Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `K`

Pagina 11 van 49 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
kerkdienaar
koster (overig.)
kerkdienst
eredienst (zelfst. naamw.)
godsdienstoefening (zelfst. naamw.)
dienst (zelfst. naamw.)
kerkdorp
dorp (zelfst. naamw.)
kerkekamer
sacristie (overig.)
consistorie (overig.)
kerkelijk
geestelijk (bijv. naamw.)
kerksgezind (bijv. naamw.)
godsdienstig (bijv. naamw.)
vroom (bijv. naamw.)
religieus (bijv. naamw.)
godvruchtig (bijv. naamw.)
gelovig (bijv. naamw.)
kerks (bijv. naamw.)
kerkelijk recht
tucht (overig.)
kerken
bedehuizen (zelfst. naamw.)
kapellen (zelfst. naamw.)
kerkenraad
kerkvergadering (zelfst. naamw.)
kerker
cel (overig.)
cachot (overig.)
wildedierenkooi (overig.)
gevangenis (overig.)
dwinger (overig.)
onderaardgevangenis (overig.)
kerkergevangenis (overig.)
kerkergevangenis
onderaardgevangenis (overig.)
kerker (overig.)
kerkgebouw
bedehuis (zelfst. naamw.)
godshuis (zelfst. naamw.)
kerk (zelfst. naamw.)
tempel (zelfst. naamw.)
synagoog (zelfst. naamw.)
synagoge (zelfst. naamw.)
moskee (zelfst. naamw.)
kerkgebruik
rite (zelfst. naamw.)
kerkgemeenschap
kerk (zelfst. naamw.)
parochie (zelfst. naamw.)
kerkgenootschap
gezindte (zelfst. naamw.)
kerk (zelfst. naamw.)
kerkgezang
kerkzang (zelfst. naamw.)
kerkhof
begraafplaats (Zelfst. Naamw.)
kerkhoven
begraafplaatsen (overig.)
kerkklok
uurwerk (zelfst. naamw.)
kerkliederen
psalmen (overig.)
kerks
fijne (bijv. naamw.)
godsdienstig (bijv. naamw.)
kerksgezind (bijv. naamw.)
kerkelijk (bijv. naamw.)
kerksgezind
kerkelijk (bijv. naamw.)
kerks (bijv. naamw.)
kerksgezindheid
kerksheid (zelfst. naamw.)
kerksheid
kerksgezindheid (zelfst. naamw.)
kerktoren
toren (zelfst. naamw.)
kerkuil
torenuil (zelfst. naamw.)
uil (zelfst. naamw.)
kerkvergadering
concilie (zelfst. naamw.)
kerkviering
mis (zelfst. naamw.)
dienst (zelfst. naamw.)
kerkvolk
ecclesia (overig.)
kerkvoogd
opperpriester (overig.)
kerkvorst
aartsbisschop (zelfst. naamw.)
kerkzang
kerkgezang (zelfst. naamw.)
kermen
jammeren (werkwoord)
kreunen (werkwoord)
lamenteren (werkwoord)
Kermis
lunapark (zelfst. naamw.)
kermis
markt (zelfst. naamw.)
jaarbeurs (zelfst. naamw.)
kermisgast
kermisklant (overig.)
kermisklant
kermisgast (overig.)
kern
binnenste (zelfst. naamw.)
dorp (zelfst. naamw.)
essentie (zelfst. naamw.)
middelpunt (zelfst. naamw.)
midden (zelfst. naamw.)
centrum (zelfst. naamw.)
strekking (zelfst. naamw.)
hoofdzaak (zelfst. naamw.)
kernachtig
raak (bijv. naamw.)
bondig (bijv. naamw.)
kernachtig gezegde
aforisme (zelfst. naamw.)
kernbom
atoombom (zelfst. naamw.)
kernenergie
atoomenergie (overig.)
kernspreuk
aforisme (zelfst. naamw.)
motto (zelfst. naamw.)
kernwapen
atoomwapen (zelfst. naamw.)
kerosine
olie (zelfst. naamw.)
petroleum (zelfst. naamw.)
kerseboom
kersenboom (zelfst. naamw.)
kersenboom
kerseboom (zelfst. naamw.)
kerserood
kersrood (overig.)
kerspel
parochie (zelfst. naamw.)
kersrood
kerserood (overig.)
kerstenen
bekeren (werkwoord)
Kerstmis
kerst (Zelfst. Naamw.)
kerstversiering
piek (zelfst. naamw.)
kersvers
nieuw (bijv. naamw.)
net (bijv. naamw.)
kakelvers (bijv. naamw.)
kerven
inkepen (werkwoord)
uitsnijden (werkwoord)
kepen (werkwoord)
inkerven (werkwoord)
ket
kookket (overig.)
ketchup
tomatenketchup (Zelfst. Naamw.)
ketel
kookketel (zelfst. naamw.)
tank (zelfst. naamw.)
ketelbinkie
scheepsjongen (overig.)
ketelhuis
ketelruimte (overig.)
ketelruimte
ketelhuis (overig.)
keteltje
waterstoof (overig.)
waterkruik (overig.)
keteltrom
pauk (overig.)
keten
donderjagen (werkwoord)
aaneenschakeling (zelfst. naamw.)
bergschuren (zelfst. naamw.)
boei (zelfst. naamw.)
halssieraad (zelfst. naamw.)
ketting (zelfst. naamw.)
reeks (zelfst. naamw.)
winkelketen (zelfst. naamw.)
rij (zelfst. naamw.)
tracé (zelfst. naamw.)
kluister (zelfst. naamw.)
serie (zelfst. naamw.)
loodsen (zelfst. naamw.)
snoer (zelfst. naamw.)
ketenen
binden (werkwoord)
boeien (werkwoord)
kluisteren (werkwoord)
knevels (werkwoord)
kluisters (werkwoord)
ketjap
sojasaus (overig.)
ketoeknijpen
wurgen (overig.)
ketsen
afstoten (werkwoord)
neuken (werkwoord)
palen (werkwoord)
weggaan (werkwoord)
ketter
afvallige (zelfst. naamw.)
ketters (zelfst. naamw.)
afvallig (zelfst. naamw.)
kettergericht
ketterverbranding (overig.)
auto-da-fe (overig.)
ketterij
dwaalleer (zelfst. naamw.)
heresie (zelfst. naamw.)
ketters
ketter (overig.)
afvallig (overig.)
onrechtzinnig (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English