Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `H`

Pagina 11 van 34 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
hebbelijkheid
eigenaardigheid (Zelfst. Naamw.)
aanwensel (zelfst. naamw.)
vreemdsoortigheid (zelfst. naamw.)
merkwaardigheid (zelfst. naamw.)
hebben
beschikken over (werkwoord)
gehoord hebben (werkwoord)
lijden (werkwoord)
pakken (werkwoord)
bezitten (werkwoord)
hebberig
hebzuchtig (Bijvoeglijk naamwoord)
inhalig (Bijvoeglijk naamwoord)
begerig (bijv. naamw.)
hebberigheid
hebzucht (zelfst. naamw.)
gretigheid (zelfst. naamw.)
hebbes
beet (Tussenwerpsel)
eureka (overig.)
hebelangrijk
cruciaal (overig.)
hebgier
geldzucht (overig.)
Hebreeër
joods (overig.)
Hebreeuws (overig.)
Jood (overig.)
Hebreeuws
joods (overig.)
Hebreeër (overig.)
hebzucht
hebberigheid (Zelfst. Naamw.)
schraapzucht (zelfst. naamw.)
gretigheid (zelfst. naamw.)
hebzuchtig
egoïstisch (bijv. naamw.)
hebberig (bijv. naamw.)
begerig (bijv. naamw.)
inhalig (bijv. naamw.)
hecht
compact (bijv. naamw.)
duurzaam (bijv. naamw.)
hechtdraad
garen (overig.)
draad (overig.)
hechten
aanhechten (werkwoord)
binden (werkwoord)
gehecht zijn (werkwoord)
houden (werkwoord)
toekennen (werkwoord)
vastlijmen (werkwoord)
vastmaken (werkwoord)
vastnaaien (werkwoord)
bevestigen (werkwoord)
vastplakken (werkwoord)
vasthechten (werkwoord)
opplakken (werkwoord)
lijmen (werkwoord)
hechten aan
houden van (iets of iemand) (Werkwoord)
hechtenis
arrest (zelfst. naamw.)
gevangenhouding (zelfst. naamw.)
gevangenisstraf (zelfst. naamw.)
gevangenschap (zelfst. naamw.)
opsluiting (zelfst. naamw.)
detentie (zelfst. naamw.)
straf (zelfst. naamw.)
celstraf (zelfst. naamw.)
boete (zelfst. naamw.)
verzekerbewaring (zelfst. naamw.)
hechtheid
stevigheid (zelfst. naamw.)
vastheid (zelfst. naamw.)
soliditeit (zelfst. naamw.)
hechting
litteken (zelfst. naamw.)
vasthechting (zelfst. naamw.)
hechtpleister
pleister (zelfst. naamw.)
kleefpleister (zelfst. naamw.)
hechttang
nietmachine (overig.)
hectare
ha (zelfst. naamw.)
bunder (overig.)
hectisch
chaotisch (Bijvoeglijk naamwoord)
druk (bijv. naamw.)
koortsachtig (bijv. naamw.)
hectoliter
mud (zelfst. naamw.)
heden
nu (Bijwoord)
vandaag (zelfst. naamw.)
thans (overig.)
hedenavond
vanavond (bijv. naamw.)
hedendaags
modern (Bijvoeglijk naamwoord)
contemporain (bijv. naamw.)
eigentijds (bijv. naamw.)
huidig (bijv. naamw.)
tegenwoordig (bijv. naamw.)
hedentendage
tegenwoordig (bijv. naamw.)
hedonisme
genotzucht (overig.)
hedonist
levensgenieter (zelfst. naamw.)
hedonistisch
genotzuchtig (overig.)
heek
stokvis (overig.)
heel
zeer (Bijwoord)
erg (Bijwoord)
geweldig (Bijvoeglijk naamwoord)
groot (Bijvoeglijk naamwoord)
belangrijk (bijv. naamw.)
compleet (bijv. naamw.)
gaaf (bijv. naamw.)
intact (bijv. naamw.)
volkomen (bijv. naamw.)
volstrekt (bijv. naamw.)
godganselijk (overig.)
heelal
universum (Zelfst. Naamw.)
hemelruim (Zelfst. Naamw.)
hemelgewelf (zelfst. naamw.)
wereldruimte (zelfst. naamw.)
ruimte (zelfst. naamw.)
heelhuids
behouden (bijv. naamw.)
ongedeerd (bijv. naamw.)
ongeschonden (bijv. naamw.)
ongekwetst (bijv. naamw.)
heelkun
medicijnen (overig.)
geneeskunst (overig.)
geneeskun (overig.)
heelkunde
geneeskunde (zelfst. naamw.)
heelkundig
chirurgisch (bijv. naamw.)
operatief (bijv. naamw.)
heelkundige
chirurg (overig.)
heelmeester
genezer (zelfst. naamw.)
barbier (zelfst. naamw.)
heem
boerenerf (zelfst. naamw.)
thuis (zelfst. naamw.)
hof (zelfst. naamw.)
erf (zelfst. naamw.)
heemraadschap
waterschap (overig.)
heen
ksst (bijv. naamw.)
weg (bijv. naamw.)
vort (bijv. naamw.)
heengaan
afreizen (werkwoord)
doodgaan (werkwoord)
overlijden (werkwoord)
verlaten (werkwoord)
verlopen (werkwoord)
weggaan (werkwoord)
vertrekken (zelfst. naamw.)
opstappen (werkwoord)
opbreken (werkwoord)
gaan (werkwoord)
verscheiden (werkwoord)
sterven (werkwoord)
ontslapen (werkwoord)
inslapen (werkwoord)
wegvallen (werkwoord)
vallen (werkwoord)
sneuvelen (werkwoord)
omkomen (werkwoord)
bezwijken (werkwoord)
wegtrekken (werkwoord)
wegreizen (werkwoord)
verdwijnen (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald