Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `I`

Pagina 10 van 24 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
informant
spion (zelfst. naamw.)
tipgever (zelfst. naamw.)
zegsman (zelfst. naamw.)
bron (zelfst. naamw.)
informatica
computerkunde (zelfst. naamw.)
computerkun (zelfst. naamw.)
informatie
info (Zelfst. Naamw.)
gegevens (zelfst. naamw.)
inlichting (zelfst. naamw.)
kennisoverdracht (zelfst. naamw.)
verwittiging (zelfst. naamw.)
voorlichting (zelfst. naamw.)
terechtwijzing (zelfst. naamw.)
bericht (zelfst. naamw.)
mededeling (zelfst. naamw.)
kennisgeving (zelfst. naamw.)
convocatie (zelfst. naamw.)
informatieboek
gids (zelfst. naamw.)
informatiebron
bron (zelfst. naamw.)
informatiebureau
inlichtingenbureau (overig.)
informatief
leerzaam (Bijvoeglijk naamwoord)
leerrijk (bijv. naamw.)
instructief (bijv. naamw.)
informeel
officieus (Bijvoeglijk naamwoord)
vrijblijvend (bijv. naamw.)
familiair (bijv. naamw.)
gemeenzaam (bijv. naamw.)
gemoedelijk (bijv. naamw.)
voorlopig (bijv. naamw.)
informereceptie
instuif (overig.)
borr (overig.)
informeren
vragen naar (Werkwoord)
inlichten (werkwoord)
rapporteren (werkwoord)
vragen (werkwoord)
kennisgeving (zelfst. naamw.)
voorlichting (zelfst. naamw.)
voorlichten (werkwoord)
verwittigen (werkwoord)
berichten (werkwoord)
melden (werkwoord)
meedelen (werkwoord)
zeggen (werkwoord)
kond doen (werkwoord)
kennisgeven (werkwoord)
aanzeggen (werkwoord)
aankondigen (werkwoord)
navragen (werkwoord)
waarschuwen (werkwoord)
tippen (werkwoord)
informerend
navragend (bijv. naamw.)
Infrarood
verbinding (zelfst. naamw.)
infrastructuur
grondorganisatie (overig.)
wegennet (overig.)
infusie
inprenten (overig.)
doordringen (overig.)
aftreksel (overig.)
infusum
infuus (zelfst. naamw.)
infuus
baxter (Zelfst. Naamw.)
infusum (zelfst. naamw.)
ingaan
beginnen (werkwoord)
binnentreden (werkwoord)
reageren (werkwoord)
binnenstappen (werkwoord)
binnenlopen (werkwoord)
binnenkomen (werkwoord)
binnengaan (werkwoord)
betreden (werkwoord)
inkomen (werkwoord)
ingang
entree (zelfst. naamw.)
mond (zelfst. naamw.)
poort (zelfst. naamw.)
portaal (zelfst. naamw.)
toegang (zelfst. naamw.)
trefwoord (zelfst. naamw.)
inlaat (zelfst. naamw.)
ingebeeld
gewaand (bijv. naamw.)
imaginair (bijv. naamw.)
schoolmeesterachtig (bijv. naamw.)
snobistisch (bijv. naamw.)
verwaand (bijv. naamw.)
zelfingenomen (bijv. naamw.)
arrogant (bijv. naamw.)
pretentieus (bijv. naamw.)
hypothetisch (bijv. naamw.)
denkbeeldig (bijv. naamw.)
overeengekomen (bijv. naamw.)
fictief (bijv. naamw.)
zelfgenoegzaam (bijv. naamw.)
pedant (bijv. naamw.)
frikkerig (bijv. naamw.)
belerend (bijv. naamw.)
ijdel (bijv. naamw.)
ingeblikt
ingemaakt (bijv. naamw.)
ingeboren
aangeboren (bijv. naamw.)
ingeborene
inlan (overig.)
inboorling (overig.)
autochtoon (overig.)
ingebouwd
ingebouwde (bijv. naamw.)
ingebouwde
ingebouwd (bijv. naamw.)
ingebrand
brandschilderwerk (overig.)
ingebruikneming
inwijding (zelfst. naamw.)
opening (zelfst. naamw.)
ingediend
voorgelegd (bijv. naamw.)
ingedikt sap
gelei (overig.)
ingehaald
binnengehaald (bijv. naamw.)
ingehouden
geremd (overig.)
ingekeken
ingezien (bijv. naamw.)
ingeklemd
beklemd (bijv. naamw.)
ingekort
verkort (bijv. naamw.)
ingekrompen
beperkt (bijv. naamw.)
verminderd (bijv. naamw.)
ingeslonken (bijv. naamw.)
ingelast
ingevoegd (bijv. naamw.)
tussengeschoven (bijv. naamw.)
ingemaakt
ingeblikt (bijv. naamw.)
ingenieus
briljant (bijv. naamw.)
doordacht (bijv. naamw.)
knap (bijv. naamw.)
kundig (bijv. naamw.)
kunstig (bijv. naamw.)
vaardig (bijv. naamw.)
vindingrijk (bijv. naamw.)
vernuftig (bijv. naamw.)
ingenomen
tevreden (bijv. naamw.)
voldaan (bijv. naamw.)
ingenomenheid
affectie (zelfst. naamw.)
instemming (zelfst. naamw.)
ingericht
inrichten (werkwoord)
meubileren (werkwoord)
woninginrichting (zelfst. naamw.)
ingeschakeld
aangedaan (bijv. naamw.)
aangezet (bijv. naamw.)
ingeschapen
natuurlijk (bijv. naamw.)
ingeschreven
aangemeld (bijv. naamw.)
ingeslonken
verminderd (overig.)
ingekrompen (overig.)
ingesloten
inbegrepen (bijv. naamw.)
omsingeld (bijv. naamw.)
bijgaand (bijv. naamw.)
inclusief (bijv. naamw.)
incluis (bijv. naamw.)
ingespannen
geconcentreerd (bijv. naamw.)
verdiept (bijv. naamw.)
bloedig (bijv. naamw.)
hard (bijv. naamw.)
intens (bijv. naamw.)
ingespannenheid
concentratie (zelfst. naamw.)
gespannenheid (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English