| Woord | Synoniem |
| informant | spion (zelfst. naamw.) tipgever (zelfst. naamw.) zegsman (zelfst. naamw.) bron (zelfst. naamw.) |
| informatica | computerkunde (zelfst. naamw.) computerkun (zelfst. naamw.) |
| informatie | info (Zelfst. Naamw.) gegevens (zelfst. naamw.) inlichting (zelfst. naamw.) kennisoverdracht (zelfst. naamw.) verwittiging (zelfst. naamw.) voorlichting (zelfst. naamw.) terechtwijzing (zelfst. naamw.) bericht (zelfst. naamw.) mededeling (zelfst. naamw.) kennisgeving (zelfst. naamw.) convocatie (zelfst. naamw.) |
| informatieboek | gids (zelfst. naamw.) |
| informatiebron | bron (zelfst. naamw.) |
| informatiebureau | inlichtingenbureau (overig.) |
| informatief | leerzaam (Bijvoeglijk naamwoord) leerrijk (bijv. naamw.) instructief (bijv. naamw.) |
| informeel | officieus (Bijvoeglijk naamwoord) vrijblijvend (bijv. naamw.) familiair (bijv. naamw.) gemeenzaam (bijv. naamw.) gemoedelijk (bijv. naamw.) voorlopig (bijv. naamw.) |
| informereceptie | instuif (overig.) borr (overig.) |
| informeren | vragen naar (Werkwoord) inlichten (werkwoord) rapporteren (werkwoord) vragen (werkwoord) kennisgeving (zelfst. naamw.) voorlichting (zelfst. naamw.) voorlichten (werkwoord) verwittigen (werkwoord) berichten (werkwoord) melden (werkwoord) meedelen (werkwoord) zeggen (werkwoord) kond doen (werkwoord) kennisgeven (werkwoord) aanzeggen (werkwoord) aankondigen (werkwoord) navragen (werkwoord) waarschuwen (werkwoord) tippen (werkwoord) |
| informerend | navragend (bijv. naamw.) |
| Infrarood | verbinding (zelfst. naamw.) |
| infrastructuur | grondorganisatie (overig.) wegennet (overig.) |
| infusie | inprenten (overig.) doordringen (overig.) aftreksel (overig.) |
| infusum | infuus (zelfst. naamw.) |
| infuus | baxter (Zelfst. Naamw.) infusum (zelfst. naamw.) |
| ingaan | beginnen (werkwoord) binnentreden (werkwoord) reageren (werkwoord) binnenstappen (werkwoord) binnenlopen (werkwoord) binnenkomen (werkwoord) binnengaan (werkwoord) betreden (werkwoord) inkomen (werkwoord) |
| ingang | entree (zelfst. naamw.) mond (zelfst. naamw.) poort (zelfst. naamw.) portaal (zelfst. naamw.) toegang (zelfst. naamw.) trefwoord (zelfst. naamw.) inlaat (zelfst. naamw.) |
| ingebeeld | gewaand (bijv. naamw.) imaginair (bijv. naamw.) schoolmeesterachtig (bijv. naamw.) snobistisch (bijv. naamw.) verwaand (bijv. naamw.) zelfingenomen (bijv. naamw.) arrogant (bijv. naamw.) pretentieus (bijv. naamw.) hypothetisch (bijv. naamw.) denkbeeldig (bijv. naamw.) overeengekomen (bijv. naamw.) fictief (bijv. naamw.) zelfgenoegzaam (bijv. naamw.) pedant (bijv. naamw.) frikkerig (bijv. naamw.) belerend (bijv. naamw.) ijdel (bijv. naamw.) |
| ingeblikt | ingemaakt (bijv. naamw.) |
| ingeboren | aangeboren (bijv. naamw.) |
| ingeborene | inlan (overig.) inboorling (overig.) autochtoon (overig.) |
| ingebouwd | ingebouwde (bijv. naamw.) |
| ingebouwde | ingebouwd (bijv. naamw.) |
| ingebrand | brandschilderwerk (overig.) |
| ingebruikneming | inwijding (zelfst. naamw.) opening (zelfst. naamw.) |
| ingediend | voorgelegd (bijv. naamw.) |
| ingedikt sap | gelei (overig.) |
| ingehaald | binnengehaald (bijv. naamw.) |
| ingehouden | geremd (overig.) |
| ingekeken | ingezien (bijv. naamw.) |
| ingeklemd | beklemd (bijv. naamw.) |
| ingekort | verkort (bijv. naamw.) |
| ingekrompen | beperkt (bijv. naamw.) verminderd (bijv. naamw.) ingeslonken (bijv. naamw.) |
| ingelast | ingevoegd (bijv. naamw.) tussengeschoven (bijv. naamw.) |
| ingemaakt | ingeblikt (bijv. naamw.) |
| ingenieus | briljant (bijv. naamw.) doordacht (bijv. naamw.) knap (bijv. naamw.) kundig (bijv. naamw.) kunstig (bijv. naamw.) vaardig (bijv. naamw.) vindingrijk (bijv. naamw.) vernuftig (bijv. naamw.) |
| ingenomen | tevreden (bijv. naamw.) voldaan (bijv. naamw.) |
| ingenomenheid | affectie (zelfst. naamw.) instemming (zelfst. naamw.) |
| ingericht | inrichten (werkwoord) meubileren (werkwoord) woninginrichting (zelfst. naamw.) |
| ingeschakeld | aangedaan (bijv. naamw.) aangezet (bijv. naamw.) |
| ingeschapen | natuurlijk (bijv. naamw.) |
| ingeschreven | aangemeld (bijv. naamw.) |
| ingeslonken | verminderd (overig.) ingekrompen (overig.) |
| ingesloten | inbegrepen (bijv. naamw.) omsingeld (bijv. naamw.) bijgaand (bijv. naamw.) inclusief (bijv. naamw.) incluis (bijv. naamw.) |
| ingespannen | geconcentreerd (bijv. naamw.) verdiept (bijv. naamw.) bloedig (bijv. naamw.) hard (bijv. naamw.) intens (bijv. naamw.) |
| ingespannenheid | concentratie (zelfst. naamw.) gespannenheid (zelfst. naamw.) |