Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `G`

Pagina 5 van 60 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
gebaar
beweging (zelfst. naamw.)
gebabbel
gekeuvel (zelfst. naamw.)
praatje (zelfst. naamw.)
causerie (zelfst. naamw.)
babbeltje (zelfst. naamw.)
gekwebbel (zelfst. naamw.)
geklets (zelfst. naamw.)
gepraat (zelfst. naamw.)
gekout (zelfst. naamw.)
gebak
banket (zelfst. naamw.)
taart (zelfst. naamw.)
gebakje
taartje (Zelfst. Naamw.)
kwarkpunt (zelfst. naamw.)
bijesteek (zelfst. naamw.)
gebakjes
gebak (zelfst. naamw.)
gebakkelei
geruzie (overig.)
gekrakeel (overig.)
gekif (overig.)
gehakketak (overig.)
gebakken
gehecht (bijv. naamw.)
bakken (werkwoord)
gevangenissen (zelfst. naamw.)
gebakken lucht
kouwe drukte (overig.)
gebaren
gesticuleren (Werkwoord)
mimen (werkwoord)
gebarenkunst
mimiek (zelfst. naamw.)
gebarenspel
mime (zelfst. naamw.)
pantomime (zelfst. naamw.)
gebarentaal
doventaal (overig.)
gebarsten
beschadigd (bijv. naamw.)
schraal (bijv. naamw.)
stuk (bijv. naamw.)
kapot (bijv. naamw.)
gebaseerd zijn
berusten (overig.)
gebazel
leuterpraat (overig.)
gezwets (overig.)
gezwam (overig.)
gewauwel (overig.)
gelul (overig.)
geleuter (overig.)
geklets (overig.)
wartaal (overig.)
mallepraat (overig.)
gekkenpraat (overig.)
gebed
bede (zelfst. naamw.)
bidden (zelfst. naamw.)
lof (zelfst. naamw.)
godsdienstoefening (zelfst. naamw.)
gebedshuis
bedehuis (overig.)
gebeef
beving (zelfst. naamw.)
gebeente
beenderen (zelfst. naamw.)
botten (zelfst. naamw.)
skelet (zelfst. naamw.)
gebeier
klokgelui (overig.)
gelui (overig.)
gebeiteld
goed (bijv. naamw.)
gebelgd
boos (bijv. naamw.)
gekwetst (bijv. naamw.)
verontwaardigd (bijv. naamw.)
verstoord (bijv. naamw.)
ontevreden (bijv. naamw.)
misnoegd (bijv. naamw.)
vertoornd (bijv. naamw.)
verbolgen (bijv. naamw.)
nijdig (bijv. naamw.)
kwaad (bijv. naamw.)
giftig (bijv. naamw.)
gebergte
berggebied (Zelfst. Naamw.)
bergketen (overig.)
gebeuk
gebons (overig.)
gebonk (overig.)
gebeuren
zich voordoen (Werkwoord)
voorvallen (Werkwoord)
geschieden (werkwoord)
overkomen (werkwoord)
plaatsvinden (werkwoord)
ervaring (zelfst. naamw.)
voorkomen (werkwoord)
plaatshebben (werkwoord)
plaatsgrijpen (werkwoord)
voordoen (werkwoord)
passeren (werkwoord)
gebeurtenis
voorval (Zelfst. Naamw.)
aangelegenheid (zelfst. naamw.)
belevenis (zelfst. naamw.)
evenement (zelfst. naamw.)
feit (zelfst. naamw.)
incident (zelfst. naamw.)
geval (zelfst. naamw.)
gelegenheid (zelfst. naamw.)
situatie (zelfst. naamw.)
gebeurtenissen
incidenten (zelfst. naamw.)
voorvallen (zelfst. naamw.)
gebeuzel
rimram (overig.)
nonsens (overig.)
kul (overig.)
kol (overig.)
kletskoek (overig.)
humbug (overig.)
gezwets (overig.)
geleuter (overig.)
flauwekul (overig.)
gebie
meester (overig.)
bevelhebber (overig.)
beheerser (overig.)
baas (overig.)
gebied
domein (Zelfst. Naamw.)
terrein (Zelfst. Naamw.)
gewest (zelfst. naamw.)
kavel (zelfst. naamw.)
landstreek (zelfst. naamw.)
omgeving (zelfst. naamw.)
provincie (zelfst. naamw.)
zone (zelfst. naamw.)
perceel (zelfst. naamw.)
kav (zelfst. naamw.)
bouwterrein (zelfst. naamw.)
streek (zelfst. naamw.)
regio (zelfst. naamw.)
plaats (zelfst. naamw.)
oord (zelfst. naamw.)
gouw (zelfst. naamw.)
ressort (zelfst. naamw.)
rayon (zelfst. naamw.)
rijksonderdeel (zelfst. naamw.)
rechtsgebied (zelfst. naamw.)
territorium (zelfst. naamw.)
gord (zelfst. naamw.)
gebieden
gelasten (Werkwoord)
bevelen (werkwoord)
eisen (werkwoord)
heersen (werkwoord)
verordonneren (werkwoord)
voorschrijven (werkwoord)
verordenen (werkwoord)
opdragen (werkwoord)
decreteren (werkwoord)
commanderen (werkwoord)
dicteren (werkwoord)
gebiedend
vereisend (overig.)
imperatief (overig.)
gelastend (overig.)
dwingend (overig.)
gebiedenwijs
imperatief (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English