Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `M`

Pagina 11 van 32 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
medewerkend
welwillend (overig.)
coöperatief (overig.)
medewerker
personeelslid (Zelfst. Naamw.)
collega (zelfst. naamw.)
functionaris (zelfst. naamw.)
teamgenoot (zelfst. naamw.)
maat (zelfst. naamw.)
werknemer (zelfst. naamw.)
werkkracht (zelfst. naamw.)
klerk (zelfst. naamw.)
arbeidskracht (zelfst. naamw.)
arbei (zelfst. naamw.)
medewerkers
mens (zelfst. naamw.)
personeel (zelfst. naamw.)
partners (overig.)
medewerking
assistentie (zelfst. naamw.)
coöperatie (zelfst. naamw.)
hulp (zelfst. naamw.)
samenwerking (zelfst. naamw.)
toedoen (zelfst. naamw.)
medewerkster
personeelslid (Zelfst. Naamw.)
medeweten
kennis (zelfst. naamw.)
weten (zelfst. naamw.)
medezeggenschap
inspraak (zelfst. naamw.)
medezuster
medemens (zelfst. naamw.)
media
communicatiemiddelen (zelfst. naamw.)
paparazzi (overig.)
mediator
hulpmiddel (zelfst. naamw.)
medicament
geneesmiddel (zelfst. naamw.)
medicijn (zelfst. naamw.)
remedie (zelfst. naamw.)
middel (zelfst. naamw.)
artsenijmiddel (zelfst. naamw.)
medicijn
geneesmiddel (Zelfst. Naamw.)
geneeskunde (zelfst. naamw.)
pil (zelfst. naamw.)
medicament (zelfst. naamw.)
remedie (zelfst. naamw.)
middel (zelfst. naamw.)
artsenijmiddel (zelfst. naamw.)
medicijnen
geneeskunde (zelfst. naamw.)
medicijn (zelfst. naamw.)
heelkun (zelfst. naamw.)
geneeskunst (zelfst. naamw.)
geneeskun (zelfst. naamw.)
medicijnflesje
fiool (zelfst. naamw.)
medicinaal
geneeskundig (bijv. naamw.)
geneeskrachtig (bijv. naamw.)
medisch (bijv. naamw.)
medicriet
mediocriteit (overig.)
medicus
arts (zelfst. naamw.)
geneesheer (zelfst. naamw.)
dokter (zelfst. naamw.)
mediëren
bemiddelen (werkwoord)
medio
tussen (overig.)
onder (overig.)
middenin (overig.)
midden (overig.)
mediocre
matig (overig.)
mediocriteit
middelmaat (zelfst. naamw.)
medicriet (zelfst. naamw.)
medisch
geneeskundig (bijv. naamw.)
medicinaal (bijv. naamw.)
meditatie
beschouwing (zelfst. naamw.)
bespiegeling (zelfst. naamw.)
contemplatie (zelfst. naamw.)
overpeinzing (zelfst. naamw.)
overdenking (zelfst. naamw.)
gepeins (zelfst. naamw.)
meditatief
beschouwend (bijv. naamw.)
mediteren
overpeinzen (werkwoord)
medium
gemiddeld (bijv. naamw.)
hulpmiddel (zelfst. naamw.)
instrument (zelfst. naamw.)
intermediair (zelfst. naamw.)
carrier (zelfst. naamw.)
modaal (zelfst. naamw.)
middelmatig (zelfst. naamw.)
doorsnee (zelfst. naamw.)
omgeving (zelfst. naamw.)
milieu (zelfst. naamw.)
medley
potpourri (zelfst. naamw.)
medullair
mergachtig (bijv. naamw.)
mee
mede (bijv. naamw.)
mee-eter
comedo (zelfst. naamw.)
vetpuistje (zelfst. naamw.)
pukkel (zelfst. naamw.)
puistje (zelfst. naamw.)
meebeslissen
meespreken (werkwoord)
meebetalen
bijleggen (werkwoord)
meebrengen
brengen (werkwoord)
eisen (werkwoord)
meenemen (werkwoord)
medebrengen (werkwoord)
vergaderen (werkwoord)
medenemen (werkwoord)
bijeenbrengen (werkwoord)
afhalen (werkwoord)
meeconverseren
meepraten (overig.)
meedelen
bekendmaken (Werkwoord)
deelhebben (werkwoord)
rapporteren (werkwoord)
mededelen (werkwoord)
verwittigen (werkwoord)
aankondigen (werkwoord)
voortzeggen (werkwoord)
berichten (werkwoord)
melden (werkwoord)
informeren (werkwoord)
meedingen
mededingen (werkwoord)
wedijveren (werkwoord)
concurreren (werkwoord)
meedoen
deelnemen (werkwoord)
meespelen (werkwoord)
participeren (werkwoord)
meedogend
barmhartig (overig.)
meedogenloos
wreed (Bijvoeglijk naamwoord)
genadeloos (bijv. naamw.)
hard (bijv. naamw.)
hardvochtig (bijv. naamw.)
ongenadig (bijv. naamw.)
onverbiddelijk (bijv. naamw.)
spijkerhard (bijv. naamw.)
zonder medelijden (bijv. naamw.)
afstraffing (bijv. naamw.)
onbarmhartig (bijv. naamw.)
meedogenloosheid
ongevoeligheid (zelfst. naamw.)
gevoelloosheid (zelfst. naamw.)
emotieloosheid (zelfst. naamw.)
meedraaien
meedoen (werkwoord)
meedragen
wegvoeren (werkwoord)
wegslepen (werkwoord)
wegsjouwen (werkwoord)
wegdragen (werkwoord)
afvoeren (werkwoord)
meeëter
comedo (zelfst. naamw.)
meegaan
instemmen (werkwoord)
vergezellen (werkwoord)
volgen (werkwoord)
meelopen (werkwoord)
geleiden (werkwoord)
escorteren (werkwoord)
chaperonneren (werkwoord)
begeleiden (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English