Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `B`

Pagina 8 van 70 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
bazuin
klaroen (zelfst. naamw.)
blaasinstrument (zelfst. naamw.)
beambte
ambtenaar (zelfst. naamw.)
beamen
bevestigen (Werkwoord)
onderschrijven (werkwoord)
staven (werkwoord)
toestemmen (werkwoord)
goedkeuren (werkwoord)
billijken (werkwoord)
beangst
angstig (bijv. naamw.)
beangstigen
alarmeren (werkwoord)
benauwen (werkwoord)
verschrikken (werkwoord)
bangmaken (werkwoord)
beangstigend
angstaanjagend (bijv. naamw.)
angstwekkend (bijv. naamw.)
eng (bijv. naamw.)
vreesaanjagend (bijv. naamw.)
afschrikwekkend (bijv. naamw.)
vervaarlijk (bijv. naamw.)
beantwoorden
antwoorden (werkwoord)
overeenkomen (werkwoord)
voldoen (werkwoord)
responderen (werkwoord)
vergelden (werkwoord)
beantwoording
weerwoord (zelfst. naamw.)
retort (zelfst. naamw.)
repliek (zelfst. naamw.)
reactie (zelfst. naamw.)
bescheid (zelfst. naamw.)
antwoord (zelfst. naamw.)
beantwoordingsapparaat
antwoordapparaat (overig.)
beatgroep
band (zelfst. naamw.)
beautycase
toiletkoffer (Zelfst. Naamw.)
toilettas (Zelfst. Naamw.)
make-upkoffer (Zelfst. Naamw.)
make-uptas (Zelfst. Naamw.)
bebaard
baardig (overig.)
bebloed
bloederig (bijv. naamw.)
beboeten
straffen (werkwoord)
bekeuren (werkwoord)
bebossing
bosaanplant (zelfst. naamw.)
bebost
bosrijk (bijv. naamw.)
houtrijk (bijv. naamw.)
boomrijk (bijv. naamw.)
bebouwing
bouw (zelfst. naamw.)
becijferen
berekenen (werkwoord)
uitwerken (werkwoord)
uitrekenen (werkwoord)
calculeren (werkwoord)
becijfering
berekening (zelfst. naamw.)
calculatie (zelfst. naamw.)
becommentariëren
toelichten (werkwoord)
commentariëren (werkwoord)
beconcurreren
concurreren (werkwoord)
wedijveren (werkwoord)
bed
perk (Zelfst. Naamw.)
bedding (zelfst. naamw.)
bloembed (zelfst. naamw.)
bloemperk (zelfst. naamw.)
leger (zelfst. naamw.)
nest (zelfst. naamw.)
sponde (zelfst. naamw.)
bedaagd
middelbaar (bijv. naamw.)
bedaard
gedeisd (bijv. naamw.)
gelijkmoedig (bijv. naamw.)
kalm (bijv. naamw.)
sereen (bijv. naamw.)
stil (bijv. naamw.)
beheerst (bijv. naamw.)
zachtjes (bijv. naamw.)
degelijk (bijv. naamw.)
bezadigd (bijv. naamw.)
rustig (bijv. naamw.)
ongerimpeld (bijv. naamw.)
glad (bijv. naamw.)
onbewogen (bijv. naamw.)
kalmpjes (bijv. naamw.)
vreedzaam (bijv. naamw.)
vredig (bijv. naamw.)
bedaardheid
bezadigdheid (zelfst. naamw.)
geduld (zelfst. naamw.)
gemak (zelfst. naamw.)
kalmheid (zelfst. naamw.)
bedacht
eropuit (bijv. naamw.)
fictief (bijv. naamw.)
gefabriceerd (bijv. naamw.)
gefantaseerd (bijv. naamw.)
voorbereid (bijv. naamw.)
verzonnen (bijv. naamw.)
gefingeerd (bijv. naamw.)
denkbeeldig (bijv. naamw.)
gewapend (bijv. naamw.)
aangedragen (overig.)
bedachtzaam
behoedzaam (bijv. naamw.)
verstandig (bijv. naamw.)
omzichtig (bijv. naamw.)
bezonnen (bijv. naamw.)
voorzichtig (bijv. naamw.)
stilzwijgend (bijv. naamw.)
bescheiden (bijv. naamw.)
zinnig (bijv. naamw.)
wijselijk (bijv. naamw.)
wijs (bijv. naamw.)
raadzaam (bijv. naamw.)
pienter (bijv. naamw.)
nadenkend (bijv. naamw.)
doordacht (bijv. naamw.)
correct (bijv. naamw.)
weldenkend (bijv. naamw.)
bedachtzaamheid
behoedzaamheid (zelfst. naamw.)
bezonnenheid (zelfst. naamw.)
bedankbrief
dankbetuiging (zelfst. naamw.)
dankzegging (zelfst. naamw.)
bedanken
abstineren (werkwoord)
afslaan (werkwoord)
danken (werkwoord)
opzeggen (werkwoord)
onthouden (werkwoord)
afwimpelen (werkwoord)
afwijzen (werkwoord)
uittreden (werkwoord)
aftreden (werkwoord)
bedankje
danken (zelfst. naamw.)
bedankt
dankuwel (Tussenwerpsel)
dankjewel (Tussenwerpsel)
merci (overig.)
bedaren
beheersen (werkwoord)
gaan liggen (werkwoord)
kalmeren (werkwoord)
geruststellen (werkwoord)
matigen (werkwoord)
intomen (werkwoord)
beteugelen (werkwoord)
bedwingen (werkwoord)
sussen (werkwoord)
betijen (overig.)
bedbank
slaapbank (zelfst. naamw.)
slaapmeubel (zelfst. naamw.)
beddedeken
dek (zelfst. naamw.)
deken (zelfst. naamw.)
beddegoed
beddengoed (zelfst. naamw.)
beddelinnen
linnen (zelfst. naamw.)
beddengoed
beddegoed (zelfst. naamw.)
lakens (zelfst. naamw.)
beddenlaken
laken (zelfst. naamw.)
lakens (zelfst. naamw.)
linnen (zelfst. naamw.)
beddensprei
sprei (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English