| Woord | Synoniem |
| compatibel | verenigbaar (bijv. naamw.) |
| compensatie | vergoeding (Zelfst. Naamw.) schadeloosstelling (zelfst. naamw.) tegemoetkoming (zelfst. naamw.) |
| compenseren | goedmaken (werkwoord) vergoeden (werkwoord) |
| competent | bevoegd (bijv. naamw.) capabel (bijv. naamw.) oordeelkundig (bijv. naamw.) vakkundig (bijv. naamw.) geschikt (bijv. naamw.) bekwaam (bijv. naamw.) vakbekwaam (bijv. naamw.) deskundig (bijv. naamw.) |
| competentie | bevoegdheid (zelfst. naamw.) capabelheid (zelfst. naamw.) capaciteiten (zelfst. naamw.) |
| competenties | vaardigheden (overig.) |
| competitie | concurrentie (zelfst. naamw.) mededinging (zelfst. naamw.) wedijver (zelfst. naamw.) |
| compilatie | verzameling (zelfst. naamw.) |
| compileren | samenbrengen (werkwoord) samenstellen (werkwoord) |
| compleet | volledig (Bijvoeglijk naamwoord) afgerond (bijv. naamw.) algeheel (bijv. naamw.) finaal (bijv. naamw.) lijnrecht (bijv. naamw.) totaal (bijv. naamw.) helemaal (bijv. naamw.) volslagen (bijv. naamw.) volkomen (bijv. naamw.) kompleet (bijv. naamw.) vol (bijv. naamw.) |
| compleetheid | volledigheid (zelfst. naamw.) functionaliteit () passendheid () volledigheid () geschiktheid () |
| complement | aanvulling (zelfst. naamw.) |
| complementair | aanvullend (bijv. naamw.) |
| complet | kostuum (zelfst. naamw.) mantelkostuum (zelfst. naamw.) |
| completeren | aangevuld (werkwoord) aanvullen (werkwoord) aanvullende (werkwoord) toevoegen (werkwoord) vervolledigen (werkwoord) voltooien (werkwoord) afronden (werkwoord) volmaken (werkwoord) volbrengen (werkwoord) klaarmaken (werkwoord) klaarkrijgen (werkwoord) beëindigen (werkwoord) afwerken (werkwoord) afmaken (werkwoord) afkrijgen (werkwoord) vervolmaken (werkwoord) perfectioneren (werkwoord) |
| completering | afronding (zelfst. naamw.) voltooiing (zelfst. naamw.) |
| complex | gecompliceerd (bijv. naamw.) blok (zelfst. naamw.) frustratie (zelfst. naamw.) moeilijk; ingewikkeld (zelfst. naamw.) ingewikkeld (bijv. naamw.) |
| complicatie | moeilijkheid (zelfst. naamw.) probleem (zelfst. naamw.) verwikkeling (zelfst. naamw.) |
| complice | medeplichtige (zelfst. naamw.) |
| compliceren | bemoeilijken (werkwoord) |
| compliment | gelukwens (zelfst. naamw.) vleierij (zelfst. naamw.) |
| complimenteren | gelukwensen (werkwoord) |
| complimenteus | vleiend (overig.) strelend (overig.) flatterend (overig.) |
| complot | intrige (zelfst. naamw.) samenzwering (zelfst. naamw.) |
| complotteren | konkelen (werkwoord) samenspannen (werkwoord) samenzweren (werkwoord) |
| component | onderdeel (Zelfst. Naamw.) basisbestanddeel (zelfst. naamw.) element (zelfst. naamw.) bestanddeel (zelfst. naamw.) stuk (zelfst. naamw.) ingrediënt (zelfst. naamw.) fractie (zelfst. naamw.) deel (zelfst. naamw.) |
| componenten | bestanddelen (zelfst. naamw.) |
| componeren | samenstellen (werkwoord) |
| componist | toonkunstenaar (zelfst. naamw.) toondichter (zelfst. naamw.) |
| compositie | opbouw (Zelfst. Naamw.) mars (zelfst. naamw.) melodie (zelfst. naamw.) stembuiging (zelfst. naamw.) toonzetting (zelfst. naamw.) toonval (zelfst. naamw.) modulatie (zelfst. naamw.) intonatie (zelfst. naamw.) |
| composities | samenstellingen (zelfst. naamw.) toonzettingen (zelfst. naamw.) |
| compost | mest (zelfst. naamw.) teelaarde (zelfst. naamw.) pootaarde (zelfst. naamw.) |
| compostlaag | humuslaag (overig.) |
| compressie | samenpersing (overig.) |
| compressor | ventilator (overig.) blaasvlambrander (overig.) |
| comprimeren | samenpersen (werkwoord) samendrukken (werkwoord) |
| compromis | akkoord (zelfst. naamw.) vergelijk (zelfst. naamw.) |
| compromitteren | schaden (werkwoord) |
| compulsief | dwangmatig (overig.) |
| computer | home computer (zelfst. naamw.) PC (zelfst. naamw.) rekenaar (zelfst. naamw.) |
| computerbestanden | bestanden (zelfst. naamw.) |
| computeriseren | automatiseren (werkwoord) geautomatiseerd (werkwoord) |
| computerkraker | hacker (overig.) |
| computerkun | informatica (overig.) |
| computerkunde | informatica (zelfst. naamw.) |
| computerprogramma | programma (zelfst. naamw.) |
| computerprogramma`s | software (zelfst. naamw.) |
| computertoets | toets (zelfst. naamw.) |
| concaaf | hol (bijv. naamw.) holrond (bijv. naamw.) |
| concentratie | aandacht (zelfst. naamw.) bundeling (zelfst. naamw.) dichtheid (zelfst. naamw.) ingespannenheid (zelfst. naamw.) geconcentreerdheid (zelfst. naamw.) gespannenheid (zelfst. naamw.) |
| concentratiekamp | kamp (zelfst. naamw.) |
| concentreren | aandacht houden (werkwoord) bijeenkomen (werkwoord) samenbrengen (werkwoord) bijeenbrengen (werkwoord) |