| Woord | Synoniem |
| fatsoen | beschaafdheid (zelfst. naamw.) fatsoenlijkheid (zelfst. naamw.) keurigheid (zelfst. naamw.) omgangsvormen (zelfst. naamw.) decorum (zelfst. naamw.) gevoeglijkheid (zelfst. naamw.) betamelijkheid (zelfst. naamw.) beleefdheid (zelfst. naamw.) welvoeglijkheid (zelfst. naamw.) netheid (zelfst. naamw.) kiesheid (zelfst. naamw.) gepastheid (zelfst. naamw.) eerbaarheid (zelfst. naamw.) manieren (zelfst. naamw.) gemanierdheid (zelfst. naamw.) |
| fatsoeneren | bijwerken (werkwoord) |
| fatsoenlijk | behoorlijk (bijv. naamw.) beschaafd (bijv. naamw.) christelijk (bijv. naamw.) civiel (bijv. naamw.) decent (bijv. naamw.) deugdzaam (bijv. naamw.) eerbaar (bijv. naamw.) eerlijk (bijv. naamw.) eerzaam (bijv. naamw.) ordentelijk (bijv. naamw.) welgemanierd (bijv. naamw.) keurig (bijv. naamw.) passend (bijv. naamw.) netjes (bijv. naamw.) welvoeglijk (bijv. naamw.) manierlijk (bijv. naamw.) net (bijv. naamw.) degelijk (bijv. naamw.) welopgevoed (bijv. naamw.) Correct () Behoorlijk () beleefd () exact () |
| fatsoenlijkheid | beleefdheid (zelfst. naamw.) fatsoen (zelfst. naamw.) welgemanierdheid (zelfst. naamw.) gevoeglijkheid (zelfst. naamw.) decorum (zelfst. naamw.) betamelijkheid (zelfst. naamw.) beschaafdheid (zelfst. naamw.) welvoeglijkheid (zelfst. naamw.) netheid (zelfst. naamw.) kiesheid (zelfst. naamw.) keurigheid (zelfst. naamw.) gepastheid (zelfst. naamw.) eerbaarheid (zelfst. naamw.) |
| fatten | dandies (overig.) |
| fatum | lot (zelfst. naamw.) |
| fauna | dierenrijk (zelfst. naamw.) dierenwereld (zelfst. naamw.) gedierte (zelfst. naamw.) |
| fauteuil | armstoel (zelfst. naamw.) |
| favoriet | geliefkoosd (bijv. naamw.) gunsteling (zelfst. naamw.) kanshebber (zelfst. naamw.) lieveling (zelfst. naamw.) |
| favoriete | dierbaar (bijv. naamw.) verkoren (bijv. naamw.) toegenegen (bijv. naamw.) lievelings (bijv. naamw.) geselecteerd (bijv. naamw.) |
| fax | telecopier (zelfst. naamw.) |
| fbekritiseren | omlaaghalen (overig.) neerhalen (overig.) |
| feature | eigenschap (zelfst. naamw.) omslagartikel (zelfst. naamw.) |
| febriel | koortsig (bijv. naamw.) |
| februari | schrikkelmaand (zelfst. naamw.) sprokkelmaand (zelfst. naamw.) |
| fecaliën | uitwerpselen (zelfst. naamw.) uitscheiding (zelfst. naamw.) feces (zelfst. naamw.) excrementen (zelfst. naamw.) beer (zelfst. naamw.) |
| feces | fecaliën (zelfst. naamw.) hoop (zelfst. naamw.) uitwerpselen (zelfst. naamw.) uitscheiding (zelfst. naamw.) excrementen (zelfst. naamw.) beer (zelfst. naamw.) |
| federatie | bond (zelfst. naamw.) pact (zelfst. naamw.) statenbond (zelfst. naamw.) verdrag (zelfst. naamw.) verbond (zelfst. naamw.) unie (zelfst. naamw.) liga (zelfst. naamw.) bondgenootschap (zelfst. naamw.) binding (zelfst. naamw.) band (zelfst. naamw.) akkoord (zelfst. naamw.) |
| federaties | unies (overig.) liga`s (overig.) bonden (overig.) |
| fee | tovenaarster (zelfst. naamw.) toverfee (zelfst. naamw.) |
| feedback | terugkoppeling (zelfst. naamw.) reactie (zelfst. naamw.) response (zelfst. naamw.) antwoord (zelfst. naamw.) commentaar (overig.) |
| feeëriek | toverachtig (overig.) sprookjesachtig (overig.) idyllisch (overig.) droomachtig (overig.) |
| feeks | heks (Zelfst. Naamw.) haaibaai (zelfst. naamw.) viswijf (zelfst. naamw.) teef (zelfst. naamw.) loeder (zelfst. naamw.) helleveeg (zelfst. naamw.) gemerkt (overig.) |
| feeling | aanvoelen (zelfst. naamw.) gevoel (zelfst. naamw.) |
| feest | festijn (zelfst. naamw.) festival (zelfst. naamw.) festiviteit (zelfst. naamw.) partij (zelfst. naamw.) party (zelfst. naamw.) viering (zelfst. naamw.) feestelijkheid (zelfst. naamw.) ceremonie (zelfst. naamw.) fuif (zelfst. naamw.) naamdag (zelfst. naamw.) partijtje (zelfst. naamw.) event (overig.) |
| feestavond | bal (zelfst. naamw.) |
| feestdag | jaarfeest (zelfst. naamw.) |
| feestdiner | banket (zelfst. naamw.) galadiner (zelfst. naamw.) feestmaal (zelfst. naamw.) feestdis (zelfst. naamw.) smulpartij (zelfst. naamw.) souper (zelfst. naamw.) |
| feestdis | galadiner (overig.) feestmaal (overig.) feestdiner (overig.) banket (overig.) |
| feestelijk | gezellig (bijv. naamw.) |