Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `N`

Pagina 8 van 15 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
neerzakken
neerploffen (werkwoord)
neerzetten
zetten (Werkwoord)
bijzetten (werkwoord)
deponeren (werkwoord)
geplaatst (werkwoord)
opstellen (werkwoord)
plaatsen (werkwoord)
planten (werkwoord)
poten (werkwoord)
nederzetten (werkwoord)
stationeren (werkwoord)
neerleggen (werkwoord)
leggen (werkwoord)
neerzien
minachten (werkwoord)
neerzijgen
neervallen (werkwoord)
neerzakken (werkwoord)
nefritis
nierontsteking (zelfst. naamw.)
nefroliet
niersteen (zelfst. naamw.)
nefropathie
nierziekte (zelfst. naamw.)
negatief
afbrekend (bijv. naamw.)
beklagend (bijv. naamw.)
ontkennend (bijv. naamw.)
afwezig (bijv. naamw.)
zeurderig (bijv. naamw.)
negende
negendeel (overig.)
negendeel
negende (overig.)
negental
team (zelfst. naamw.)
neger
zwarte (Zelfst. Naamw.)
kleurling (zelfst. naamw.)
afro (overig.)
negeren
veronachtzamen (werkwoord)
wegcijferen (werkwoord)
passeren (werkwoord)
ontafschuiven (werkwoord)
negerin
zwarte (Zelfst. Naamw.)
negorij
gat (zelfst. naamw.)
negotie
handel (zelfst. naamw.)
koophand (zelfst. naamw.)
handelsverkeer (zelfst. naamw.)
neigen
hellen (werkwoord)
zwemen (werkwoord)
overhellen (werkwoord)
neiging
aandrang (zelfst. naamw.)
aandrift (zelfst. naamw.)
aanleg (zelfst. naamw.)
geneigdheid (zelfst. naamw.)
aanvechting (zelfst. naamw.)
drang (zelfst. naamw.)
impuls (zelfst. naamw.)
tendens (zelfst. naamw.)
wankelend (zelfst. naamw.)
schuin (zelfst. naamw.)
helling (zelfst. naamw.)
hellend (zelfst. naamw.)
achteruitgaand (zelfst. naamw.)
inclinatie (zelfst. naamw.)
hang (zelfst. naamw.)
gezindheid (zelfst. naamw.)
drift (zelfst. naamw.)
trend (zelfst. naamw.)
nek
hals (zelfst. naamw.)
schouder (zelfst. naamw.)
nekken
de kop kosten (werkwoord)
verzieken (werkwoord)
ruïneren (werkwoord)
bederven (werkwoord)
nekslag
dood (zelfst. naamw.)
nekwerv
werv (overig.)
nekwervel
wervel (zelfst. naamw.)
nemen
aanpakken (werkwoord)
aanschaffen (werkwoord)
gebruiken (werkwoord)
graaien (werkwoord)
pakken (werkwoord)
vatten (werkwoord)
oprapen (werkwoord)
aanvatten (werkwoord)
douche (werkwoord)
nenia
treurdicht (zelfst. naamw.)
lijkzang (zelfst. naamw.)
treurzang (overig.)
nep
vals (Bijvoeglijk naamwoord)
namaak (Zelfst. Naamw.)
vervalst (bijv. naamw.)
bedrog (zelfst. naamw.)
rommel (zelfst. naamw.)
zwendelarij (zelfst. naamw.)
alsof (bijv. naamw.)
oplichterij (zelfst. naamw.)
knoeierij (zelfst. naamw.)
nabootsing (zelfst. naamw.)
imitatie (zelfst. naamw.)
neppen
bedonderen (werkwoord)
bedriegen (werkwoord)
nerf
ader (zelfst. naamw.)
nering
bedrijf (zelfst. naamw.)
handeldrijven (zelfst. naamw.)
klandizie (zelfst. naamw.)
koopwaar (zelfst. naamw.)
winkelbedrijf (zelfst. naamw.)
zaak (zelfst. naamw.)
handel (zelfst. naamw.)
ruilverkeer (zelfst. naamw.)
koophand (zelfst. naamw.)
handelsverkeer (zelfst. naamw.)
waar (zelfst. naamw.)
handelswaar (zelfst. naamw.)
nerts
mink (zelfst. naamw.)
nerveus
zenuwachtig (Bijvoeglijk naamwoord)
geladen (bijv. naamw.)
onrustig (bijv. naamw.)
geagiteerd (bijv. naamw.)
gejaagd (bijv. naamw.)
nervositeit
zenuwachtigheid (zelfst. naamw.)
nes
landtong (zelfst. naamw.)
nest
bed (zelfst. naamw.)
broedplaats (zelfst. naamw.)
gat (zelfst. naamw.)
hol (zelfst. naamw.)
kreng (zelfst. naamw.)
worp (zelfst. naamw.)
nesten
worpen (overig.)
nesthaar
dons (zelfst. naamw.)
nestor
senior (overig.)
oudste (overig.)
nestveren
livrei (overig.)
lakeien (overig.)
kenteken (overig.)
dienstkleding (overig.)
bedienden (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English