Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `I`

Pagina 6 van 24 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
inademen
ademhalen (werkwoord)
ruiken (werkwoord)
ademen (werkwoord)
inhaleren (werkwoord)
inademing
inspiratie (zelfst. naamw.)
inhalatie (zelfst. naamw.)
ademtocht (zelfst. naamw.)
ademhaling (zelfst. naamw.)
adem (zelfst. naamw.)
inadequaat
ongeschikt (overig.)
inauguratie
installatie (zelfst. naamw.)
inwijding (zelfst. naamw.)
wijdingsdienst (zelfst. naamw.)
inzegeningsplechtigheid (zelfst. naamw.)
inzegening (zelfst. naamw.)
inwijdingsplechtigheid (zelfst. naamw.)
inhuldiging (zelfst. naamw.)
inaugureren
inwijden (werkwoord)
inhuldigen (werkwoord)
inbaar
opvorderbaar (overig.)
opeisbaar (overig.)
incasseerbaar (overig.)
inbakeren
opwinden (werkwoord)
oprollen (werkwoord)
opheffen (werkwoord)
omwikkelen (werkwoord)
liquideren (werkwoord)
inzwachtelen (werkwoord)
baken (werkwoord)
afwikkelen (werkwoord)
inwikkelen (werkwoord)
inbalsemen
balsemen (overig.)
inbeelden
voorstellen (werkwoord)
inbeelding
arrogantie (zelfst. naamw.)
hoogmoed (zelfst. naamw.)
illusie (zelfst. naamw.)
waanidee (zelfst. naamw.)
zelfverheffing (zelfst. naamw.)
verwaandheid (zelfst. naamw.)
aanmatiging (zelfst. naamw.)
schaamteloosheid (zelfst. naamw.)
onwelgevoegelijkheid (zelfst. naamw.)
onkiesheid (zelfst. naamw.)
onbeschoftheid (zelfst. naamw.)
onbeschaamdheid (zelfst. naamw.)
laatdunkendheid (zelfst. naamw.)
indiscretie (zelfst. naamw.)
inbeeldingen
verbeeldingen (overig.)
hersenschimmen (overig.)
inbegrepen
inclusief (Bijvoeglijk naamwoord)
ingesloten (bijv. naamw.)
incluis (bijv. naamw.)
inbeslagneming
confiscatie (zelfst. naamw.)
zekerheidsstelling (zelfst. naamw.)
waarborging (zelfst. naamw.)
vrijwaring (zelfst. naamw.)
verzekering (zelfst. naamw.)
vaststelling (zelfst. naamw.)
beveiliging (zelfst. naamw.)
inbezitname
inbezitneming (overig.)
inbezitneming
toeëigening (werkwoord)
inbezitname (werkwoord)
inbijten
invreten (werkwoord)
inbijtend
bijtend (bijv. naamw.)
inwerkend (bijv. naamw.)
invretend (bijv. naamw.)
inbinden
boekbinden (werkwoord)
terugtrekken (werkwoord)
binden (werkwoord)
verdikken (werkwoord)
inkoken (werkwoord)
indikken (werkwoord)
inblazen
binnenblazen (werkwoord)
inblij
dolblij (overig.)
inblikken
inmaken (werkwoord)
inboed
huisraad (overig.)
boed (overig.)
inboedel
huisraad (Zelfst. Naamw.)
boedel (zelfst. naamw.)
meubilair (zelfst. naamw.)
meubels (zelfst. naamw.)
ameublement (zelfst. naamw.)
inboeken
registreren (werkwoord)
inboezemen
ingeven (werkwoord)
inspireren (werkwoord)
inboorling
autochtoon (zelfst. naamw.)
inlander (zelfst. naamw.)
inlan (zelfst. naamw.)
ingeborene (zelfst. naamw.)
inborduren
borduren (overig.)
inborst
aard (zelfst. naamw.)
geaardheid (zelfst. naamw.)
gemoed (zelfst. naamw.)
gemoedsgesteldheid (zelfst. naamw.)
inslag (zelfst. naamw.)
karakter (zelfst. naamw.)
mentaliteit (zelfst. naamw.)
natuur (zelfst. naamw.)
temperament (zelfst. naamw.)
gemoedsaard (zelfst. naamw.)
inborsten
geaardheden (overig.)
inbraak
braak (zelfst. naamw.)
diefstal (zelfst. naamw.)
kraak (zelfst. naamw.)
heist (overig.)
inbraakbeveiliging
luik (zelfst. naamw.)
inbranden
brandmerken (werkwoord)
markeren (werkwoord)
branden (werkwoord)
inbreken
een kraak zetten (Werkwoord)
kraken (werkwoord)
beroven (werkwoord)
inbreker
dief (zelfst. naamw.)
geveltoerist (zelfst. naamw.)
binnendringer (zelfst. naamw.)
inbreng
aandeel (zelfst. naamw.)
bijdrage (zelfst. naamw.)
inbrengen
(iets) bijdragen (Werkwoord)
aanbrengen (werkwoord)
bijdragen (werkwoord)
invoegen (werkwoord)
invoeren (werkwoord)
instoppen (werkwoord)
indoen (werkwoord)
invoer (werkwoord)
inleiding (werkwoord)
inbrenger
spaarder (zelfst. naamw.)
inbreuk
aantasting (zelfst. naamw.)
schending (zelfst. naamw.)
schennis (zelfst. naamw.)
inburgering
gewenning (zelfst. naamw.)
incalculeren
verdisconteren (werkwoord)
incapabel
onbekwaam (bijv. naamw.)
ongeschikt (bijv. naamw.)
incompetent (bijv. naamw.)
onkundig (bijv. naamw.)
incarceratie
inklemming (zelfst. naamw.)
incarnaat
vleeskleur (overig.)
inkarnaat (overig.)
hoogrokleur (overig.)
incarnatie
belichaming (zelfst. naamw.)
incasseer
inner (overig.)
incasseerbaar
opvorderbaar (bijv. naamw.)
opeisbaar (bijv. naamw.)
inbaar (bijv. naamw.)
incasseren
innen (werkwoord)
opvangen (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English