| Woord | Synoniem |
| tentoonspreiden | tonen (werkwoord) aanwijzen (werkwoord) aangeven (werkwoord) aanduiden (werkwoord) |
| tentoonspreiding | ontwikkeling (zelfst. naamw.) ontplooiing (zelfst. naamw.) |
| tentoonstellen | exposeren (Werkwoord) etaleren (werkwoord) tonen (werkwoord) vertonen (werkwoord) uitstallen (werkwoord) |
| tentoonstellers | exposanten (zelfst. naamw.) |
| tentoonstelling | expositie (Zelfst. Naamw.) exhibitie (zelfst. naamw.) beurs (overig.) |
| tentstof | tentdoek (overig.) |
| tentzeil | tentlinnen (overig.) tentdek (overig.) |
| tenue | gewaad (zelfst. naamw.) kledij (zelfst. naamw.) kleding (zelfst. naamw.) uniform (zelfst. naamw.) plunje (zelfst. naamw.) kleren (zelfst. naamw.) |
| tenuitvoerlegging | executie (zelfst. naamw.) uitvoeren (zelfst. naamw.) uitvoering (zelfst. naamw.) volbrengen (zelfst. naamw.) voltrekking (zelfst. naamw.) |
| tenuitvoerleggingen | uitvoeringen (zelfst. naamw.) voltrekkingen (zelfst. naamw.) |
| tenzij | indien niet (Voegwoord) uitgezonderd (bijv. naamw.) |
| tepel | tepeltje (overig.) |
| tepelhof | areola (zelfst. naamw.) |
| tepeltje | tepel (overig.) |
| ter | bij (overig.) te (overig.) via (overig.) |
| ter goeder trouw | betrouwbaar (bijv. naamw.) |
| ter waarde | ten belope (overig.) |
| ter zake | Pertinent () Relevante,relevant () belangrijk () essentieel () |
| teraardebestelling | uitvaart (zelfst. naamw.) |
| terdege | danig (overig.) geducht (overig.) lustig (overig.) |
| terecht | gegrond (Bijvoeglijk naamwoord) juist (Bijvoeglijk naamwoord) gerechtvaardigd (bijv. naamw.) met recht (bijv. naamw.) terug (bijv. naamw.) |
| terechtkomen | in orde komen (Werkwoord) aankomen (werkwoord) belanden (werkwoord) landen (werkwoord) neerkomen (werkwoord) opdagen (werkwoord) raken (werkwoord) slagen (werkwoord) treffen (werkwoord) worden (werkwoord) landing (zelfst. naamw.) val (zelfst. naamw.) uitlopen (werkwoord) uitgaan (werkwoord) ophouden (werkwoord) eindigen (werkwoord) arriveren (werkwoord) aflopen (werkwoord) aanlanden (werkwoord) aanbelanden (werkwoord) verzeilen (werkwoord) geraken (werkwoord) |
| terechtstellen | elektrocuteren (werkwoord) executeren (werkwoord) |
| terechtstelling | executie (zelfst. naamw.) strafuitvoering (zelfst. naamw.) |
| terechtwijzen | een standje geven (Werkwoord) berispen (Werkwoord) bekritiseren (werkwoord) vermanen (werkwoord) verwijten (werkwoord) beknorren (werkwoord) waarschuwen (werkwoord) manen (werkwoord) |
| terechtwijzing | aanmerking (zelfst. naamw.) berisping (zelfst. naamw.) lering (zelfst. naamw.) standje (zelfst. naamw.) verwijt (zelfst. naamw.) verwittiging (zelfst. naamw.) inlichting (zelfst. naamw.) informatie (zelfst. naamw.) bericht (zelfst. naamw.) uitbrander (zelfst. naamw.) blaam (zelfst. naamw.) reprimande (zelfst. naamw.) gisping (zelfst. naamw.) berispingen (overig.) |
| terechtwijzingen | reprimandes (overig.) berispingen (overig.) |
| teren | leven (werkwoord) |
| tergen | sarren (Werkwoord) treiteren (Werkwoord) provoceren (werkwoord) tarten (werkwoord) uitdagen (werkwoord) plagen (werkwoord) pesten (werkwoord) narren (werkwoord) kwellen (werkwoord) koeioneren (werkwoord) zieken (werkwoord) stangen (werkwoord) jennen (werkwoord) |
| tergend | irritant (overig.) treiterig (overig.) |
| tering | verdomme (bijv. naamw.) levensonderhoud (zelfst. naamw.) tuberculose (zelfst. naamw.) tuberculo (zelfst. naamw.) longtering (zelfst. naamw.) |
| teringlijder | ellendeling (zelfst. naamw.) tbc-patiënt (zelfst. naamw.) |
| terloops | in het voorbijgaan (Bijvoeglijk naamwoord) en passant (Bijvoeglijk naamwoord) losjes (bijv. naamw.) terzijde (bijv. naamw.) vluchtig (bijv. naamw.) inderhaast (bijv. naamw.) oppervlakkig (bijv. naamw.) kortstondig (bijv. naamw.) haastig (bijv. naamw.) |
| term | bewoording (Zelfst. Naamw.) aanleiding (zelfst. naamw.) benaming (zelfst. naamw.) naam (zelfst. naamw.) begrip (zelfst. naamw.) woord (zelfst. naamw.) vakterm (zelfst. naamw.) |
| termiet | houtworm (overig.) |