Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `K`

Pagina 4 van 49 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
kamp
tweekamp (zelfst. naamw.)
duel (zelfst. naamw.)
strijd (zelfst. naamw.)
legerkamp (zelfst. naamw.)
legering (zelfst. naamw.)
tentenkamp (zelfst. naamw.)
kampanje
scheepskampanje (zelfst. naamw.)
kampeerauto
camper (Zelfst. Naamw.)
kampeerwagen (zelfst. naamw.)
kampeerbus (zelfst. naamw.)
motorhome (overig.)
kampeerbus
kampeerwagen (overig.)
kampeerauto (overig.)
camper (overig.)
kampeerder
trekker (zelfst. naamw.)
kampeerplaats
camping (zelfst. naamw.)
campingplek (zelfst. naamw.)
kampeertent
tent (zelfst. naamw.)
kampeerterrein
camping (Zelfst. Naamw.)
kamp (zelfst. naamw.)
kampeerwagen
kampeerbus (overig.)
kampeerauto (overig.)
camper (overig.)
kampement
kamp (zelfst. naamw.)
legering (zelfst. naamw.)
legerkamp (zelfst. naamw.)
legerplaats (zelfst. naamw.)
tentenkamp (zelfst. naamw.)
kampen
knokken (werkwoord)
Kampen
strijden (werkwoord)
kampen
vechten (werkwoord)
matten (werkwoord)
duelleren (werkwoord)
bakkeleien (werkwoord)
kamperen
tentslapen (werkwoord)
kampioen
strijder (zelfst. naamw.)
titelhouder (zelfst. naamw.)
winnaar (zelfst. naamw.)
kampplaats
strijdperk (zelfst. naamw.)
strijdtoneel (zelfst. naamw.)
arena (zelfst. naamw.)
kamprechter
scheidsrechter (overig.)
scheidsman (overig.)
kampvechter
vechter (zelfst. naamw.)
kamwiel
kettingrad (zelfst. naamw.)
kettingwiel (zelfst. naamw.)
tandwiel (zelfst. naamw.)
kamwielen
kettingwielen (zelfst. naamw.)
kettingraderen (zelfst. naamw.)
kan
karaf (zelfst. naamw.)
schenkkan (zelfst. naamw.)
kanaal
contact (Zelfst. Naamw.)
weg (Zelfst. Naamw.)
gracht (zelfst. naamw.)
nauw (zelfst. naamw.)
vaart (zelfst. naamw.)
kanalen
vaarten (overig.)
kanarie
piet (zelfst. naamw.)
kanariegeel
knalgeel (overig.)
kandelaar
kaarsenstandaard (zelfst. naamw.)
kandelaber (zelfst. naamw.)
luchter (zelfst. naamw.)
kaarsenhouder (zelfst. naamw.)
kandelaber
kandelaar (zelfst. naamw.)
luchter (zelfst. naamw.)
kandidaat
examinandus (Zelfst. Naamw.)
deelnemer (zelfst. naamw.)
examenkandidaat (zelfst. naamw.)
gegadigde (zelfst. naamw.)
geinteresseerde (zelfst. naamw.)
aspirant (zelfst. naamw.)
kandidaat-notaris
kandidaatnotaris (zelfst. naamw.)
kandidaatnotaris
kandidaat-notaris (zelfst. naamw.)
kandidaatsstelling
kandidatuur (zelfst. naamw.)
kandidate
examinandus (Zelfst. Naamw.)
kandidatuur
kandidaatsstelling (zelfst. naamw.)
kanen
eten (werkwoord)
kanibaal
antopofaag (overig.)
kanis
kop (zelfst. naamw.)
waffel (zelfst. naamw.)
kanjer
joekel (Zelfst. Naamw.)
knaap (Zelfst. Naamw.)
spetter (zelfst. naamw.)
knoepert (zelfst. naamw.)
topper (zelfst. naamw.)
uitblinker (zelfst. naamw.)
loei (zelfst. naamw.)
kokkerd (zelfst. naamw.)
kokker (zelfst. naamw.)
knoert (zelfst. naamw.)
joek (zelfst. naamw.)
gevaarte (zelfst. naamw.)
stuk (zelfst. naamw.)
kankeraar
zuurpruim (zelfst. naamw.)
mopperaar (zelfst. naamw.)
knorrepot (zelfst. naamw.)
grompot (zelfst. naamw.)
brompot (zelfst. naamw.)
brombeer (zelfst. naamw.)
kankeren
mopperen (Werkwoord)
afkraken (werkwoord)
zeuren (werkwoord)
pruttelen (werkwoord)
morren (werkwoord)
klagen (werkwoord)
brommen (werkwoord)
kankergezwel
gezwel (zelfst. naamw.)
carcinoom (zelfst. naamw.)
kankerpit
mopperaar (zelfst. naamw.)
kankerverwekkend
carcinogeen (bijv. naamw.)
kannetje
schenkkannetje (overig.)
kannibaal
barbaar (zelfst. naamw.)
menseneter (zelfst. naamw.)
kano
bootje (overig.)
kanoën
kanovaren (werkwoord)
kanon
kanjer (Zelfst. Naamw.)
gewichtstuk (zelfst. naamw.)
geschut (zelfst. naamw.)
vuurmond (zelfst. naamw.)
stuk (zelfst. naamw.)
ster (zelfst. naamw.)
kei (zelfst. naamw.)
crack (zelfst. naamw.)
kanonna
kanonvuur (overig.)
kanonnen
geschut (overig.)
kanonneren
bestoken (werkwoord)
kanonschot
schot (zelfst. naamw.)
kanonvuur
kanonna (overig.)
kanovaren
kanoën (werkwoord)
kans
bof (zelfst. naamw.)
mogelijkheid (zelfst. naamw.)
vooruitzicht (zelfst. naamw.)
waagstuk (zelfst. naamw.)
risicovolonderneming (zelfst. naamw.)
risico (zelfst. naamw.)
gok (zelfst. naamw.)
gewaagonderneming (zelfst. naamw.)
gelegenheid (zelfst. naamw.)
spreekgestoelte (zelfst. naamw.)
preeksto (zelfst. naamw.)
toekomst (zelfst. naamw.)
perspectief (zelfst. naamw.)
kansberekening
kansrekening (zelfst. naamw.)
kansbrief
lot (zelfst. naamw.)
kansel
preekstoel (zelfst. naamw.)
kanselarij
griffie (zelfst. naamw.)
kanselrede
predikatie (zelfst. naamw.)
preek (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English