| Woord | Synoniem |
| regent | stadhou (zelfst. naamw.) rijksbestuurder (zelfst. naamw.) gouverneur (zelfst. naamw.) |
| regentijd | regenseizoen (zelfst. naamw.) |
| regenton | regenbak (overig.) |
| regenworm | aardworm (zelfst. naamw.) pier (zelfst. naamw.) worm (zelfst. naamw.) wurm (zelfst. naamw.) |
| regeren | gezaghebben (werkwoord) besturen (zelfst. naamw.) overheersen (zelfst. naamw.) heersen (zelfst. naamw.) |
| regerend | heersend (bijv. naamw.) |
| regering | bewind (zelfst. naamw.) gezag (zelfst. naamw.) kabinet (zelfst. naamw.) gouvernement (zelfst. naamw.) overheid (overig.) |
| regeringsapparaat | bestuursapparaat (overig.) |
| regeringsbeleid | staatsbeleid (overig.) politiek (overig.) |
| regeringsperiode | regering (zelfst. naamw.) |
| regeringsstelsel | staatsbestel (overig.) regime (overig.) bewind (overig.) |
| regeringsvorm | staatsbestel (zelfst. naamw.) bestuursvorm (zelfst. naamw.) |
| regie | spelleiding (zelfst. naamw.) |
| regieaanwijzing | cue (overig.) |
| regime | bewind (zelfst. naamw.) dieet (zelfst. naamw.) leefregel (zelfst. naamw.) regeringsstelsel (zelfst. naamw.) staatsbestel (zelfst. naamw.) systeem (zelfst. naamw.) lijnen (zelfst. naamw.) |
| regiment | detachement (zelfst. naamw.) legereenheid (zelfst. naamw.) |
| regio | streek (Zelfst. Naamw.) gebied (zelfst. naamw.) landstreek (zelfst. naamw.) plaats (zelfst. naamw.) oord (zelfst. naamw.) gouw (zelfst. naamw.) gewest (zelfst. naamw.) |
| regionaal | gewestelijk (Bijvoeglijk naamwoord) streeksgewijs (overig.) |
| regisseur | opnamelei (overig.) verwezenlijkend (overig.) uitvoerder (overig.) |
| register | inhoudsopgave (Zelfst. Naamw.) bevolkingsregister (zelfst. naamw.) gastenboek (zelfst. naamw.) index (zelfst. naamw.) kaartsysteem (zelfst. naamw.) ledenlijst (zelfst. naamw.) cedel (zelfst. naamw.) inhoud (zelfst. naamw.) lijst (zelfst. naamw.) |
| registeraccountant | accountant (zelfst. naamw.) verificateur (zelfst. naamw.) |
| registeren | indexeren (werkwoord) |
| registratie | inschrijving (zelfst. naamw.) opname (zelfst. naamw.) |
| registratierecht | aanmeldingskosten (zelfst. naamw.) inschrijvingskosten (zelfst. naamw.) inschrijfgeld (zelfst. naamw.) |
| registreren | constateren (werkwoord) inboeken (werkwoord) opnemen (werkwoord) opschrijven (werkwoord) optekenen (werkwoord) werven (werkwoord) vastleggen (werkwoord) boeken (werkwoord) aanwerven (werkwoord) aantekenen (werkwoord) aanbrengen (werkwoord) noteren (werkwoord) |
| reglement | bepalingen (zelfst. naamw.) dienstvoorschrift (zelfst. naamw.) voorschrift (zelfst. naamw.) wet (zelfst. naamw.) regeling (zelfst. naamw.) reg (zelfst. naamw.) orde (zelfst. naamw.) |
| regres | beroep (overig.) appel (overig.) |
| regressie | teruggang (zelfst. naamw.) |
| regularisatie | regelgeving (overig.) |
| regulariseren | legaliseren (werkwoord) |
| regulateur | regulator (overig.) regelknop (overig.) regelaar (overig.) afstemknop (overig.) |
| regulatief | normatief (bijv. naamw.) ordenend (bijv. naamw.) |
| regulator | regulateur (overig.) regelknop (overig.) regelaar (overig.) afstemknop (overig.) |
| reguleren | in de wet vastleggen (werkwoord) |
| regulerend | regulatief (overig.) |
| regulier | geregeld (bijv. naamw.) regelmatig (bijv. naamw.) kloosterling (zelfst. naamw.) |
| regurgitatie | terugstroming (zelfst. naamw.) |
| rehabilitatie | eerherstel (zelfst. naamw.) rechtsherstel (zelfst. naamw.) renovatie (zelfst. naamw.) |
| rei | reidans (zelfst. naamw.) reeks (zelfst. naamw.) rondedans (zelfst. naamw.) |
| reidans | rei (zelfst. naamw.) reeks (zelfst. naamw.) rondedans (zelfst. naamw.) |
| reiken | aangeven (werkwoord) aanreiken (werkwoord) lopen (werkwoord) geven (werkwoord) |
| reikhalzen | begeren (werkwoord) zuchten (werkwoord) verlangen (werkwoord) smachten (werkwoord) hunkeren (werkwoord) |
| reikhalzend | verlangend (overig.) smachtend (overig.) hunkerend (overig.) |
| reikwijdte | bereik (zelfst. naamw.) draagwijdte (zelfst. naamw.) range (zelfst. naamw.) verspreidingsgebied (zelfst. naamw.) |
| rein | hygienisch (bijv. naamw.) kuis (bijv. naamw.) maagdelijk (bijv. naamw.) net (bijv. naamw.) onbevlekt (bijv. naamw.) onschuldig (bijv. naamw.) onvermengd (bijv. naamw.) proper (bijv. naamw.) schoon (bijv. naamw.) vlekkeloos (bijv. naamw.) zuiver (bijv. naamw.) puur (bijv. naamw.) |
| reine | koningin (overig.) |