| Woord | Synoniem |
| herschatting | revaluatie (zelfst. naamw.) hertaxatie (zelfst. naamw.) |
| herschrijven | bewerken (werkwoord) bewerkt (werkwoord) |
| hersenaanhangsel | hypofy (overig.) |
| hersenbloeding | beroerte (Zelfst. Naamw.) apoplexie (zelfst. naamw.) attaque (zelfst. naamw.) |
| hersenbreker | probleem (zelfst. naamw.) puzzel (zelfst. naamw.) puzz (zelfst. naamw.) |
| hersenen | cerebellum (zelfst. naamw.) hersenpan (zelfst. naamw.) hersens (zelfst. naamw.) hasses (zelfst. naamw.) brein (zelfst. naamw.) |
| hersenloos | verstandeloos (overig.) stupide (overig.) stompzinnig (overig.) onverstandig (overig.) onnozel (overig.) onbenullig (overig.) idioot (overig.) geesteloos (overig.) dom (overig.) breinloos (overig.) afgestompt (overig.) achterlijk (overig.) |
| hersenontsteking | encefalitis (zelfst. naamw.) |
| hersenpan | hersenen (zelfst. naamw.) hersens (zelfst. naamw.) schedel (zelfst. naamw.) cranium (zelfst. naamw.) |
| hersens | hersenpan (Zelfst. Naamw.) brein (zelfst. naamw.) denkvermogen (zelfst. naamw.) hersenen (zelfst. naamw.) intelligentie (zelfst. naamw.) hasses (zelfst. naamw.) verstand (zelfst. naamw.) vernuft (zelfst. naamw.) geest (zelfst. naamw.) |
| hersenschim | droombeeld (zelfst. naamw.) illusie (zelfst. naamw.) spookbeeld (zelfst. naamw.) waan (zelfst. naamw.) waanidee (zelfst. naamw.) drogbeeld (zelfst. naamw.) schrikbeeld (zelfst. naamw.) utopie (zelfst. naamw.) |
| hersenschimmen | verbeeldingen (zelfst. naamw.) inbeeldingen (zelfst. naamw.) |
| hersenschors | schors (zelfst. naamw.) |
| hersenspinsel | fantoom (zelfst. naamw.) illusie (zelfst. naamw.) waanidee (zelfst. naamw.) |
| hersenvliesontsteking | meningitis (Zelfst. Naamw.) |
| hersenwerker | intellectueel (zelfst. naamw.) intellectue (zelfst. naamw.) hoofdarbei (zelfst. naamw.) |
| hersenziekte | encefalopathie (zelfst. naamw.) |
| herstel | reparatie (Zelfst. Naamw.) beterschap (zelfst. naamw.) genezing (zelfst. naamw.) genoegdoening (zelfst. naamw.) heling (zelfst. naamw.) restauratie (zelfst. naamw.) herstelling (zelfst. naamw.) |
| herstelbaar | repareerbaar (overig.) |
| herstelbetaling | vergoeding (zelfst. naamw.) schadevergoeding (zelfst. naamw.) schadeloosstelling (zelfst. naamw.) schade-uitkering (zelfst. naamw.) indemnisatie (overig.) |
| hersteld | beter (bijv. naamw.) genezen (bijv. naamw.) |
| herstelgroei | regeneratie (zelfst. naamw.) |
| herstellen | repareren (Werkwoord) beter worden (werkwoord) corrigeren (werkwoord) hervinden (werkwoord) renoveren (werkwoord) verbeteren (werkwoord) vernieuwen (werkwoord) herzien (werkwoord) goedmaken (werkwoord) bijwerken (werkwoord) beteren (werkwoord) hernieuwen (werkwoord) rechtzetten (werkwoord) maken (werkwoord) fiksen (werkwoord) |
| hersteller | reparateur (zelfst. naamw.) lapper (zelfst. naamw.) |
| herstelling | correctie (zelfst. naamw.) reparatie (zelfst. naamw.) vervanging (zelfst. naamw.) herstel (zelfst. naamw.) verbetering (zelfst. naamw.) rectificatie (zelfst. naamw.) verwisseling (zelfst. naamw.) verruiling (zelfst. naamw.) surrogaat (zelfst. naamw.) substitutie (zelfst. naamw.) omwisseling (zelfst. naamw.) |
| herstellingsoord | hospitium (zelfst. naamw.) sanatorium (zelfst. naamw.) revalidatiecentrum (zelfst. naamw.) kuuroord (zelfst. naamw.) gezondheidsoord (zelfst. naamw.) |
| herstellingswerk | restauratiewerk (overig.) reparatiewerk (overig.) |
| herstelwerkzaamheden | restauratie (zelfst. naamw.) |
| herstructurering | herontwikkeling (zelfst. naamw.) |
| hertaxatie | revaluatie (overig.) herwaardering (overig.) herschatting (overig.) |
| hertebok | rammelaar (zelfst. naamw.) |
| hertenleer | hertsleer (overig.) daim (overig.) |
| hertshoorn | gewei (overig.) |
| hertsleer | hertenleer (overig.) daim (overig.) |
| heruitzenden | terugwijzen (overig.) terugsturen (overig.) terugbezorgen (overig.) retourneren (overig.) |
| heruitzending | herhaling (zelfst. naamw.) |
| hervatten | herhalen (werkwoord) hernemen (werkwoord) weer beginnen (werkwoord) |
| hervattingen | hernemingen (overig.) |
| hervinden | herstellen (werkwoord) terugvinden (werkwoord) |
| hervormd | protestant (bijv. naamw.) |
| hervormde | protestant (zelfst. naamw.) |
| hervormen | vernieuwen (Werkwoord) herzien (werkwoord) reformeren (werkwoord) verbeteren (werkwoord) |
| hervormer | reformateur (overig.) |