Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `C`

Pagina 6 van 15 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
clever
pienter (bijv. naamw.)
kien (bijv. naamw.)
cliché
gemeenplaats (overig.)
clichékunst
prullaria (overig.)
kitsch (overig.)
clico
container (overig.)
cliënt
afnemer (zelfst. naamw.)
klant (zelfst. naamw.)
koper (zelfst. naamw.)
hulpvrager (zelfst. naamw.)
clientele
klandizie (zelfst. naamw.)
clientèle
klantenkring (zelfst. naamw.)
klanten (zelfst. naamw.)
climacterium
menopauze (zelfst. naamw.)
climax
hoogtepunt (Zelfst. Naamw.)
orgasme (zelfst. naamw.)
clip
videoclip (Zelfst. Naamw.)
clitoris
kietelaar (zelfst. naamw.)
kittelaar (zelfst. naamw.)
cloaca
riool (zelfst. naamw.)
clochard
pauper (zelfst. naamw.)
closet
WC (zelfst. naamw.)
toilet (zelfst. naamw.)
plee (zelfst. naamw.)
closetpapier
toiletpapier (overig.)
WC-papier (overig.)
clou
pointe (zelfst. naamw.)
clown
grappenmaker (zelfst. naamw.)
harlekijn (zelfst. naamw.)
hansworst (zelfst. naamw.)
zot (zelfst. naamw.)
pierrot (zelfst. naamw.)
pias (overig.)
clownesk
koddig (bijv. naamw.)
kolderiek (bijv. naamw.)
club
groep (Zelfst. Naamw.)
ambachtsgilde (zelfst. naamw.)
gezelschap (zelfst. naamw.)
golfstick (zelfst. naamw.)
golfstok (zelfst. naamw.)
vereniging (zelfst. naamw.)
vakgenootschap (zelfst. naamw.)
unie (zelfst. naamw.)
organisatie (zelfst. naamw.)
orde (zelfst. naamw.)
gilde (zelfst. naamw.)
bond (zelfst. naamw.)
golfclub (zelfst. naamw.)
soos (zelfst. naamw.)
societiet (zelfst. naamw.)
clubbestuur
verenigingsbestuur (zelfst. naamw.)
cluster
concentratie (zelfst. naamw.)
co
geheimschrift (overig.)
coach
adviseur (Zelfst. Naamw.)
autobus (zelfst. naamw.)
begeleider (zelfst. naamw.)
trainer (zelfst. naamw.)
oefenmeester (zelfst. naamw.)
coachen
begeleiden (werkwoord)
trainen (werkwoord)
oefenen (werkwoord)
harden (werkwoord)
bekwamen (werkwoord)
coagulatie
stolling (zelfst. naamw.)
coaguleren
klonteren (werkwoord)
coalitie
alliantie (zelfst. naamw.)
verbond (zelfst. naamw.)
unie (zelfst. naamw.)
associatie (zelfst. naamw.)
coating
laag (zelfst. naamw.)
cockpit
cabine (zelfst. naamw.)
kajuit (zelfst. naamw.)
hut (zelfst. naamw.)
stuurcabine (zelfst. naamw.)
code
geheimschrift (zelfst. naamw.)
regels (zelfst. naamw.)
sleutel (zelfst. naamw.)
nul (zelfst. naamw.)
monogram (zelfst. naamw.)
cijfer (zelfst. naamw.)
coderen
codering (zelfst. naamw.)
codering
coderen (zelfst. naamw.)
sleutel (zelfst. naamw.)
codex
handschrift (zelfst. naamw.)
coffeeshop
koffieshop (Zelfst. Naamw.)
cohabiteren
paren (werkwoord)
coherent
samenhangend (Bijvoeglijk naamwoord)
logisch (bijv. naamw.)
cohesie
samenhang (zelfst. naamw.)
coifferen
kappen (werkwoord)
knippen (werkwoord)
coiffeu
kapster (overig.)
coiffeur
kapper (zelfst. naamw.)
coiffeurs
kappers (overig.)
coiffure
haarsnit (overig.)
coupe (overig.)
kapsel (overig.)
frisuur (overig.)
coin-de-feu
huisjasje (overig.)
coïtus
geslachtsgemeenschap (zelfst. naamw.)
geslachtsdaad (zelfst. naamw.)
cokes
kool (zelfst. naamw.)
col
pas (zelfst. naamw.)
rolkraag (zelfst. naamw.)
colbert
jas (zelfst. naamw.)
jasje (zelfst. naamw.)
collaateralen
verwanten (zelfst. naamw.)
collaboreren
heulen (werkwoord)
collageen
lijmvormend (bijv. naamw.)
collaps
flauwte (zelfst. naamw.)
collationeren
checken (werkwoord)
collecte
inzameling (zelfst. naamw.)
collectebus
bus (zelfst. naamw.)
collecteren
inzamelen (werkwoord)
ophalen (werkwoord)
collectie
assortiment (zelfst. naamw.)
keuze (zelfst. naamw.)
museumcollectie (zelfst. naamw.)
sortering (zelfst. naamw.)
verzameling (zelfst. naamw.)
keur (zelfst. naamw.)
collectief
gemeenschappelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
gezamenlijk (Bijvoeglijk naamwoord)
gemeenschap (zelfst. naamw.)
verzamelnaam (zelfst. naamw.)
Algemeen ()
Gemeenschappelijk ()
gezamenlijk ()
samen ()
collectioneren
sparen (werkwoord)
verzamelen (werkwoord)
collega
ambtgenoot (zelfst. naamw.)
vakgenoot (zelfst. naamw.)
teamgenoot (zelfst. naamw.)
medewerker (zelfst. naamw.)
maat (zelfst. naamw.)
collega`s
confraters (overig.)
ambtsgenoten (overig.)
college
collegium (zelfst. naamw.)
les (zelfst. naamw.)
school (zelfst. naamw.)
collegedictaat
syllabus (zelfst. naamw.)
collegegeld
lesgeld (overig.)
leergeld (overig.)
collegejaar
studiejaar (zelfst. naamw.)
collegiaal
saamhorig (bijv. naamw.)
collegium
college (zelfst. naamw.)
collier
halsketting (zelfst. naamw.)
ketting (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English