Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `T`

Pagina 21 van 42 Vorige 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
toegespitst
spitsig (bijv. naamw.)
spits (bijv. naamw.)
puntig (bijv. naamw.)
toegestaan
geldig (bijv. naamw.)
geoorloofd (bijv. naamw.)
gepermitteerd (bijv. naamw.)
toelaatbaar (bijv. naamw.)
veroorloofd (bijv. naamw.)
toegelaten (bijv. naamw.)
toegevelijk
meegaand (bijv. naamw.)
toegeven
bekennen (werkwoord)
zich overgeven (werkwoord)
toestemmen (werkwoord)
goedvinden (werkwoord)
erkennen (werkwoord)
toegeven aan
bezwijken voor (Werkwoord)
toegevend
lankmoedig (bijv. naamw.)
meegaand (bijv. naamw.)
toegeeflijk (bijv. naamw.)
soepel (bijv. naamw.)
inschikkelijk (bijv. naamw.)
gewillig (bijv. naamw.)
gedwee (bijv. naamw.)
toegevendheid
clementie (zelfst. naamw.)
toegeving
erkenning (zelfst. naamw.)
toegevoegd
bijkomend (bijv. naamw.)
extra (bijv. naamw.)
pregnant (bijv. naamw.)
additioneel (bijv. naamw.)
toegewijd
trouw (bijv. naamw.)
trouwhartig (bijv. naamw.)
gewetensvol (bijv. naamw.)
toegewijdheid
zorgzaamheid (zelfst. naamw.)
trouw (zelfst. naamw.)
toewijding (zelfst. naamw.)
overgave (zelfst. naamw.)
inzet (zelfst. naamw.)
ijver (zelfst. naamw.)
genegenheid (zelfst. naamw.)
devotie (zelfst. naamw.)
toegezegd
beloofd (bijv. naamw.)
toegift
cadeau (zelfst. naamw.)
premie (zelfst. naamw.)
toegrijpen
toetasten (werkwoord)
ingrijpen (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
aanpakken (werkwoord)
toehappen
toesnauwen (werkwoord)
toebijten (werkwoord)
happen (werkwoord)
dichtbijten (werkwoord)
toehoorder
luisteraar (zelfst. naamw.)
waarnemer (zelfst. naamw.)
toehoorders
gehoor (zelfst. naamw.)
publiek (zelfst. naamw.)
zaal (zelfst. naamw.)
toehoren
aanhoren (werkwoord)
luisteren (werkwoord)
toeluisteren (werkwoord)
beluisteren (werkwoord)
toejuichen
aanvuren (werkwoord)
bejubelen (werkwoord)
klappen (werkwoord)
stimuleren (werkwoord)
aanmoedigen (werkwoord)
bezielen (werkwoord)
toejuiching
applaus (zelfst. naamw.)
ovatie (zelfst. naamw.)
toekennen
geven (Werkwoord)
verlenen (Werkwoord)
hechten (werkwoord)
toebedelen (werkwoord)
vergunnen (werkwoord)
toestaan (werkwoord)
toekomen (werkwoord)
toewijzen (werkwoord)
gunnen (werkwoord)
toekenning
toewijzing (zelfst. naamw.)
verlening (zelfst. naamw.)
toekijken
aanzien (werkwoord)
toekijker
toeschouwer (zelfst. naamw.)
toekomen
toevallen (werkwoord)
toestaan (werkwoord)
toekennen (werkwoord)
toekomend
toekomstige (overig.)
toekomstig (overig.)
aanstaand (overig.)
aankomend (overig.)
toekomentijd
verschiet (overig.)
toekomst (overig.)
toekomst
de komende tijd (Zelfst. Naamw.)
perspectief (zelfst. naamw.)
voorland (zelfst. naamw.)
vooruitzicht (zelfst. naamw.)
verschiet (zelfst. naamw.)
toekomentijd (zelfst. naamw.)
toekomsten (zelfst. naamw.)
kans (zelfst. naamw.)
toekomstdroom
luchtkasteel (zelfst. naamw.)
toekomsten
voorland (overig.)
toekomst (overig.)
toekomstig
aankomend (bijv. naamw.)
aanstaand (bijv. naamw.)
aanstaande (bijv. naamw.)
verdere (bijv. naamw.)
toekomstige (bijv. naamw.)
toekomend (bijv. naamw.)
toekomstige
aanstaand (bijv. naamw.)
toekomstig (bijv. naamw.)
toekomend (bijv. naamw.)
aankomend (bijv. naamw.)
toelaatbaar
aanvaardbaar (bijv. naamw.)
duldbaar (bijv. naamw.)
verdraaglijk (bijv. naamw.)
tolereerbaar (bijv. naamw.)
gedoogbaar (bijv. naamw.)
toelage
toeslag (Zelfst. Naamw.)
uitkering (Zelfst. Naamw.)
beurs (zelfst. naamw.)
subsidie (zelfst. naamw.)
tegemoetkoming (zelfst. naamw.)
toelages
tegemoetkomingen (overig.)
toelaten
binnenlaten (Werkwoord)
goedkeuren (werkwoord)
permitteren (werkwoord)
toestaan (werkwoord)
velen (werkwoord)
uitstaan (werkwoord)
tolereren (werkwoord)
pikken (werkwoord)
ondergaan (werkwoord)
lijden (werkwoord)
dulden (werkwoord)
doorstaan (werkwoord)
aanzien (werkwoord)
laten (werkwoord)
vergunnen (werkwoord)
toestemmen (werkwoord)
inwilligen (werkwoord)
gunnen (werkwoord)
goedvinden (werkwoord)
duren (werkwoord)
toeleggen
bijleggen (werkwoord)
toeleveren
aanleveren (werkwoord)
overhandigen (werkwoord)
leveren (werkwoord)
brengen (werkwoord)
bezorgen (werkwoord)
afleveren (werkwoord)

Vorige 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English