| Woord | Synoniem |
| leed | kruis (zelfst. naamw.) droefenis (zelfst. naamw.) tegenspoed (zelfst. naamw.) verdriet (zelfst. naamw.) |
| leedwezen | spijt (zelfst. naamw.) rouwbeklag (zelfst. naamw.) medelijden (zelfst. naamw.) medeleven (zelfst. naamw.) deelneming (zelfst. naamw.) deelname (zelfst. naamw.) condoleance (zelfst. naamw.) |
| leefeenheid | appartement (zelfst. naamw.) leefgemeenschap (zelfst. naamw.) wooneenheid (zelfst. naamw.) |
| leefgebied | territorium (zelfst. naamw.) |
| leefgemeenschap | commune (zelfst. naamw.) woongemeenschap (zelfst. naamw.) woongroep (zelfst. naamw.) |
| leefklimaat | milieu (zelfst. naamw.) leefmilieu (zelfst. naamw.) |
| leefkring | leefwereld (overig.) |
| leefmilieu | leefklimaat (overig.) milieu (overig.) leefomgeving (overig.) |
| leefnet | net (zelfst. naamw.) |
| leefomgeving | milieu (zelfst. naamw.) leefmilieu (zelfst. naamw.) |
| leefregel | dieet (zelfst. naamw.) |
| leeftocht | proviand (zelfst. naamw.) |
| leefwereld | leefkring (overig.) |
| leefwijze | levensstijl (zelfst. naamw.) stijl (zelfst. naamw.) levenswijze (zelfst. naamw.) |
| leeg | uitgeput (Bijvoeglijk naamwoord) doodmoe (Bijvoeglijk naamwoord) hol (bijv. naamw.) inhoudsloos (bijv. naamw.) ledig (bijv. naamw.) lens (bijv. naamw.) nietszeggend (bijv. naamw.) ongevuld (bijv. naamw.) uitdrukkingsloos (bijv. naamw.) wezenloos (bijv. naamw.) onbezet (bijv. naamw.) loos (bijv. naamw.) ijdel (bijv. naamw.) wazig (bijv. naamw.) glazig (bijv. naamw.) zoninhoud (bijv. naamw.) |
| leegbranden | uitbranden (overig.) platbranden (overig.) afbranden (overig.) |
| leegdrinken | ledigen (werkwoord) leegmaken (werkwoord) legen (werkwoord) uitdrinken (werkwoord) opdrinken (werkwoord) |
| leegeten | opeten (werkwoord) |
| leeggieten | ledigen (werkwoord) leegmaken (werkwoord) legen (werkwoord) uitgieten (werkwoord) |
| leeggooien | legen (werkwoord) |
| leeghalen | leegmaken (Werkwoord) beroven (werkwoord) ledigen (werkwoord) plunderen (werkwoord) uithalen (werkwoord) uitpersen (werkwoord) uitzuigen (werkwoord) legen (werkwoord) uitknijpen (werkwoord) |
| leegheid | holheid (zelfst. naamw.) voosheid (zelfst. naamw.) |
| leeghoofd | kwast (zelfst. naamw.) |
| leeghoofden | sukkels (overig.) domkoppen (overig.) |
| leeghoofdig | onbenullig (bijv. naamw.) onnozel (bijv. naamw.) |
| leeghoofdje | sufferdje (overig.) |
| leeghozen | hozen (werkwoord) uitscheppen (werkwoord) |
| leegknijpen | uitdrukken (werkwoord) uitpersen (werkwoord) persen (werkwoord) uitknijpen (werkwoord) |
| leeglikken | uitlikken (overig.) |
| leegloop | exodus (zelfst. naamw.) |
| leeglopen | lanterfanten (werkwoord) leeg worden (werkwoord) vrijlopen (werkwoord) |
| leegloper | baliekluiver (zelfst. naamw.) slapkous (zelfst. naamw.) slampamper (zelfst. naamw.) nietsnut (zelfst. naamw.) lijntrekker (zelfst. naamw.) lapzwans (zelfst. naamw.) lanterfanter (zelfst. naamw.) lamzak (zelfst. naamw.) lammeling (zelfst. naamw.) geitenbreier (zelfst. naamw.) lanterfant (zelfst. naamw.) flierefluiter (zelfst. naamw.) |
| leegmaken | ledigen (werkwoord) leegdrinken (werkwoord) leeggieten (werkwoord) leeghalen (werkwoord) legen (werkwoord) uitladen (zelfst. naamw.) uitgieten (werkwoord) uitdrinken (werkwoord) opdrinken (werkwoord) uithalen (werkwoord) |
| leegplunderen | leegroven (werkwoord) plunderen (werkwoord) uitplunderen (werkwoord) roven (werkwoord) leegstelen (werkwoord) |
| leegpompen | uitpompen (werkwoord) |
| leegroven | leegplunderen (werkwoord) plunderen (werkwoord) leegstelen (werkwoord) |
| leegruimen | evacueren (werkwoord) ontruimen (werkwoord) |
| leegstelen | plunderen (overig.) leegroven (overig.) leegplunderen (overig.) |
| leegte | gat (Zelfst. Naamw.) leemte (Zelfst. Naamw.) inhoudsloosheid (zelfst. naamw.) lacune (zelfst. naamw.) ledigheid (zelfst. naamw.) |
| leegzuigen | uitzuigen (werkwoord) |
| leek | amateur (zelfst. naamw.) oningewijde (zelfst. naamw.) niet-ingewijde (zelfst. naamw.) |
| leek-zijn | leken (overig.) |
| leem | grondsoort (zelfst. naamw.) klei (zelfst. naamw.) |
| leemachtig | grondachtig (overig.) kleiachtig (overig.) |
| leeman | ledenpop (zelfst. naamw.) |
| leemte | gaping (zelfst. naamw.) lacune (zelfst. naamw.) leegte (zelfst. naamw.) hiaat (overig.) |
| leen | bruikleen (zelfst. naamw.) leengoed (zelfst. naamw.) |