| Woord | Synoniem |
| o | tjonge (overig.) oh (overig.) och (overig.) ha (overig.) allemensen (overig.) allemachtig (overig.) ah (overig.) ach (overig.) |
| o.i.d. | ofzo (Afkorting) |
| obelisk | zuil (zelfst. naamw.) grafnaald (zelfst. naamw.) gedenknaald (zelfst. naamw.) |
| ober | bediende (zelfst. naamw.) kelner (zelfst. naamw.) tafelbediende (zelfst. naamw.) |
| obers | restaurantbedienden (zelfst. naamw.) bedienden (zelfst. naamw.) |
| obesitas | vetzucht (zelfst. naamw.) |
| object | kunstvoorwerp (zelfst. naamw.) voorwerp (zelfst. naamw.) zaak (zelfst. naamw.) item (zelfst. naamw.) goed (zelfst. naamw.) ding (zelfst. naamw.) artikel (zelfst. naamw.) |
| objectief | onpartijdig (bijv. naamw.) lens (zelfst. naamw.) feitelijk (zelfst. naamw.) waarneembaar (bijv. naamw.) |
| obligaat | gebruikelijk (bijv. naamw.) verplicht (bijv. naamw.) vereist (bijv. naamw.) obligatoir (bijv. naamw.) |
| obligatie | effect (zelfst. naamw.) schuldbrief (zelfst. naamw.) |
| obligatoir | verplicht (overig.) vereist (overig.) obligaat (overig.) |
| obligo | garantie (overig.) |
| obsceen | goor (bijv. naamw.) schuin (bijv. naamw.) vies (bijv. naamw.) vunzig (bijv. naamw.) zedeloos (bijv. naamw.) |
| obsceniteit | ontuchtigheid (zelfst. naamw.) vuitaal (zelfst. naamw.) vuiligheid (zelfst. naamw.) vuilheid (zelfst. naamw.) vuilbekkerij (zelfst. naamw.) schuinheid (zelfst. naamw.) |
| obscuriteit | duisternis (overig.) duisterheid (overig.) duister (overig.) donkerte (overig.) donker (overig.) |
| obscuur | duister (Bijvoeglijk naamwoord) donker (bijv. naamw.) louche (bijv. naamw.) vaag (bijv. naamw.) verdacht (bijv. naamw.) onguur (bijv. naamw.) glibberig (bijv. naamw.) dubieus (bijv. naamw.) |
| obsederen | intrigeren (werkwoord) |
| observatie | apperceptie (zelfst. naamw.) beschouwing (zelfst. naamw.) onderzoek (zelfst. naamw.) waarneming (zelfst. naamw.) perceptie (zelfst. naamw.) |
| observator | waarnemer (zelfst. naamw.) |
| observatorium | sterrenwacht (zelfst. naamw.) |
| observeren | bekijken (werkwoord) bespieden (werkwoord) gadeslaan (werkwoord) in acht nemen (werkwoord) kijken (werkwoord) waarnemen (werkwoord) zag (werkwoord) zie (werkwoord) zien (werkwoord) aanschouwen (zelfst. naamw.) respecteren (werkwoord) opvolgen (werkwoord) naleven (werkwoord) nakomen (werkwoord) gehoorzamen (werkwoord) eerbiedigen (werkwoord) bijhouden (werkwoord) bewandelen (werkwoord) voelen (werkwoord) signaleren (werkwoord) merken (werkwoord) horen (werkwoord) gewaarworden (werkwoord) |
| obsessie | bezetenheid (Zelfst. Naamw.) dwanggedachte (zelfst. naamw.) dwangvoorstelling (zelfst. naamw.) |
| obstakel | hindernis (Zelfst. Naamw.) belemmering (zelfst. naamw.) beletsel (zelfst. naamw.) klip (zelfst. naamw.) |
| obstakels | hindernissen (overig.) |
| obstetrisch | verloskundig (zelfst. naamw.) |
| obstinaat | bokkig (bijv. naamw.) |
| obstructie | verstopping (zelfst. naamw.) verhindering (zelfst. naamw.) belemmering (zelfst. naamw.) |
| obstrueren | belemmeren (werkwoord) |
| occasion | tweedehandskoop (overig.) |
| occlusie | afsluiting (zelfst. naamw.) |
| occult | geheim (bijv. naamw.) verborgen (bijv. naamw.) |
| occuperen | bezetten (werkwoord) |
| oceaan | wereldzee (Zelfst. Naamw.) zee (zelfst. naamw.) |
| oceaanstomer | passagiersschip (overig.) |
| och | wee (bijv. naamw.) tjonge (bijv. naamw.) oh (bijv. naamw.) o (bijv. naamw.) ha (bijv. naamw.) allemensen (bijv. naamw.) allemachtig (bijv. naamw.) ah (bijv. naamw.) ach (bijv. naamw.) helaas (bijv. naamw.) |
| ochtend | morgen (Zelfst. Naamw.) aanvang (zelfst. naamw.) |
| ochtendblad | krant (zelfst. naamw.) |
| ochtendgloren | dageraad (zelfst. naamw.) zonsopgang (zelfst. naamw.) ochtendstond (zelfst. naamw.) morgenschemering (zelfst. naamw.) |
| ochtendjas | duster (zelfst. naamw.) kamerjas (zelfst. naamw.) peignoir (zelfst. naamw.) |
| ochtendkrieken | dageraad (zelfst. naamw.) ochtendgloren (zelfst. naamw.) |
| ochtendpapierpooier | krantenwinkel (overig.) |
| ochtendstond | dageraad (zelfst. naamw.) morgen (zelfst. naamw.) ochtendgloren (zelfst. naamw.) zonsopgang (zelfst. naamw.) morgenschemering (zelfst. naamw.) |
| octaaf | toonschaal (zelfst. naamw.) toonladder (zelfst. naamw.) ladder (zelfst. naamw.) gamma (zelfst. naamw.) |
| octaaffluit | spillebeen (overig.) |