Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `G`

Pagina 6 van 60 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
gebieder
meester (zelfst. naamw.)
gebiedsdeel
kolonie (zelfst. naamw.)
gebiedster
meesteres (overig.)
bazin (overig.)
gebijteld
verankerd (overig.)
gebit
kunstgebit (zelfst. naamw.)
tanden (zelfst. naamw.)
geblaat
gemekker (overig.)
gebladerte
lommer (zelfst. naamw.)
loof (zelfst. naamw.)
lover (zelfst. naamw.)
geblaf
gekef (overig.)
geblaseerd
blasé (overig.)
geblesseerd
gekrenkt (bijv. naamw.)
gewond (bijv. naamw.)
gebluf
grootspraak (overig.)
bravoure (overig.)
snoeverij (overig.)
opschepperij (overig.)
gepoch (overig.)
gebral (overig.)
dikdoenerij (overig.)
branie (overig.)
geblust
uitgeblust (overig.)
gebochelde
bultenaar (overig.)
gebod
bevel (zelfst. naamw.)
verordening (zelfst. naamw.)
geboden
het parool (bijv. naamw.)
geboefte
gajes (zelfst. naamw.)
uitschot (zelfst. naamw.)
tuig (zelfst. naamw.)
schorriemorrie (zelfst. naamw.)
gespuis (zelfst. naamw.)
gebroed (zelfst. naamw.)
geboeid
gefascineerd (bijv. naamw.)
geketend (bijv. naamw.)
vastgebonden (bijv. naamw.)
geïntrigeerd (bijv. naamw.)
geboeidheid
animo (zelfst. naamw.)
belangstelling (zelfst. naamw.)
fascinatie (zelfst. naamw.)
interesse (zelfst. naamw.)
zin (zelfst. naamw.)
interes (zelfst. naamw.)
gebogen
gebukt (bijv. naamw.)
gekromd (bijv. naamw.)
gewelfd (bijv. naamw.)
voorovergebogen (bijv. naamw.)
voorover (bijv. naamw.)
krom (bijv. naamw.)
gebonden
smeug (bijv. naamw.)
smeuïg (bijv. naamw.)
gebondenheid
band (zelfst. naamw.)
binding (zelfst. naamw.)
verplichting (zelfst. naamw.)
onderworpenheid (zelfst. naamw.)
onderwerping (zelfst. naamw.)
gebonk
gebons (overig.)
gebeuk (overig.)
gebons
gebonk (overig.)
gebeuk (overig.)
geboomte
begroeiing (zelfst. naamw.)
bos (zelfst. naamw.)
bosland (zelfst. naamw.)
geboorte
afkomst (zelfst. naamw.)
bakermat (zelfst. naamw.)
baring (zelfst. naamw.)
bevalling (zelfst. naamw.)
verlossing (zelfst. naamw.)
geboortebeperking
anticonceptie (zelfst. naamw.)
geboortedag
geboortedatum (zelfst. naamw.)
verjaring (zelfst. naamw.)
verjaardag (zelfst. naamw.)
geboortedatum
geboortedag (zelfst. naamw.)
geboortejaar
jaar (zelfst. naamw.)
geboorteland
vaderland (zelfst. naamw.)
thuisland (zelfst. naamw.)
bakermat (zelfst. naamw.)
geboorteplaats
bakermat (zelfst. naamw.)
geboorteregister
register (zelfst. naamw.)
geboortig
afkomstig (bijv. naamw.)
geboren
geschapen (bijv. naamw.)
geborgen
beschermd (bijv. naamw.)
geborneerd
bekrompen (bijv. naamw.)
gelimiteerd (bijv. naamw.)
beperkt (bijv. naamw.)
geborneerdheid
bekrompenheid (zelfst. naamw.)
kleinzieligheid (zelfst. naamw.)
kleingeestigheid (zelfst. naamw.)
geborrel
gebubbel (overig.)
bruisen (overig.)
borrelen (overig.)
opbruising (overig.)
gebouw
bouwwerk (Zelfst. Naamw.)
pand (zelfst. naamw.)
gebouwen
panden (zelfst. naamw.)
bouwwerken (zelfst. naamw.)
gebouwenbeklimmer
geveltoerist (overig.)
gebrabbel
gehakkel (zelfst. naamw.)
brabbelen (zelfst. naamw.)
brabbeltaal (zelfst. naamw.)
gebracht
aangerukt (bijv. naamw.)
gebral
snoeverij (overig.)
opschepperij (overig.)
grootspraak (overig.)
gepoch (overig.)
gebluf (overig.)
dikdoenerij (overig.)
branie (overig.)
gebrand
gestookt (bijv. naamw.)
gedistilleerd (bijv. naamw.)
gebrand op
belust op (Bijvoeglijk naamwoord)
gebrek
onvolkomenheid (Zelfst. Naamw.)
mankement (Zelfst. Naamw.)
afwijking (zelfst. naamw.)
armoede (zelfst. naamw.)
defect (zelfst. naamw.)
feil (zelfst. naamw.)
fout (zelfst. naamw.)
gemis (zelfst. naamw.)
handicap (zelfst. naamw.)
lichaamsgebrek (zelfst. naamw.)
machinedefect (zelfst. naamw.)
manco (zelfst. naamw.)
schaarste (zelfst. naamw.)
tekort (zelfst. naamw.)
deficit (zelfst. naamw.)
ellende (zelfst. naamw.)
euvel (zelfst. naamw.)
zwakheid (zelfst. naamw.)
schaduwzijde (zelfst. naamw.)
nadeel (zelfst. naamw.)
verlies (zelfst. naamw.)
ontbering (zelfst. naamw.)
schaarsheid (zelfst. naamw.)
krapte (zelfst. naamw.)
gebrek,ontbering
lack (overig.)
gebreken
fouten (zelfst. naamw.)
mankementen (zelfst. naamw.)
ongemakken (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English