Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `O`

Pagina 1 van 72 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
o
tjonge (overig.)
oh (overig.)
och (overig.)
ha (overig.)
allemensen (overig.)
allemachtig (overig.)
ah (overig.)
ach (overig.)
o.i.d.
ofzo (Afkorting)
obelisk
zuil (zelfst. naamw.)
grafnaald (zelfst. naamw.)
gedenknaald (zelfst. naamw.)
ober
bediende (zelfst. naamw.)
kelner (zelfst. naamw.)
tafelbediende (zelfst. naamw.)
obers
restaurantbedienden (zelfst. naamw.)
bedienden (zelfst. naamw.)
obesitas
vetzucht (zelfst. naamw.)
object
kunstvoorwerp (zelfst. naamw.)
voorwerp (zelfst. naamw.)
zaak (zelfst. naamw.)
item (zelfst. naamw.)
goed (zelfst. naamw.)
ding (zelfst. naamw.)
artikel (zelfst. naamw.)
objectief
onpartijdig (bijv. naamw.)
lens (zelfst. naamw.)
feitelijk (zelfst. naamw.)
waarneembaar (bijv. naamw.)
obligaat
gebruikelijk (bijv. naamw.)
verplicht (bijv. naamw.)
vereist (bijv. naamw.)
obligatoir (bijv. naamw.)
obligatie
effect (zelfst. naamw.)
schuldbrief (zelfst. naamw.)
obligatoir
verplicht (overig.)
vereist (overig.)
obligaat (overig.)
obligo
garantie (overig.)
obsceen
goor (bijv. naamw.)
schuin (bijv. naamw.)
vies (bijv. naamw.)
vunzig (bijv. naamw.)
zedeloos (bijv. naamw.)
obsceniteit
ontuchtigheid (zelfst. naamw.)
vuitaal (zelfst. naamw.)
vuiligheid (zelfst. naamw.)
vuilheid (zelfst. naamw.)
vuilbekkerij (zelfst. naamw.)
schuinheid (zelfst. naamw.)
obscuriteit
duisternis (overig.)
duisterheid (overig.)
duister (overig.)
donkerte (overig.)
donker (overig.)
obscuur
duister (Bijvoeglijk naamwoord)
donker (bijv. naamw.)
louche (bijv. naamw.)
vaag (bijv. naamw.)
verdacht (bijv. naamw.)
onguur (bijv. naamw.)
glibberig (bijv. naamw.)
dubieus (bijv. naamw.)
obsederen
intrigeren (werkwoord)
observatie
apperceptie (zelfst. naamw.)
beschouwing (zelfst. naamw.)
onderzoek (zelfst. naamw.)
waarneming (zelfst. naamw.)
perceptie (zelfst. naamw.)
observator
waarnemer (zelfst. naamw.)
observatorium
sterrenwacht (zelfst. naamw.)
observeren
bekijken (werkwoord)
bespieden (werkwoord)
gadeslaan (werkwoord)
in acht nemen (werkwoord)
kijken (werkwoord)
waarnemen (werkwoord)
zag (werkwoord)
zie (werkwoord)
zien (werkwoord)
aanschouwen (zelfst. naamw.)
respecteren (werkwoord)
opvolgen (werkwoord)
naleven (werkwoord)
nakomen (werkwoord)
gehoorzamen (werkwoord)
eerbiedigen (werkwoord)
bijhouden (werkwoord)
bewandelen (werkwoord)
voelen (werkwoord)
signaleren (werkwoord)
merken (werkwoord)
horen (werkwoord)
gewaarworden (werkwoord)
obsessie
bezetenheid (Zelfst. Naamw.)
dwanggedachte (zelfst. naamw.)
dwangvoorstelling (zelfst. naamw.)
obstakel
hindernis (Zelfst. Naamw.)
belemmering (zelfst. naamw.)
beletsel (zelfst. naamw.)
klip (zelfst. naamw.)
obstakels
hindernissen (overig.)
obstetrisch
verloskundig (zelfst. naamw.)
obstinaat
bokkig (bijv. naamw.)
obstructie
verstopping (zelfst. naamw.)
verhindering (zelfst. naamw.)
belemmering (zelfst. naamw.)
obstrueren
belemmeren (werkwoord)
occasion
tweedehandskoop (overig.)
occlusie
afsluiting (zelfst. naamw.)
occult
geheim (bijv. naamw.)
verborgen (bijv. naamw.)
occuperen
bezetten (werkwoord)
oceaan
wereldzee (Zelfst. Naamw.)
zee (zelfst. naamw.)
oceaanstomer
passagiersschip (overig.)
och
wee (bijv. naamw.)
tjonge (bijv. naamw.)
oh (bijv. naamw.)
o (bijv. naamw.)
ha (bijv. naamw.)
allemensen (bijv. naamw.)
allemachtig (bijv. naamw.)
ah (bijv. naamw.)
ach (bijv. naamw.)
helaas (bijv. naamw.)
ochtend
morgen (Zelfst. Naamw.)
aanvang (zelfst. naamw.)
ochtendblad
krant (zelfst. naamw.)
ochtendgloren
dageraad (zelfst. naamw.)
zonsopgang (zelfst. naamw.)
ochtendstond (zelfst. naamw.)
morgenschemering (zelfst. naamw.)
ochtendjas
duster (zelfst. naamw.)
kamerjas (zelfst. naamw.)
peignoir (zelfst. naamw.)
ochtendkrieken
dageraad (zelfst. naamw.)
ochtendgloren (zelfst. naamw.)
ochtendpapierpooier
krantenwinkel (overig.)
ochtendstond
dageraad (zelfst. naamw.)
morgen (zelfst. naamw.)
ochtendgloren (zelfst. naamw.)
zonsopgang (zelfst. naamw.)
morgenschemering (zelfst. naamw.)
octaaf
toonschaal (zelfst. naamw.)
toonladder (zelfst. naamw.)
ladder (zelfst. naamw.)
gamma (zelfst. naamw.)
octaaffluit
spillebeen (overig.)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald