Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `E`

Pagina 11 van 19 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
enig
onvergelijkbaar (bijv. naamw.)
bijzonder (bijv. naamw.)
apart (bijv. naamw.)
wat (bijv. naamw.)
enige
sommige (bijv. naamw.)
enig (bijv. naamw.)
enkele (bijv. naamw.)
ettelijke (bijv. naamw.)
paar (bijv. naamw.)
wat (bijv. naamw.)
enigerlei
enig (overig.)
enigermate
enigszins (bijv. naamw.)
iets (bijv. naamw.)
ietwat (bijv. naamw.)
enigma
raadsel (zelfst. naamw.)
enigmatisch
raadselachtig (overig.)
enigst
enig (bijv. naamw.)
enigszins
enigermate (bijv. naamw.)
weinig (bijv. naamw.)
wat (bijv. naamw.)
tamelijk (bijv. naamw.)
nogal (bijv. naamw.)
beetje (bijv. naamw.)
ietwat (bijv. naamw.)
iets (bijv. naamw.)
enigzins
alleen (overig.)
enk
voetgewricht (overig.)
bouwland (overig.)
enkel
alleen (Bijwoord)
enkelvoudig (Bijvoeglijk naamwoord)
enkele (bijv. naamw.)
los (bijv. naamw.)
slechts (bijv. naamw.)
uitsluitend (bijv. naamw.)
voetgewricht (zelfst. naamw.)
allmaar (bijv. naamw.)
exclusief (bijv. naamw.)
enig (bijv. naamw.)
enkele
enkel (bijv. naamw.)
sommige (bijv. naamw.)
paar (zelfst. naamw.)
enige (zelfst. naamw.)
wat (zelfst. naamw.)
enkeling
eenling (zelfst. naamw.)
individu (zelfst. naamw.)
enkelvoudig
eenvoudig (bijv. naamw.)
enkel (bijv. naamw.)
enkelzijdig
eenzijdig (bijv. naamw.)
enorm
geweldig (Bijvoeglijk naamwoord)
beduidend (bijv. naamw.)
fameus (bijv. naamw.)
gigantisch (bijv. naamw.)
gruwelijk (bijv. naamw.)
heidens (bijv. naamw.)
machtig (bijv. naamw.)
monumentaal (bijv. naamw.)
ontiegelijk (bijv. naamw.)
reuze (bijv. naamw.)
bovenmatig (bijv. naamw.)
danig (bijv. naamw.)
fantastisch (bijv. naamw.)
monsterachtig (bijv. naamw.)
onwijs (bijv. naamw.)
fors (bijv. naamw.)
flink (bijv. naamw.)
behoorlijk (bijv. naamw.)
aanzienlijk (bijv. naamw.)
aanmerkelijk (bijv. naamw.)
reusachtig (bijv. naamw.)
immens (bijv. naamw.)
onmetelijk (bijv. naamw.)
kolossaal (bijv. naamw.)
hegroot (bijv. naamw.)
heerg (bijv. naamw.)
meesterlijk (overig.)
enormiteit
blunder (zelfst. naamw.)
blun (zelfst. naamw.)
enough
satisfied (overig.)
enquete
opinieonderzoek (zelfst. naamw.)
enquête
ondervraging (zelfst. naamw.)
enquêteformulier
vragenlijst (zelfst. naamw.)
enqueteren
vragen (werkwoord)
ondervragen (overig.)
ensceneren
regelen (overig.)
ensemble
geheel (zelfst. naamw.)
gezelschap (zelfst. naamw.)
samenspel (zelfst. naamw.)
toneelgezelschap (zelfst. naamw.)
theatergroep (zelfst. naamw.)
theaterensemble (zelfst. naamw.)
groep (zelfst. naamw.)
ent
boomtak (zelfst. naamw.)
stek (zelfst. naamw.)
tak (zelfst. naamw.)
spruit (zelfst. naamw.)
entameren
starten (werkwoord)
opwerpen (werkwoord)
openen (werkwoord)
aansnijden (werkwoord)
aanknopen (werkwoord)
aankaarten (werkwoord)
opperen (werkwoord)
aanvoeren (werkwoord)
beginnen (werkwoord)
enterocolitis
darmontsteking (zelfst. naamw.)
entertainen
amuseren (werkwoord)
entertainer
artiest (zelfst. naamw.)
gangmaker (zelfst. naamw.)
entertainment
amusement (zelfst. naamw.)
enthousiasme
geestdrift (Zelfst. Naamw.)
bezieling (zelfst. naamw.)
gedrevenheid (zelfst. naamw.)
uitbundigheid (zelfst. naamw.)
bevlogenheid (zelfst. naamw.)
uitgelatenheid (zelfst. naamw.)
elan (overig.)
enthousiasmeren
opwinden (werkwoord)
enthousiast
geestdriftig (Bijvoeglijk naamwoord)
bezield (bijv. naamw.)
gedreven (bijv. naamw.)
bevlogen (bijv. naamw.)
entiteit
eenheid (zelfst. naamw.)
entourage
hofhouding (zelfst. naamw.)
entree
binnenkomst (zelfst. naamw.)
ingang (zelfst. naamw.)
intro (zelfst. naamw.)
toegang (zelfst. naamw.)
toegangsprijs (zelfst. naamw.)
vestibule (zelfst. naamw.)
voorafje (zelfst. naamw.)
intrede (zelfst. naamw.)
intocht (zelfst. naamw.)
inlaat (zelfst. naamw.)
entreeprijs (zelfst. naamw.)
voorportaal (zelfst. naamw.)
vestibu (zelfst. naamw.)
portaal (zelfst. naamw.)
overloop (zelfst. naamw.)
hal (zelfst. naamw.)
entreebiljet
toegangsbewijs (overig.)
ticket (overig.)
plaatsbewijs (overig.)
kaartje (overig.)
kaart (overig.)
entreehal
hal (zelfst. naamw.)
entreeprijs
toegangsprijs (zelfst. naamw.)
entree (zelfst. naamw.)
entrepot
pakhuis (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English