| Woord | Synoniem |
| permanent | permanentje (bijv. naamw.) vaststaand (bijv. naamw.) vastgesteld (bijv. naamw.) |
| permanentje | permanent (overig.) |
| permeabiliteit | doordringbaarheid (zelfst. naamw.) |
| permissie | akkoord (zelfst. naamw.) fiat (zelfst. naamw.) goedkeuring (zelfst. naamw.) goedvinden (zelfst. naamw.) toestemming (zelfst. naamw.) |
| permitteren | zich veroorloven (Werkwoord) autoriseren (werkwoord) laten (werkwoord) toelaten (werkwoord) toestaan (werkwoord) veroorloven (werkwoord) goedvinden (werkwoord) goedkeuren (werkwoord) fiatteren (werkwoord) vergunnen (werkwoord) toestemmen (werkwoord) inwilligen (werkwoord) gunnen (werkwoord) duren (werkwoord) dulden (werkwoord) |
| perncious | zemelenuitslag (overig.) |
| pernicieus | kwaadaardig (bijv. naamw.) verderfelijk (bijv. naamw.) |
| peroratie | slotrede (zelfst. naamw.) |
| perplex | verbluft (Bijwoord) onthutst (bijv. naamw.) sprakeloos (bijv. naamw.) verbouwereerd (bijv. naamw.) paf (bijv. naamw.) ontsteld (bijv. naamw.) getroffen (bijv. naamw.) zwijgend (bijv. naamw.) stomverbaasd (bijv. naamw.) stom (bijv. naamw.) overbluft (bijv. naamw.) verbaasd (bijv. naamw.) ontzet (bijv. naamw.) ontdaan (bijv. naamw.) beduusd (bijv. naamw.) |
| perplexheid | verdwaasdheid (zelfst. naamw.) |
| perron | platform (zelfst. naamw.) |
| Pers | bladen (zelfst. naamw.) |
| pers | drukpers (zelfst. naamw.) |
| Pers | journalisten (zelfst. naamw.) Perzisch tapijt (zelfst. naamw.) |
| persbericht | communiqué (zelfst. naamw.) nieuwsbericht (zelfst. naamw.) |
| persbureau | nieuwsagentschap (zelfst. naamw.) |
| persen | baren (werkwoord) dringen (werkwoord) samendrukken (werkwoord) strijken (werkwoord) stuwen (werkwoord) uitpersen (werkwoord) vervaardigen (werkwoord) leegknijpen (werkwoord) |
| persevereren | doorzetten (werkwoord) |
| persiflage | parodie (Zelfst. Naamw.) karikatuur (zelfst. naamw.) paro (zelfst. naamw.) |
| persisteren | handhaven (werkwoord) volharden (overig.) |
| personage | figuur (Zelfst. Naamw.) karakter (zelfst. naamw.) persoon (zelfst. naamw.) persoonlijkheid (zelfst. naamw.) |
| personageuitbeelding | rol (zelfst. naamw.) |
| personaliteit | karakter (zelfst. naamw.) |
| personeel | individueel (bijv. naamw.) medewerkers (zelfst. naamw.) staf (zelfst. naamw.) gevolg (zelfst. naamw.) aanhang (zelfst. naamw.) |
| personeelsbestand | personeelsbezetting (zelfst. naamw.) personeelsgegevens (zelfst. naamw.) |
| personeelsbezetting | personeelsbestand (zelfst. naamw.) |
| personeelslid | arbeider (zelfst. naamw.) arbeidskracht (zelfst. naamw.) klerk (zelfst. naamw.) medewerker (zelfst. naamw.) werkkracht (zelfst. naamw.) werknemer (zelfst. naamw.) arbei (zelfst. naamw.) |
| personen | luiden (zelfst. naamw.) |
| personificatie | belichaming (zelfst. naamw.) |
| personificeren | verpersoonlijken (overig.) personifiëren (overig.) |
| personifiëren | verpersoonlijken (werkwoord) personificeren (werkwoord) |
| persoon | iemand (Zelfst. Naamw.) figuur (zelfst. naamw.) hoofd (zelfst. naamw.) individu (zelfst. naamw.) man (zelfst. naamw.) mens (zelfst. naamw.) personage (zelfst. naamw.) persoonlijkheid (zelfst. naamw.) pief (zelfst. naamw.) sinjeur (zelfst. naamw.) wezen (zelfst. naamw.) ziel (zelfst. naamw.) mensenkind (zelfst. naamw.) sterveling (zelfst. naamw.) |
| persoonlijk | eigen (Bijvoeglijk naamwoord) individueel (bijv. naamw.) zelf (bijv. naamw.) subjectief (bijv. naamw.) |
| persoonlijkheid | figuur (zelfst. naamw.) karakter (zelfst. naamw.) personage (zelfst. naamw.) |
| persoonsbewijs | legitimatiebewijs (zelfst. naamw.) legitimatiepapieren (zelfst. naamw.) legitimatiekaart (zelfst. naamw.) legitimatie (zelfst. naamw.) identiteitsbewijs (zelfst. naamw.) |
| perspectief | context (zelfst. naamw.) doorzicht (zelfst. naamw.) gezichtspunt (zelfst. naamw.) invalshoek (zelfst. naamw.) kans (zelfst. naamw.) vooruitzicht (zelfst. naamw.) zienswijs (zelfst. naamw.) standpunt (zelfst. naamw.) oogpunt (zelfst. naamw.) gezichtshoek (zelfst. naamw.) toekomst (zelfst. naamw.) |
| perspex | plexiglas (zelfst. naamw.) |
| perspiratio | huidademhaling (zelfst. naamw.) |
| perspomp | pomp (zelfst. naamw.) |
| perswee | wee (zelfst. naamw.) |
| pertinent | afdoend (bijv. naamw.) onvoorwaardelijk (bijv. naamw.) absoluut (bijv. naamw.) beslist (bijv. naamw.) zeker (bijv. naamw.) volstrekt (bijv. naamw.) vaststaand (bijv. naamw.) |
| Pertinent | ter zake () Relevante,relevant () belangrijk () essentieel () |
| pertinentie | vastberadenheid (overig.) stelligheid (overig.) beslistheid (overig.) |