| Woord | Synoniem |
| mate | kwantiteit (zelfst. naamw.) trap (zelfst. naamw.) |
| mateloos | onbegrensd (Bijvoeglijk naamwoord) buitensporig (overig.) oneindig (overig.) uitermate (overig.) tomeloos (overig.) extreem (overig.) buitengemeen (overig.) bovenmatig (overig.) |
| mateloosheid | grenzeloosheid (zelfst. naamw.) onmatigheid (zelfst. naamw.) uitspatting (zelfst. naamw.) uitronding (zelfst. naamw.) uitbuiging (zelfst. naamw.) overdrijving (zelfst. naamw.) afdwaling (zelfst. naamw.) |
| materiaal | benodigdheden (zelfst. naamw.) benodigdheid (zelfst. naamw.) bouwstof (zelfst. naamw.) goedje (zelfst. naamw.) grondstof (zelfst. naamw.) spul (zelfst. naamw.) |
| materialen | benodigdheden (zelfst. naamw.) |
| materialist | materialistisch (overig.) |
| materialistisch | materialist (overig.) |
| materie | grondstof (zelfst. naamw.) onderwerp (zelfst. naamw.) stof (zelfst. naamw.) |
| materieel | concreet (bijv. naamw.) stoffelijk (bijv. naamw.) machines (zelfst. naamw.) materiaal (zelfst. naamw.) |
| matheid | futloosheid (zelfst. naamw.) slapheid (zelfst. naamw.) loomheid (zelfst. naamw.) |
| mathematica | wiskunde (zelfst. naamw.) wiskun (zelfst. naamw.) rekenkun (zelfst. naamw.) |
| mathematicus | wiskundige (zelfst. naamw.) |
| mathematisch | wiskundig (bijv. naamw.) |
| matig | middelmatig (Bijvoeglijk naamwoord) bescheiden (bijv. naamw.) sober (bijv. naamw.) stemmig (bijv. naamw.) nuchter (bijv. naamw.) bezadigd (bijv. naamw.) eenvoudig (bijv. naamw.) gering (bijv. naamw.) zwakjes (bijv. naamw.) zwak (bijv. naamw.) onbeduidend (bijv. naamw.) min (bijv. naamw.) |
| matigen | beperken (Werkwoord) lenigen (werkwoord) intomen (werkwoord) beteugelen (werkwoord) beheersen (werkwoord) bedwingen (werkwoord) bedaren (werkwoord) korten (werkwoord) bezuinigen (werkwoord) besparen (werkwoord) mingebruiken (werkwoord) temperen (werkwoord) dempen (werkwoord) verzachten (werkwoord) |
| matigheid | gematigdheid (zelfst. naamw.) soberheid (zelfst. naamw.) stemmigheid (zelfst. naamw.) ingetogenheid (zelfst. naamw.) |
| matiging | tempering (zelfst. naamw.) moderatie (zelfst. naamw.) mindering (zelfst. naamw.) |
| matinee | concert (zelfst. naamw.) namiddagvoorstelling (zelfst. naamw.) matineevoorstelling (zelfst. naamw.) |
| matineevoorstelling | namiddagvoorstelling (zelfst. naamw.) matinee (overig.) |
| matje | onderzetter (zelfst. naamw.) tafelmatje (zelfst. naamw.) placemat (zelfst. naamw.) onderlegger (zelfst. naamw.) mat (zelfst. naamw.) |
| matpartij | vechtpartij (overig.) strijden (overig.) knokpartij (overig.) kloppartij (overig.) handgemeen (overig.) gevecht (overig.) |
| matras | kapok (zelfst. naamw.) beddezak (zelfst. naamw.) |
| matrijs | gietvorm (zelfst. naamw.) matrix (zelfst. naamw.) vorm (zelfst. naamw.) modelvorm (zelfst. naamw.) mal (zelfst. naamw.) |
| matrix | matrijs (zelfst. naamw.) |
| matroos | janmaat (zelfst. naamw.) |
| matsen | bevoordelen (werkwoord) gunstig behandelen (werkwoord) |
| matten | knokken (werkwoord) meppen (werkwoord) strijden (werkwoord) vechten (werkwoord) kampen (werkwoord) duelleren (werkwoord) bakkeleien (werkwoord) |
| mattenklopper | klopper (overig.) tapijtklopper (overig.) tapijtenklopper (overig.) |
| mausoleum | graf (zelfst. naamw.) |
| mauwen | miauwen (werkwoord) |
| mavo | vmbo () |
| maximaal | hoogstens (Bijwoord) grootst (bijv. naamw.) hooguit (bijv. naamw.) uiterst (bijv. naamw.) meest (bijv. naamw.) hoogst (bijv. naamw.) extreem (bijv. naamw.) ergst (bijv. naamw.) buitengewoon (bijv. naamw.) bijzonder (bijv. naamw.) meestal (bijv. naamw.) |
| maximum | grens (zelfst. naamw.) plafond (zelfst. naamw.) top (zelfst. naamw.) maximumbedrag (zelfst. naamw.) |
| maximumbedrag | maximum (overig.) |
| maximumsnelheid | topsnelheid (zelfst. naamw.) ijl (zelfst. naamw.) |
| mazout | stookolie (zelfst. naamw.) |
| mazz | meevaller (overig.) |
| mazzel | geluk (zelfst. naamw.) meevaller (zelfst. naamw.) zegen (zelfst. naamw.) |
| mazzelaar | geluksvogel (overig.) |
| mazzelen | slagen (werkwoord) |
| mazzhebben | treffen (overig.) |
| me | mij (pronoun) |
| meander | rivierbocht (overig.) |
| mecanicien | monteur (zelfst. naamw.) |
| mecenas | begunstiger (zelfst. naamw.) beschermheer (zelfst. naamw.) |
| mechaniek | apparaat (zelfst. naamw.) mechanisme (zelfst. naamw.) raderwerk (zelfst. naamw.) |