| Woord | Synoniem |
| tempering | moderatie (zelfst. naamw.) |
| tempo | snelheid (zelfst. naamw.) vaart (zelfst. naamw.) vlugheid (zelfst. naamw.) spoed (zelfst. naamw.) gang (zelfst. naamw.) vlotheid (zelfst. naamw.) schielijkheid (zelfst. naamw.) rapiditeit (zelfst. naamw.) rapheid (zelfst. naamw.) gezwindheid (zelfst. naamw.) snel (overig.) |
| temporair | tijdelijk (bijv. naamw.) |
| temporeel | tijdelijk (overig.) zolang (overig.) voorlopig (overig.) voorbijgaand (overig.) tussentijds (overig.) provisorisch (overig.) kortstondig (overig.) aards (overig.) |
| temporiseren | ophouden (werkwoord) vertragen (werkwoord) rekken (werkwoord) |
| temptatie | beproeving (zelfst. naamw.) verleiding (zelfst. naamw.) nood (zelfst. naamw.) kwelling (zelfst. naamw.) grief (zelfst. naamw.) ergernis (zelfst. naamw.) bezoeking (zelfst. naamw.) verzoeking (zelfst. naamw.) verovering (zelfst. naamw.) verlokking (zelfst. naamw.) seductie (zelfst. naamw.) bekoring (zelfst. naamw.) aanvechting (zelfst. naamw.) |
| ten | kolenwagen (overig.) kolenkar (overig.) |
| ten bate | ten voordele van (overig.) |
| ten belope | ter waarde (overig.) |
| ten eerste | primo (overig.) |
| ten minste | zeker (Bijwoord) minimaal (Bijwoord) minstens (Bijwoord) |
| ten slotte | tot besluit (Bijwoord) uiteindelijk (Bijwoord) |
| ten tweede | secundo (overig.) |
| ten voordele van | ten bate (overig.) |
| tendens | strekking (Zelfst. Naamw.) bedoeling (zelfst. naamw.) hang (zelfst. naamw.) trend (zelfst. naamw.) beweging (zelfst. naamw.) neiging (zelfst. naamw.) geneigdheid (zelfst. naamw.) |
| tendentieus | gekleurd (bijv. naamw.) vooringenomen (bijv. naamw.) bevooroordeeld (bijv. naamw.) |
| tender | kolenwagen (zelfst. naamw.) |
| tendinitis | peesontsteking (zelfst. naamw.) |
| teneergeslagen | mismoedig (bijv. naamw.) verdrietig (bijv. naamw.) neerslachtig (bijv. naamw.) mistroostig (bijv. naamw.) |
| teneinde | om (Bijwoord) |
| teneindelopen | aflopen (werkwoord) eindigen (werkwoord) |
| tenen | teen (overig.) |
| teneur | geest (zelfst. naamw.) strekking (zelfst. naamw.) |
| teng | tingel (overig.) |
| tengel | grijpstuiver (zelfst. naamw.) poot (zelfst. naamw.) |
| tengels | fikken (zelfst. naamw.) |
| tenger | rank (Bijvoeglijk naamwoord) broos (bijv. naamw.) fijngebouwd (bijv. naamw.) lichtgebouwd (bijv. naamw.) mager (bijv. naamw.) spichtig (bijv. naamw.) teer (bijv. naamw.) fijntjes (bijv. naamw.) sprieterig (bijv. naamw.) slank (bijv. naamw.) fijn (bijv. naamw.) dun (bijv. naamw.) zwak (bijv. naamw.) teder (bijv. naamw.) kwetsbaar (bijv. naamw.) iel (bijv. naamw.) frèle (bijv. naamw.) fragiel (bijv. naamw.) fijngevoelig (bijv. naamw.) delicaat (bijv. naamw.) breekbaar (bijv. naamw.) |
| tenietdoen | vernietigen (werkwoord) delgen (werkwoord) |
| tenietdoening | nietigverklaring (zelfst. naamw.) annulering (zelfst. naamw.) annuleren (overig.) |
| tenietgaan | afsterven (overig.) |
| tenlastelegging | aanklacht (zelfst. naamw.) beschuldiging (zelfst. naamw.) |
| tenminste | althans (overig.) minstens (overig.) |
| tennisbaan | tennisveld (overig.) |
| tennisbanen | tennisvelden (zelfst. naamw.) |
| tennisveld | tennisbaan (overig.) |
| tennisvelden | tennisbanen (zelfst. naamw.) |
| tenondergaan | zinken (overig.) wegrotten (overig.) verteren (overig.) verrotten (overig.) vergaan (overig.) teruggaan (overig.) instorten (overig.) bezwijken (overig.) achteruitgaan (overig.) afleggen (overig.) |
| tenondergang | val (overig.) teloorgang (overig.) ondergang (overig.) debacle (overig.) |
| tensie | druk (zelfst. naamw.) bloeddruk (zelfst. naamw.) |
| tenslotte | uiteindelijk (Bijwoord) eindelijk (overig.) immers (overig.) |
| tent | gelegenheid (zelfst. naamw.) kampeertent (zelfst. naamw.) kraam (zelfst. naamw.) |
| tentamen | proef (zelfst. naamw.) |
| tentdek | tentzeil (overig.) tentlinnen (overig.) |
| tentdoek | tentkleed (overig.) tentstof (overig.) |
| tentenkamp | kamp (zelfst. naamw.) kampement (zelfst. naamw.) |
| tenthaak | haring (zelfst. naamw.) |
| tentharing | pin (zelfst. naamw.) haring (zelfst. naamw.) |
| tentkleed | tentdoek (overig.) |
| tentlinnen | tentzeil (overig.) tentdek (overig.) |