Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `T`

Pagina 11 van 42 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
tentoonstellen
uitstallen (werkwoord)
tentoonstellers
exposanten (zelfst. naamw.)
tentoonstelling
expositie (Zelfst. Naamw.)
exhibitie (zelfst. naamw.)
beurs (overig.)
tentstof
tentdoek (overig.)
tentzeil
tentlinnen (overig.)
tentdek (overig.)
tenue
gewaad (zelfst. naamw.)
kledij (zelfst. naamw.)
kleding (zelfst. naamw.)
uniform (zelfst. naamw.)
plunje (zelfst. naamw.)
kleren (zelfst. naamw.)
tenuitvoerlegging
executie (zelfst. naamw.)
uitvoeren (zelfst. naamw.)
uitvoering (zelfst. naamw.)
volbrengen (zelfst. naamw.)
voltrekking (zelfst. naamw.)
tenuitvoerleggingen
uitvoeringen (zelfst. naamw.)
voltrekkingen (zelfst. naamw.)
tenzij
indien niet (Voegwoord)
uitgezonderd (bijv. naamw.)
tepel
tepeltje (overig.)
tepelhof
areola (zelfst. naamw.)
tepeltje
tepel (overig.)
ter
bij (overig.)
te (overig.)
via (overig.)
ter goeder trouw
betrouwbaar (bijv. naamw.)
ter waarde
ten belope (overig.)
teraardebestelling
uitvaart (zelfst. naamw.)
terdege
danig (overig.)
geducht (overig.)
lustig (overig.)
terecht
gegrond (Bijvoeglijk naamwoord)
juist (Bijvoeglijk naamwoord)
gerechtvaardigd (bijv. naamw.)
met recht (bijv. naamw.)
terug (bijv. naamw.)
terechtkomen
in orde komen (Werkwoord)
aankomen (werkwoord)
belanden (werkwoord)
landen (werkwoord)
neerkomen (werkwoord)
opdagen (werkwoord)
raken (werkwoord)
slagen (werkwoord)
treffen (werkwoord)
worden (werkwoord)
landing (zelfst. naamw.)
val (zelfst. naamw.)
uitlopen (werkwoord)
uitgaan (werkwoord)
ophouden (werkwoord)
eindigen (werkwoord)
arriveren (werkwoord)
aflopen (werkwoord)
aanlanden (werkwoord)
aanbelanden (werkwoord)
verzeilen (werkwoord)
geraken (werkwoord)
terechtstellen
elektrocuteren (werkwoord)
executeren (werkwoord)
terechtstelling
executie (zelfst. naamw.)
strafuitvoering (zelfst. naamw.)
terechtwijzen
een standje geven (Werkwoord)
berispen (Werkwoord)
bekritiseren (werkwoord)
vermanen (werkwoord)
verwijten (werkwoord)
beknorren (werkwoord)
waarschuwen (werkwoord)
manen (werkwoord)
terechtwijzing
aanmerking (zelfst. naamw.)
berisping (zelfst. naamw.)
lering (zelfst. naamw.)
standje (zelfst. naamw.)
verwijt (zelfst. naamw.)
verwittiging (zelfst. naamw.)
inlichting (zelfst. naamw.)
informatie (zelfst. naamw.)
bericht (zelfst. naamw.)
uitbrander (zelfst. naamw.)
blaam (zelfst. naamw.)
reprimande (zelfst. naamw.)
gisping (zelfst. naamw.)
berispingen (overig.)
terechtwijzingen
reprimandes (overig.)
berispingen (overig.)
teren
leven (werkwoord)
tergen
sarren (Werkwoord)
treiteren (Werkwoord)
provoceren (werkwoord)
tarten (werkwoord)
uitdagen (werkwoord)
plagen (werkwoord)
pesten (werkwoord)
narren (werkwoord)
kwellen (werkwoord)
koeioneren (werkwoord)
zieken (werkwoord)
stangen (werkwoord)
jennen (werkwoord)
tergend
irritant (overig.)
treiterig (overig.)
tering
verdomme (bijv. naamw.)
levensonderhoud (zelfst. naamw.)
tuberculose (zelfst. naamw.)
tuberculo (zelfst. naamw.)
longtering (zelfst. naamw.)
teringlijder
ellendeling (zelfst. naamw.)
tbc-patiënt (zelfst. naamw.)
terloops
in het voorbijgaan (Bijvoeglijk naamwoord)
en passant (Bijvoeglijk naamwoord)
losjes (bijv. naamw.)
terzijde (bijv. naamw.)
vluchtig (bijv. naamw.)
inderhaast (bijv. naamw.)
oppervlakkig (bijv. naamw.)
kortstondig (bijv. naamw.)
haastig (bijv. naamw.)
term
bewoording (Zelfst. Naamw.)
aanleiding (zelfst. naamw.)
benaming (zelfst. naamw.)
naam (zelfst. naamw.)
begrip (zelfst. naamw.)
woord (zelfst. naamw.)
vakterm (zelfst. naamw.)
termiet
houtworm (overig.)
termijn
datum (zelfst. naamw.)
duur (zelfst. naamw.)
periode (zelfst. naamw.)
sluitingstermijn (zelfst. naamw.)
tijdlimiet (zelfst. naamw.)
tijdsduur (zelfst. naamw.)
tijdsbestek (zelfst. naamw.)
perio (zelfst. naamw.)
termijntransacties
termijnzaken (overig.)
termijnzaken
termijntransacties (overig.)
terminal
beeldscherm (zelfst. naamw.)
ternauwernood
op het nippertje (Bijwoord)
nauwelijks (Bijwoord)
amper (bijv. naamw.)
rakelings (bijv. naamw.)
kwalijk (bijv. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald