Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `C`

Pagina 4 van 15 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
charlatans
kwakzalvers (overig.)
charmant
innemend (Bijvoeglijk naamwoord)
bekoorlijk (Bijvoeglijk naamwoord)
aanbiddelijk (bijv. naamw.)
aardig (bijv. naamw.)
aimabel (bijv. naamw.)
alleraardigst (bijv. naamw.)
bevallig (bijv. naamw.)
goed (bijv. naamw.)
leuk (bijv. naamw.)
prettig (bijv. naamw.)
aangenaam (bijv. naamw.)
mooi (bijv. naamw.)
knap (bijv. naamw.)
attractief (bijv. naamw.)
aantrekkelijk (bijv. naamw.)
aanlokkelijk (bijv. naamw.)
verrukkelijk (bijv. naamw.)
schattig (bijv. naamw.)
begeerenswaardig (bijv. naamw.)
allerliefst (bijv. naamw.)
minzaam (bijv. naamw.)
charme
aantrekkelijkheid (zelfst. naamw.)
bekoorlijkheid (zelfst. naamw.)
gratie (zelfst. naamw.)
bekoring (zelfst. naamw.)
aantrekkingskracht (zelfst. naamw.)
aanlokkelijkheid (zelfst. naamw.)
charmeren
bekoren (zelfst. naamw.)
aantrekken (zelfst. naamw.)
charmeuse
verleidster (overig.)
charter
bevrachtingsovereenkomst (zelfst. naamw.)
chartervliegtuig (zelfst. naamw.)
chartervlucht (zelfst. naamw.)
contract (zelfst. naamw.)
oorkonde (zelfst. naamw.)
diploma (zelfst. naamw.)
certificaat (zelfst. naamw.)
charteren
afhuren (werkwoord)
hulp inroepen (werkwoord)
huren (werkwoord)
chartervliegtuig
charter (zelfst. naamw.)
chartervlucht
vlucht (zelfst. naamw.)
chassis
geraamte (zelfst. naamw.)
onderstel (zelfst. naamw.)
raamwerk (zelfst. naamw.)
chateau
kasteel (zelfst. naamw.)
chatten
converseren (werkwoord)
praten (werkwoord)
chaufferen
rijden (werkwoord)
chauffeur
bestuurder (zelfst. naamw.)
rijder (zelfst. naamw.)
bestuur (zelfst. naamw.)
wagenbestuurder (zelfst. naamw.)
rij (zelfst. naamw.)
chauffeurs
bestuurders (zelfst. naamw.)
chauvinisme
patriottisme (zelfst. naamw.)
chauvinist
patriot (zelfst. naamw.)
chauvinistisch
nationalistisch (bijv. naamw.)
check
controle (zelfst. naamw.)
checken
collationeren (werkwoord)
natrekken (werkwoord)
verifiëren (werkwoord)
nagaan (werkwoord)
controleren (werkwoord)
nakijken (werkwoord)
chef
afdelingshoofd (zelfst. naamw.)
baas (zelfst. naamw.)
hoofd (zelfst. naamw.)
voorman (zelfst. naamw.)
werkbaas (zelfst. naamw.)
afdelingschef (zelfst. naamw.)
leider (zelfst. naamw.)
chef-kok
chefkok (zelfst. naamw.)
chef-redacteur
redactievoorzitter (overig.)
cheffin
winkelbediende (zelfst. naamw.)
winkelmeisje (zelfst. naamw.)
winkeljuffrouw (zelfst. naamw.)
verkoper (zelfst. naamw.)
verkoopster (zelfst. naamw.)
chefkok
chef-kok (zelfst. naamw.)
chefs
bazen (zelfst. naamw.)
chemici
scheikundigen (overig.)
chemicus
scheikundige (zelfst. naamw.)
chemie
scheikunde (zelfst. naamw.)
scheikun (zelfst. naamw.)
chemisch
scheikundig (bijv. naamw.)
cheque
betaalmiddel (zelfst. naamw.)
chic
chique (bijv. naamw.)
deftig (bijv. naamw.)
elegant (bijv. naamw.)
smaakvol (bijv. naamw.)
elegantie (zelfst. naamw.)
sjiek (zelfst. naamw.)
verfijnd (bijv. naamw.)
stijlvol (bijv. naamw.)
geraffineerd (bijv. naamw.)
esthetisch (bijv. naamw.)
chicane
haarkloverij (overig.)
chicaneren
haarkloven (werkwoord)
chiffon
fluweel (zelfst. naamw.)
chillen
relaxen (werkwoord)
rustig aan doen (werkwoord)
chimère
drogbeeld (overig.)
anamorfose (overig.)
China
kina (overig.)
Chinees
spleet (overig.)
rinkelen (overig.)
gerinkel (overig.)
chique
chic (bijv. naamw.)
luxe (overig.)
chirurg
heelkundige (overig.)
chirurgisch
operatief (bijv. naamw.)
heelkundig (zelfst. naamw.)
chloasma
levervlekken (zelfst. naamw.)
chocola
reep (overig.)
chocoladereep (overig.)
chocolaatje
bonbon (zelfst. naamw.)
flikje (zelfst. naamw.)
chocolaatjes
bonbons (overig.)
flikjes (overig.)
chocolade
chocoladereep (zelfst. naamw.)
chocoladefabriek
chocoladewinkel (overig.)
chocoladereep
chocolade (zelfst. naamw.)
reep (zelfst. naamw.)
chocola (zelfst. naamw.)
chocoladewinkel
chocoladefabriek (overig.)
cholelithiasis
galsteenziekte (zelfst. naamw.)
cholesterol
galvet (zelfst. naamw.)
choqueren
aanstoot geven (werkwoord)
shockeren (werkwoord)
schokken (werkwoord)
chorea
dans (zelfst. naamw.)
chrestomathie
bloemlezing (overig.)
anthologie (overig.)
christelijk
confessioneel (bijv. naamw.)
fatsoenlijk (bijv. naamw.)
gelovig (bijv. naamw.)
christin (bijv. naamw.)
christin
christelijk (overig.)
Christus
Jezus (zelfst. naamw.)
Jezus-Christus (zelfst. naamw.)
chronisch
langdurig (bijv. naamw.)
aanhoudend (bijv. naamw.)
slepend (bijv. naamw.)
chrysalide
tonnetje (overig.)
pop (overig.)
cicatrisatie
littekenvorming (zelfst. naamw.)
cichorei
lof (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English