Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `L`

Pagina 9 van 33 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
leed
kruis (zelfst. naamw.)
droefenis (zelfst. naamw.)
tegenspoed (zelfst. naamw.)
verdriet (zelfst. naamw.)
leedwezen
spijt (zelfst. naamw.)
rouwbeklag (zelfst. naamw.)
medelijden (zelfst. naamw.)
medeleven (zelfst. naamw.)
deelneming (zelfst. naamw.)
deelname (zelfst. naamw.)
condoleance (zelfst. naamw.)
leefeenheid
appartement (zelfst. naamw.)
leefgemeenschap (zelfst. naamw.)
wooneenheid (zelfst. naamw.)
leefgebied
territorium (zelfst. naamw.)
leefgemeenschap
commune (zelfst. naamw.)
woongemeenschap (zelfst. naamw.)
woongroep (zelfst. naamw.)
leefklimaat
milieu (zelfst. naamw.)
leefmilieu (zelfst. naamw.)
leefkring
leefwereld (overig.)
leefmilieu
leefklimaat (overig.)
milieu (overig.)
leefomgeving (overig.)
leefnet
net (zelfst. naamw.)
leefomgeving
milieu (zelfst. naamw.)
leefmilieu (zelfst. naamw.)
leefregel
dieet (zelfst. naamw.)
leeftocht
proviand (zelfst. naamw.)
leefwereld
leefkring (overig.)
leefwijze
levensstijl (zelfst. naamw.)
stijl (zelfst. naamw.)
levenswijze (zelfst. naamw.)
leeg
uitgeput (Bijvoeglijk naamwoord)
doodmoe (Bijvoeglijk naamwoord)
hol (bijv. naamw.)
inhoudsloos (bijv. naamw.)
ledig (bijv. naamw.)
lens (bijv. naamw.)
nietszeggend (bijv. naamw.)
ongevuld (bijv. naamw.)
uitdrukkingsloos (bijv. naamw.)
wezenloos (bijv. naamw.)
onbezet (bijv. naamw.)
loos (bijv. naamw.)
ijdel (bijv. naamw.)
wazig (bijv. naamw.)
glazig (bijv. naamw.)
zoninhoud (bijv. naamw.)
leegbranden
uitbranden (overig.)
platbranden (overig.)
afbranden (overig.)
leegdrinken
ledigen (werkwoord)
leegmaken (werkwoord)
legen (werkwoord)
uitdrinken (werkwoord)
opdrinken (werkwoord)
leegeten
opeten (werkwoord)
leeggieten
ledigen (werkwoord)
leegmaken (werkwoord)
legen (werkwoord)
uitgieten (werkwoord)
leeggooien
legen (werkwoord)
leeghalen
leegmaken (Werkwoord)
beroven (werkwoord)
ledigen (werkwoord)
plunderen (werkwoord)
uithalen (werkwoord)
uitpersen (werkwoord)
uitzuigen (werkwoord)
legen (werkwoord)
uitknijpen (werkwoord)
leegheid
holheid (zelfst. naamw.)
voosheid (zelfst. naamw.)
leeghoofd
kwast (zelfst. naamw.)
leeghoofden
sukkels (overig.)
domkoppen (overig.)
leeghoofdig
onbenullig (bijv. naamw.)
onnozel (bijv. naamw.)
leeghoofdje
sufferdje (overig.)
leeghozen
hozen (werkwoord)
uitscheppen (werkwoord)
leegknijpen
uitdrukken (werkwoord)
uitpersen (werkwoord)
persen (werkwoord)
uitknijpen (werkwoord)
leeglikken
uitlikken (overig.)
leegloop
exodus (zelfst. naamw.)
leeglopen
lanterfanten (werkwoord)
leeg worden (werkwoord)
vrijlopen (werkwoord)
leegloper
baliekluiver (zelfst. naamw.)
slapkous (zelfst. naamw.)
slampamper (zelfst. naamw.)
nietsnut (zelfst. naamw.)
lijntrekker (zelfst. naamw.)
lapzwans (zelfst. naamw.)
lanterfanter (zelfst. naamw.)
lamzak (zelfst. naamw.)
lammeling (zelfst. naamw.)
geitenbreier (zelfst. naamw.)
lanterfant (zelfst. naamw.)
flierefluiter (zelfst. naamw.)
leegmaken
ledigen (werkwoord)
leegdrinken (werkwoord)
leeggieten (werkwoord)
leeghalen (werkwoord)
legen (werkwoord)
uitladen (zelfst. naamw.)
uitgieten (werkwoord)
uitdrinken (werkwoord)
opdrinken (werkwoord)
uithalen (werkwoord)
leegplunderen
leegroven (werkwoord)
plunderen (werkwoord)
uitplunderen (werkwoord)
roven (werkwoord)
leegstelen (werkwoord)
leegpompen
uitpompen (werkwoord)
leegroven
leegplunderen (werkwoord)
plunderen (werkwoord)
leegstelen (werkwoord)
leegruimen
evacueren (werkwoord)
ontruimen (werkwoord)
leegstelen
plunderen (overig.)
leegroven (overig.)
leegplunderen (overig.)
leegte
gat (Zelfst. Naamw.)
leemte (Zelfst. Naamw.)
inhoudsloosheid (zelfst. naamw.)
lacune (zelfst. naamw.)
ledigheid (zelfst. naamw.)
leegzuigen
uitzuigen (werkwoord)
leek
amateur (zelfst. naamw.)
oningewijde (zelfst. naamw.)
niet-ingewijde (zelfst. naamw.)
leek-zijn
leken (overig.)
leem
grondsoort (zelfst. naamw.)
klei (zelfst. naamw.)
leemachtig
grondachtig (overig.)
kleiachtig (overig.)
leeman
ledenpop (zelfst. naamw.)
leemte
gaping (zelfst. naamw.)
lacune (zelfst. naamw.)
leegte (zelfst. naamw.)
hiaat (overig.)
leen
bruikleen (zelfst. naamw.)
leengoed (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English