Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `T`

Pagina 19 van 42 Vorige 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
tippen
inlichten (werkwoord)
informeren (werkwoord)
tips
fooien (zelfst. naamw.)
inlichtingen (zelfst. naamw.)
tipsy
aangeschoten (bijv. naamw.)
beneveld (bijv. naamw.)
beschonken (bijv. naamw.)
dronken (bijv. naamw.)
teut (bijv. naamw.)
tiptop
piekfijn (bijv. naamw.)
picobello (bijv. naamw.)
gelikt (bijv. naamw.)
tirade
preek (zelfst. naamw.)
woordenvloed (overig.)
tiran
dictator (Zelfst. Naamw.)
bullebak (zelfst. naamw.)
despoot (zelfst. naamw.)
overheerser (zelfst. naamw.)
dwingeland (overig.)
tirannie
onderdrukking (zelfst. naamw.)
overheersing (zelfst. naamw.)
verdrukking (zelfst. naamw.)
tiranniek
dictatoriaal (bijv. naamw.)
tiranniseren
onderdrukken (werkwoord)
ringeloren (werkwoord)
intimideren (werkwoord)
terroriseren (werkwoord)
tiras
sleepnet (overig.)
tissue
zakdoek (overig.)
tit
rechtstit (overig.)
rechtsgrond (overig.)
recht (overig.)
aanspraak (overig.)
opschrift (overig.)
hoofd (overig.)
aanhef (overig.)
boektit (overig.)
waardigheidstitel (overig.)
titaan
reus (zelfst. naamw.)
joek (zelfst. naamw.)
gigant (zelfst. naamw.)
titel
aanhef (zelfst. naamw.)
boektitel (zelfst. naamw.)
graad (zelfst. naamw.)
hoofd (zelfst. naamw.)
opschrift (zelfst. naamw.)
rechtstitel (zelfst. naamw.)
rubriek (zelfst. naamw.)
waardigheidstitel (zelfst. naamw.)
naam (zelfst. naamw.)
titelblad
titelpagina (zelfst. naamw.)
titeldrager
titularis (overig.)
titelhou (overig.)
titelhou
titularis (overig.)
titeldrager (overig.)
titelhouder
kampioen (zelfst. naamw.)
titelpagina
titelblad (zelfst. naamw.)
titelrol
hoofdrol (zelfst. naamw.)
titularis
titelhou (overig.)
titeldrager (overig.)
tjilpen
sjilpen (Werkwoord)
kwinkeleren (werkwoord)
getjilp (werkwoord)
kwetteren (werkwoord)
tjokvol
mudvol (bijv. naamw.)
propvol (bijv. naamw.)
stampvol (bijv. naamw.)
overvol (bijv. naamw.)
knalvol (bijv. naamw.)
tjonge
oh (overig.)
och (overig.)
o (overig.)
ha (overig.)
allemensen (overig.)
allemachtig (overig.)
ah (overig.)
ach (overig.)
jeetje (overig.)
jee (overig.)
tjongejonge (overig.)
caramba (overig.)
tjongejonge
tjonge (overig.)
tl-buis
lamp (zelfst. naamw.)
toast
toostbrood (overig.)
toost (overig.)
tobbe
waskuip (zelfst. naamw.)
kuip (zelfst. naamw.)
tobben
inzitten over (werkwoord)
kwakkelen (werkwoord)
piekeren (werkwoord)
tobber
piekeraar (overig.)
tobberig
piekerig (bijv. naamw.)
zwaartillend (bijv. naamw.)
toch
desondanks (bijv. naamw.)
niettemin (bijv. naamw.)
desalniettemin (bijv. naamw.)
echter (bijv. naamw.)
nochtans (bijv. naamw.)
zeker (bijv. naamw.)
wel (bijv. naamw.)
ook (bijv. naamw.)
ongetwijfeld (bijv. naamw.)
immers (bijv. naamw.)
bepaald (bijv. naamw.)
niettegenstaande (bijv. naamw.)
evengoed (bijv. naamw.)
evenwel (bijv. naamw.)
maar (bijv. naamw.)
uiteindelijk (overig.)
tocht
excursie (zelfst. naamw.)
luchtzuiging (zelfst. naamw.)
reis (zelfst. naamw.)
trek (zelfst. naamw.)
uitstapje (zelfst. naamw.)
trip (zelfst. naamw.)
toer (zelfst. naamw.)
tournee (zelfst. naamw.)
rit (zelfst. naamw.)
gang (zelfst. naamw.)
dagreis (zelfst. naamw.)
trektocht (zelfst. naamw.)
mars (zelfst. naamw.)
expeditie (zelfst. naamw.)
rondreis (zelfst. naamw.)
vakantie (zelfst. naamw.)
tochtbanden
afdichtingsbanden (overig.)
tochtgat
trekgat (overig.)
tochtkanaal (overig.)
tochtgaten
trekgaten (overig.)
luchtgaten (overig.)
tochtig
trekkerig (overig.)
tochtigheid
loopsheid (zelfst. naamw.)
krolsheid (zelfst. naamw.)
bronst (zelfst. naamw.)

Vorige 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English