Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `J`

Pagina 4 van 5 Vorige 1 2 3 4 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
jongeren
jeugd (zelfst. naamw.)
adolescenten (zelfst. naamw.)
jongetje
joch (zelfst. naamw.)
jochie (zelfst. naamw.)
jonggeborene
kraamkind (overig.)
jongmaat
maatje (zelfst. naamw.)
pupil (zelfst. naamw.)
leerknecht (zelfst. naamw.)
jongmens
knaap (zelfst. naamw.)
jongere (zelfst. naamw.)
jongeman (zelfst. naamw.)
adolescent (zelfst. naamw.)
jongste
laatstgeborene (zelfst. naamw.)
benjamin (zelfst. naamw.)
jongstgeleden
laatst (overig.)
achterste (overig.)
jongstleden
afgelopen (Bijvoeglijk naamwoord)
laatstleden (bijv. naamw.)
jonker
edelman (zelfst. naamw.)
jonkheer (zelfst. naamw.)
jonkheer
jonker (zelfst. naamw.)
jonkheid
jeugd (zelfst. naamw.)
Jonkheid
architect (zelfst. naamw.)
jonko
joint (zelfst. naamw.)
jonkvrouw
freule (zelfst. naamw.)
maagd (zelfst. naamw.)
vrouwe (zelfst. naamw.)
Jood
Hebreeër (overig.)
joods
Hebreeër (overig.)
Hebreeuws (overig.)
Jiddisch (overig.)
jool
joligheid (zelfst. naamw.)
pret (zelfst. naamw.)
plezier (zelfst. naamw.)
lust (zelfst. naamw.)
leut (zelfst. naamw.)
genot (zelfst. naamw.)
genoegen (zelfst. naamw.)
pretmakerij (zelfst. naamw.)
lol (zelfst. naamw.)
keet (zelfst. naamw.)
jolijt (zelfst. naamw.)
joren
skaen (zelfst. naamw.)
jou
je (bijv. naamw.)
journaal
nieuws (Zelfst. Naamw.)
dagboek (zelfst. naamw.)
dagregister (zelfst. naamw.)
nieuwsjournaal (zelfst. naamw.)
journalist
verslaggever (Zelfst. Naamw.)
dagbladschrijver (zelfst. naamw.)
reporter (zelfst. naamw.)
referent (zelfst. naamw.)
rapporteur (zelfst. naamw.)
correspondent (zelfst. naamw.)
commentator (zelfst. naamw.)
berichtgever (zelfst. naamw.)
journaliste
verslaggeefster (overig.)
reportster (overig.)
journalisten
pers (zelfst. naamw.)
jouw
je (bijv. naamw.)
jouwe
uwe (overig.)
jouwen
joelen (werkwoord)
joviaal
hartelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
gemoedelijk (bijv. naamw.)
gul (bijv. naamw.)
winderig (bijv. naamw.)
fris (bijv. naamw.)
jovialiteit
hartelijkheid (zelfst. naamw.)
jub
gejuich (overig.)
jubelen
juichen (Werkwoord)
joelen (werkwoord)
jubelend
juichend (overig.)
jubelkreet
vreugdeschreeuw (overig.)
vreugdekreet (overig.)
jubelkreten
vreugdeschreeuwen (overig.)
vreugdekreten (overig.)
jubels (overig.)
jubels
vreugdeschreeuwen (overig.)
vreugdekreten (overig.)
jubelkreten (overig.)
jubilaris
feestvarken (zelfst. naamw.)
judas
ellendeling (zelfst. naamw.)
plaaggeest (zelfst. naamw.)
pestkop (zelfst. naamw.)
judicium
vonnis (overig.)
uitspraak (overig.)
sententie (overig.)
judo
vechtsport (zelfst. naamw.)
judomat
tatami (overig.)
juf
onderwijzeres (Zelfst. Naamw.)
juffrouw (zelfst. naamw.)
schooljuffrouw (zelfst. naamw.)
juffer
juffrouw (zelfst. naamw.)
jongedame (zelfst. naamw.)
waterjuffer (zelfst. naamw.)
libel (zelfst. naamw.)
juffrouw
onderwijzeres;juf (Zelfst. Naamw.)
dame (zelfst. naamw.)
juf (zelfst. naamw.)
mejuffrouw (zelfst. naamw.)
ongehuwde vrouw (zelfst. naamw.)
schooljuffrouw (zelfst. naamw.)
onderwijzeres (zelfst. naamw.)
juichen
joelen (werkwoord)
jubelen (werkwoord)
juichend
jubelend (overig.)

Vorige 1 2 3 4 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English