| Woord | Synoniem |
| referendaris | administrateur (zelfst. naamw.) |
| referendum | volksstemming (zelfst. naamw.) volksraadpleging (zelfst. naamw.) |
| referent | verslaggever (zelfst. naamw.) reporter (zelfst. naamw.) rapporteur (zelfst. naamw.) journalist (zelfst. naamw.) correspondent (zelfst. naamw.) commentator (zelfst. naamw.) berichtgever (zelfst. naamw.) |
| referentie | aanbeveling (zelfst. naamw.) getuigschrift (zelfst. naamw.) verwijzing (zelfst. naamw.) recommandatie (zelfst. naamw.) aanprijzing (zelfst. naamw.) melding (zelfst. naamw.) |
| refereren | verwijzen (werkwoord) |
| reflectant | belanghebbende (zelfst. naamw.) |
| reflecteren | beschouwen (werkwoord) terugkaatsen (werkwoord) weerspiegelen (werkwoord) weerkaatsen (werkwoord) terugstoten (werkwoord) stuiten (werkwoord) echoën (werkwoord) |
| reflectie | beschouwing (zelfst. naamw.) gloed (zelfst. naamw.) terugkaatsing (zelfst. naamw.) weerspiegeling (zelfst. naamw.) weerschijn (zelfst. naamw.) weerkaatsing (zelfst. naamw.) spiegeling (zelfst. naamw.) |
| reflex | reactie (zelfst. naamw.) prikkelreactie (zelfst. naamw.) |
| reflexief | wederkerend (overig.) |
| reflux | terugvloeiing (zelfst. naamw.) |
| reformateur | hervormer (overig.) |
| reformatie | hervorming (zelfst. naamw.) |
| reformeren | hervormen (werkwoord) herzien (werkwoord) |
| reformvoeding | natuurvoeding (zelfst. naamw.) |
| refractair | ongevoelig (bijv. naamw.) |
| refrein | keerrijm (overig.) |
| refter | mensa (overig.) |
| refugié | vluchteling (zelfst. naamw.) |
| reg | schriftlijn (overig.) wet (overig.) voorschrift (overig.) reglement (overig.) regeling (overig.) orde (overig.) |
| regatta | roeiwedstrijd (zelfst. naamw.) |
| regel | gewoonte (zelfst. naamw.) lijn (zelfst. naamw.) richtsnoer (zelfst. naamw.) schriftlijn (zelfst. naamw.) voorschrift (zelfst. naamw.) zin (zelfst. naamw.) richtlijn (zelfst. naamw.) |
| regelaar | afstemknop (zelfst. naamw.) regulator (zelfst. naamw.) regulateur (zelfst. naamw.) regelknop (zelfst. naamw.) |
| regelafstand | interlinie (zelfst. naamw.) |
| regelbaar | afstelbaar (bijv. naamw.) verstelbaar (bijv. naamw.) |
| regelen | organiseren (Werkwoord) afgesproken (werkwoord) afspreken (werkwoord) afstemmen (werkwoord) arrangeren (werkwoord) bepalen (werkwoord) ordenen (werkwoord) ritselen (werkwoord) schikken (werkwoord) inregelen (zelfst. naamw.) aanrichten (werkwoord) bijstellen (werkwoord) afstellen (werkwoord) instellen (werkwoord) klaren (werkwoord) afdoen (werkwoord) bedisselen (werkwoord) ensceneren (overig.) |
| regelend | regulatief (overig.) |
| regelgeving | wetgeving (zelfst. naamw.) regularisatie (overig.) |
| regeling | afspraak (zelfst. naamw.) akkoord (zelfst. naamw.) arrangement (zelfst. naamw.) maatregel (zelfst. naamw.) ordening (zelfst. naamw.) overeenkomst (zelfst. naamw.) schaderegeling (zelfst. naamw.) schikking (zelfst. naamw.) vereffening (zelfst. naamw.) vergelijk (zelfst. naamw.) voorschrift (zelfst. naamw.) wet (zelfst. naamw.) reglement (zelfst. naamw.) reg (zelfst. naamw.) orde (zelfst. naamw.) |
| regelknop | regulator (overig.) regulateur (overig.) regelaar (overig.) afstemknop (overig.) |
| regelloosheid | zootje (zelfst. naamw.) wanordelijkheid (zelfst. naamw.) wanorde (zelfst. naamw.) puinhoop (zelfst. naamw.) keet (zelfst. naamw.) heksenket (zelfst. naamw.) chaos (zelfst. naamw.) |
| regelmaat | orde (zelfst. naamw.) |
| regelmatig | herhaaldelijk (Bijvoeglijk naamwoord) dikwijls (bijv. naamw.) normaal (bijv. naamw.) regulier (bijv. naamw.) vaak (bijv. naamw.) vast (bijv. naamw.) veelvuldig (bijv. naamw.) gelijkmatig (bijv. naamw.) geregeld (bijv. naamw.) menigmaal (bijv. naamw.) meermaals (bijv. naamw.) frequent (bijv. naamw.) |
| regelneef | bemoeial (Zelfst. Naamw.) |
| regelrecht | rechtstreeks (Bijvoeglijk naamwoord) zonder tijdverlies (Bijvoeglijk naamwoord) zonder omwegen (Bijvoeglijk naamwoord) direct (overig.) duidelijk (overig.) ronduit (overig.) puur (overig.) klinkklaar (overig.) gewoonweg (overig.) |
| regels | code (zelfst. naamw.) |
| regelschroef | stelschroef (zelfst. naamw.) |
| regen | bui (zelfst. naamw.) hemelwater (zelfst. naamw.) neerslag (zelfst. naamw.) |
| regenachtig | buiig (bijv. naamw.) druilerig (bijv. naamw.) miezerig (bijv. naamw.) nat (bijv. naamw.) |
| regenbak | regenton (overig.) waterreservoir (overig.) tank (overig.) |
| regenboogvliesontsteking | iritis (zelfst. naamw.) |