (bijv. naamw.)
gelijk (bijv. naamw.)
bijeen (bijv. naamw.)
aaneen (bijv. naamw.)
tegelijkertijd
tegelijk (Bijwoord)
gelijktijdig (bijv. naamw.)
gelijk (bijv. naamw.)
gezamenlijk (bijv. naamw.)
tezamen (bijv. naamw.)
tevens (bijv. naamw.)
samen (bijv. naamw.)
ineen (bijv. naamw.)
bijeen (bijv. naamw.)
aaneen (bijv. naamw.)
tegeltje
tegel (zelfst. naamw.)
teg (zelfst. naamw.)
tegemoet zien
uitkijken naar (bijv. naamw.)
tegemoetgekomen
ontmoet (overig.)
tegemoetkomen
bijdragen (werkwoord)
naderen (werkwoord)
toenaderen (werkwoord)
tegemoetkomend
coulant (bijv. naamw.)
toeschietelijk (bijv. naamw.)
welwillend (bijv. naamw.)
bereidwillig (bijv. naamw.)
tegemoetkoming
bedrag (zelfst. naamw.)
compensatie (zelfst. naamw.)
faciliteit (zelfst. naamw.)
subsidie (zelfst. naamw.)
toelage (zelfst. naamw.)
tegemoetkomingen
toelages (overig.)
tegemoetzien
verwachten (werkwoord)
vooruitzien (werkwoord)
tegen
anti (bijv. naamw.)
contra (bijv. naamw.)
tegenstrijdig (bijv. naamw.)
jegens (bijv. naamw.)
omstreeks (bijv. naamw.)
versus (bijv. naamw.)
tegenover (bijv. naamw.)
tegenaan (bijv. naamw.)
met (bijv. naamw.)
tegengesteld (bijv. naamw.)
strijdig (bijv. naamw.)
onverenigbaar (bijv. naamw.)
hiertegen (bijv. naamw.)
tegen in gaan
optornen tegen (overig.)
tegenaan
versus (overig.)
tegenover (overig.)
tegen (overig.)
met (overig.)
jegens (overig.)
tegenaanval
uitval (zelfst. naamw.)
tegenaanwijzing
contra-indicatie (zelfst. naamw.)
tegenargument
verweer (zelfst. naamw.)
tegenbeschuldiging
tegeneis (overig.)
recriminatie (overig.)
tegenbevel
tegenorder (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English