Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `F`

Pagina 11 van 16 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
floers
schijntje (zelfst. naamw.)
flinter (zelfst. naamw.)
flonkeren
blinken (werkwoord)
flop
fiasco (Zelfst. Naamw.)
echec (zelfst. naamw.)
mislukking (zelfst. naamw.)
tegenvaller (zelfst. naamw.)
terugslag (zelfst. naamw.)
teleurstelling (zelfst. naamw.)
sof (zelfst. naamw.)
slag (zelfst. naamw.)
misslag (zelfst. naamw.)
misrekening (zelfst. naamw.)
misser (zelfst. naamw.)
afgang (zelfst. naamw.)
floppen
mislukken (werkwoord)
stranden (werkwoord)
mislopen (werkwoord)
misgaan (werkwoord)
falen (werkwoord)
afgaan (werkwoord)
floppy
diskette (zelfst. naamw.)
floppydisk (zelfst. naamw.)
floppydisk
diskette (zelfst. naamw.)
floreren
bloeien (werkwoord)
florerend
welvarend (overig.)
welgesteld (overig.)
floret
degen (zelfst. naamw.)
florijn
gulden (overig.)
florissant
bloeiend (bijv. naamw.)
fleurig (bijv. naamw.)
fluctueren
gevarieerd (werkwoord)
golven (werkwoord)
variëren (werkwoord)
varierend (werkwoord)
fluim
kwal (zelfst. naamw.)
kwalster (zelfst. naamw.)
sputum (zelfst. naamw.)
kliekje (zelfst. naamw.)
roch (zelfst. naamw.)
kwat (zelfst. naamw.)
fluisteren
lispelen (werkwoord)
rondvertellen (werkwoord)
smiespelen (werkwoord)
ademen (werkwoord)
smoezen (werkwoord)
praten (werkwoord)
sissen (werkwoord)
fluisterend
sottovoce (overig.)
fluistering
gefluister (overig.)
fluit
altfluit (zelfst. naamw.)
penis (zelfst. naamw.)
geslachtsorgaan (zelfst. naamw.)
fluiten
blazen (werkwoord)
fluitspelen (werkwoord)
gieren (werkwoord)
pijpen (werkwoord)
plassen (werkwoord)
roepen (werkwoord)
fluks
dadelijk (overig.)
flush
blozen (zelfst. naamw.)
flut
belabberd (bijv. naamw.)
fluweel
chiffon (zelfst. naamw.)
velours (zelfst. naamw.)
fluweelachtig
velours (overig.)
fluwelen (overig.)
fluwelen
velours (bijv. naamw.)
fluweelachtig (bijv. naamw.)
fluwelig
poezelig (bijv. naamw.)
zacht (bijv. naamw.)
fnuiken
bekorten (werkwoord)
fnuikend
fataal (bijv. naamw.)
rampzalig (bijv. naamw.)
noodlottig (bijv. naamw.)
fobie
angst (zelfst. naamw.)
focus
brandpunt (zelfst. naamw.)
Focus op resultaat
Resultaatgericht ()
foedraal
doos (zelfst. naamw.)
koker (zelfst. naamw.)
etui (zelfst. naamw.)
schede (zelfst. naamw.)
foef
kunstgreep (zelfst. naamw.)
foefje
truc (zelfst. naamw.)
maniertje (zelfst. naamw.)
kunstje (zelfst. naamw.)
kneepje (zelfst. naamw.)
kneep (zelfst. naamw.)
foei!
hè! (overig.)
foeilelijk
oerlelijk (bijv. naamw.)
monsterlijk (bijv. naamw.)
afzichtelijk (bijv. naamw.)
foerage
levensmiddelen (zelfst. naamw.)
foerageren
bevoorraden (werkwoord)
foet
groentje (overig.)
eerstejaars (overig.)
foeteren
knorren (werkwoord)
foetsie
verdwenen (bijv. naamw.)
pleite (bijv. naamw.)
zoek (bijv. naamw.)
weg (bijv. naamw.)
foetus
vrucht (Zelfst. Naamw.)
embryo (zelfst. naamw.)
foezelen
frunniken (werkwoord)
friemelen (werkwoord)
fok
teelt (zelfst. naamw.)
veefokkerij (zelfst. naamw.)
zeil (zelfst. naamw.)
bril (zelfst. naamw.)
voortplanting (zelfst. naamw.)
voortbrenging (zelfst. naamw.)
verbouw (zelfst. naamw.)
reproductie (zelfst. naamw.)
kweken (zelfst. naamw.)
fokkerij (zelfst. naamw.)
cultuur (zelfst. naamw.)
aanplant (zelfst. naamw.)
aankweken (zelfst. naamw.)
aankweek (zelfst. naamw.)
aanfok (zelfst. naamw.)
telen (zelfst. naamw.)
fokken
aankweken (werkwoord)
kinderen maken (werkwoord)
kweken (werkwoord)
opfokken (werkwoord)
telen (werkwoord)
voortbrengen (werkwoord)
verbouwen (werkwoord)
procreëren (werkwoord)
planten (werkwoord)
opkweken (werkwoord)
genereren (werkwoord)
aanplanten (werkwoord)
fokker
teler (overig.)
kweker (overig.)
fokkerij
teelt (zelfst. naamw.)
veefokkerij (zelfst. naamw.)
voortplanting (zelfst. naamw.)
voortbrenging (zelfst. naamw.)
verbouw (zelfst. naamw.)
reproductie (zelfst. naamw.)
kweken (zelfst. naamw.)
fok (zelfst. naamw.)
cultuur (zelfst. naamw.)
aanplant (zelfst. naamw.)
aankweken (zelfst. naamw.)
aankweek (zelfst. naamw.)
aanfok (zelfst. naamw.)
telen (zelfst. naamw.)
fokstier
brilbeer (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English