Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `I`

Pagina 11 van 24 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
ingetogen
zedig (bijv. naamw.)
kies (bijv. naamw.)
discrete (bijv. naamw.)
terughoudende (bijv. naamw.)
koel (bijv. naamw.)
gesloten (bijv. naamw.)
gereserveerd (bijv. naamw.)
geheimzinnig (bijv. naamw.)
ingetogenheid
bescheidenheid (zelfst. naamw.)
gematigdheid (zelfst. naamw.)
zedigheid (zelfst. naamw.)
stemmigheid (zelfst. naamw.)
matigheid (zelfst. naamw.)
ingeval
wanneer (overig.)
indien (overig.)
als (overig.)
ingevallen
hol (bijv. naamw.)
ingeven
dicteren (werkwoord)
inboezemen (werkwoord)
influisteren (werkwoord)
suggereren (werkwoord)
raden (werkwoord)
adviseren (werkwoord)
verstrekken (werkwoord)
geven (werkwoord)
souffleren (werkwoord)
inspireren (werkwoord)
toedienen (werkwoord)
geneesmiddtoedienen (werkwoord)
ingeving
inval (Zelfst. Naamw.)
idee (zelfst. naamw.)
inspiratie (overig.)
ingevoegd
ingelast (bijv. naamw.)
tussengeschoven (bijv. naamw.)
ingevoerd
geïmporteerd (bijv. naamw.)
ingetoetst (bijv. naamw.)
ingevolge
door (bijv. naamw.)
overeenkomstig (bijv. naamw.)
volgens (bijv. naamw.)
naar (bijv. naamw.)
langs (bijv. naamw.)
blijkens (bijv. naamw.)
ingevuld
invullen (zelfst. naamw.)
ingewanden
darm (zelfst. naamw.)
darmen (zelfst. naamw.)
pens (zelfst. naamw.)
ingewijd
adept (bijv. naamw.)
ingewijde
insider (Zelfst. Naamw.)
expert (zelfst. naamw.)
adept (zelfst. naamw.)
insi (zelfst. naamw.)
ingewikkeld
gecompliceerd (Bijvoeglijk naamwoord)
geleerd (bijv. naamw.)
moeilijk (bijv. naamw.)
ongemakkelijk (bijv. naamw.)
raadselachtig (bijv. naamw.)
warrig (bijv. naamw.)
complex (bijv. naamw.)
ingewikkeldheid
gecompliceerdheid (zelfst. naamw.)
probleem (zelfst. naamw.)
moeilijkheid (zelfst. naamw.)
ingeworteld
verstokt (overig.)
vastgegroeid (overig.)
geworteld (overig.)
ingezameld
gecollecteerd (overig.)
ingezetene
bewoner (zelfst. naamw.)
burger (zelfst. naamw.)
ingezien
ingekeken (bijv. naamw.)
ingooi
inworp (zelfst. naamw.)
ingrediënt
basisbestanddeel (zelfst. naamw.)
bestanddeel (zelfst. naamw.)
stuk (zelfst. naamw.)
onderdeel (zelfst. naamw.)
fractie (zelfst. naamw.)
element (zelfst. naamw.)
deel (zelfst. naamw.)
component (zelfst. naamw.)
ingreep
operatie (Zelfst. Naamw.)
interventie (zelfst. naamw.)
tussenkomst (zelfst. naamw.)
inmenging (zelfst. naamw.)
ingrijpen
toetasten (werkwoord)
toedoen (zelfst. naamw.)
tussenkomen (zelfst. naamw.)
tussenbeikomen (zelfst. naamw.)
interveniëren (zelfst. naamw.)
interrumperen (zelfst. naamw.)
interfereren (zelfst. naamw.)
bemiddelen (zelfst. naamw.)
toegrijpen (zelfst. naamw.)
grijpen (zelfst. naamw.)
aanpakken (zelfst. naamw.)
ingrijpend
drastisch (Bijvoeglijk naamwoord)
verreikend (bijv. naamw.)
verstrekkend (bijv. naamw.)
radicaal (bijv. naamw.)
inhaalcursus
stoomcursus (zelfst. naamw.)
inhaken op
reageren op (Werkwoord)
inhakken
inhouwen (werkwoord)
inhalatie
inademing (overig.)
ademtocht (overig.)
ademhaling (overig.)
adem (overig.)
inhalen
achterhalen (werkwoord)
bijkomen (werkwoord)
bijspijkeren (werkwoord)
inlopen (werkwoord)
intrekken (werkwoord)
passeren (werkwoord)
verwelkomen (werkwoord)
goedmaken (werkwoord)
revisie (werkwoord)
voorbijrijden (werkwoord)
voorbijgaan (werkwoord)
inhaleren
inademen (werkwoord)
inhalig
gierig (bijv. naamw.)
gulzig (bijv. naamw.)
hebberig (bijv. naamw.)
hebzuchtig (bijv. naamw.)
schraperig (bijv. naamw.)
schriel (bijv. naamw.)
vrekkig (bijv. naamw.)
begerig (bijv. naamw.)
krenterig (bijv. naamw.)
inhaligheid
schraapzucht (zelfst. naamw.)
inham
baai (zelfst. naamw.)
bocht (zelfst. naamw.)
boezem (zelfst. naamw.)
insnijding (overig.)
zeearm (zelfst. naamw.)
inhameren
instampen (overig.)
inhechtenisneming
arrestatie (zelfst. naamw.)
gevangenname (zelfst. naamw.)
vrijheidsberoving (zelfst. naamw.)
inverzekeringstelling (zelfst. naamw.)
inheems
autochtoon (bijv. naamw.)
inlands (bijv. naamw.)
endemisch (bijv. naamw.)
inheemse
inlandse (overig.)
inherent
eigen (Bijvoeglijk naamwoord)
samengaand (bijv. naamw.)
inhiberen
verhinderen (werkwoord)
inhibitie
rem (zelfst. naamw.)
remming (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English