Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `E`

Pagina 2 van 20 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
edelmoedig
gul (bijv. naamw.)
nobel (bijv. naamw.)
groots (bijv. naamw.)
grootmoedig (bijv. naamw.)
edel (bijv. naamw.)
vrijgevig (bijv. naamw.)
ruimhartig (bijv. naamw.)
royaal (bijv. naamw.)
mild (bijv. naamw.)
genereus (bijv. naamw.)
edelmoedigheid
grootmoedigheid (zelfst. naamw.)
generositeit (zelfst. naamw.)
edelsteen
juweel (zelfst. naamw.)
steen (zelfst. naamw.)
edelstenen
sierstenen (overig.)
Eden
paradijs (zelfst. naamw.)
edik
azijn (overig.)
editie
aflevering (zelfst. naamw.)
druk (zelfst. naamw.)
uitgave (zelfst. naamw.)
edoch
maar (overig.)
echter (overig.)
educatie
onderwijs (zelfst. naamw.)
scholing (zelfst. naamw.)
educatief
onderwijzend (bijv. naamw.)
eed
belofte (zelfst. naamw.)
eega
echtgenoot (zelfst. naamw.)
partner (zelfst. naamw.)
man (zelfst. naamw.)
levenspartner (zelfst. naamw.)
levensgez (zelfst. naamw.)
gade (zelfst. naamw.)
eekhoorn
eekhoorntje (overig.)
eekhoorntje
eekhoorn (overig.)
eelt
eeltlaag (zelfst. naamw.)
eeltplek (zelfst. naamw.)
eeltlaag
eelt (zelfst. naamw.)
eeltplek (zelfst. naamw.)
eeltplek
eeltlaag (overig.)
eelt (overig.)
een
gelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
eentje (bijv. naamw.)
één
men (bijv. naamw.)
iemand (bijv. naamw.)
enig (bijv. naamw.)
dezelfde (bijv. naamw.)
een
zeker (bijv. naamw.)
eend
domkop (zelfst. naamw.)
canard (zelfst. naamw.)
eendegesnater
gesnater (overig.)
gekwaak (overig.)
eender
dezelfde (bijv. naamw.)
hetzelfde (bijv. naamw.)
identiek (bijv. naamw.)
gelijk (bijv. naamw.)
gehegelijk (bijv. naamw.)
eenvormig (bijv. naamw.)
idem (bijv. naamw.)
eendracht
eensgezindheid (zelfst. naamw.)
harmonie (zelfst. naamw.)
eendrachtigheid (zelfst. naamw.)
eendrachtig
eenparig (bijv. naamw.)
eensgezind (bijv. naamw.)
harmonieus (bijv. naamw.)
saamhorig (bijv. naamw.)
unaniem (bijv. naamw.)
eendrachtigheid
solidariteit (zelfst. naamw.)
harmonie (zelfst. naamw.)
eensgezindheid (zelfst. naamw.)
eendracht (zelfst. naamw.)
saamhorigheid (zelfst. naamw.)
eenduidig
ondubbelzinnig (bijv. naamw.)
consistent (overig.)
Eenduidig
Ondubbelzinnig ()
overduidelijk, ()
eenduidig
helder ()
Slim ()
pienter ()
Heldere ()
eenheid
afdeling (zelfst. naamw.)
eenstemmigheid (zelfst. naamw.)
entiteit (zelfst. naamw.)
gelijkvormigheid (zelfst. naamw.)
legereenheid (zelfst. naamw.)
onderdeel (zelfst. naamw.)
voltalligheid (zelfst. naamw.)
unita (zelfst. naamw.)
uniformiteit (zelfst. naamw.)
eenvormigheid (zelfst. naamw.)
legeronderdeel (zelfst. naamw.)
legerafdeling (zelfst. naamw.)
volledigheid (zelfst. naamw.)
volkomenheid (zelfst. naamw.)
totaliteit (zelfst. naamw.)
totaal (zelfst. naamw.)
gezamenlijkheid (zelfst. naamw.)
geheel (zelfst. naamw.)
alles (zelfst. naamw.)
eenheidsmaat
standaard (overig.)
eenhoorn
narwal (overig.)
driespan (overig.)
eenkennig
teruggetrokken (overig.)
mensenschuw (overig.)
introvert (overig.)
eenzelvig (overig.)
eenkennigheid
schuwheid (zelfst. naamw.)
eenkleurig
monochroom (overig.)
eenling
eenzelvig mens (zelfst. naamw.)
enkeling (zelfst. naamw.)
individu (zelfst. naamw.)
eenmaal
weleens (overig.)
ooit (overig.)
eens (overig.)
eenmalig
uniek (bijv. naamw.)
precident (zelfst. naamw.)
eenmans
eenpersoons (bijv. naamw.)
eenparig
algemeen (bijv. naamw.)
gelijkmatig (bijv. naamw.)
unaniem (bijv. naamw.)
eenstemmig (bijv. naamw.)
eensgezind (bijv. naamw.)
eenparigheid
unanimiteit (zelfst. naamw.)
eenpersoons
eenmans (bijv. naamw.)
eens
weleens (overig.)
ooit (overig.)
eenmaal (overig.)
keer (overig.)
eensgezind
gelijkgestemd (Bijvoeglijk naamwoord)
eendrachtig (Bijvoeglijk naamwoord)
unaniem (bijv. naamw.)
saamhorig (bijv. naamw.)
harmonieus (bijv. naamw.)
eenstemmig (bijv. naamw.)
eenparig (bijv. naamw.)
eensgezindheid
eendracht (zelfst. naamw.)
overeenkomst (zelfst. naamw.)
overeenstemming (zelfst. naamw.)
saamhorigheid (zelfst. naamw.)
unanimiteit (zelfst. naamw.)
harmonie (zelfst. naamw.)
eendrachtigheid (zelfst. naamw.)
eenstemmigheid (zelfst. naamw.)
verbondenheid (zelfst. naamw.)
solidariteit (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English