| Woord | Synoniem |
| bazuin | klaroen (zelfst. naamw.) blaasinstrument (zelfst. naamw.) |
| beambte | ambtenaar (zelfst. naamw.) |
| beamen | bevestigen (Werkwoord) onderschrijven (werkwoord) staven (werkwoord) toestemmen (werkwoord) goedkeuren (werkwoord) billijken (werkwoord) |
| beangst | angstig (bijv. naamw.) |
| beangstigen | alarmeren (werkwoord) benauwen (werkwoord) verschrikken (werkwoord) bangmaken (werkwoord) |
| beangstigend | angstaanjagend (bijv. naamw.) angstwekkend (bijv. naamw.) eng (bijv. naamw.) vreesaanjagend (bijv. naamw.) afschrikwekkend (bijv. naamw.) vervaarlijk (bijv. naamw.) |
| beantwoorden | antwoorden (werkwoord) overeenkomen (werkwoord) voldoen (werkwoord) responderen (werkwoord) vergelden (werkwoord) |
| beantwoording | weerwoord (zelfst. naamw.) retort (zelfst. naamw.) repliek (zelfst. naamw.) reactie (zelfst. naamw.) bescheid (zelfst. naamw.) antwoord (zelfst. naamw.) |
| beantwoordingsapparaat | antwoordapparaat (overig.) |
| beatgroep | band (zelfst. naamw.) |
| beautycase | toiletkoffer (Zelfst. Naamw.) toilettas (Zelfst. Naamw.) make-upkoffer (Zelfst. Naamw.) make-uptas (Zelfst. Naamw.) |
| bebaard | baardig (overig.) |
| bebloed | bloederig (bijv. naamw.) |
| beboeten | straffen (werkwoord) bekeuren (werkwoord) |
| bebossing | bosaanplant (zelfst. naamw.) |
| bebost | bosrijk (bijv. naamw.) houtrijk (bijv. naamw.) boomrijk (bijv. naamw.) |
| bebouwing | bouw (zelfst. naamw.) |
| becijferen | berekenen (werkwoord) uitwerken (werkwoord) uitrekenen (werkwoord) calculeren (werkwoord) |
| becijfering | berekening (zelfst. naamw.) calculatie (zelfst. naamw.) |
| becommentariëren | toelichten (werkwoord) commentariëren (werkwoord) |
| beconcurreren | concurreren (werkwoord) wedijveren (werkwoord) |
| bed | perk (Zelfst. Naamw.) bedding (zelfst. naamw.) bloembed (zelfst. naamw.) bloemperk (zelfst. naamw.) leger (zelfst. naamw.) nest (zelfst. naamw.) sponde (zelfst. naamw.) |
| bedaagd | middelbaar (bijv. naamw.) |
| bedaard | gedeisd (bijv. naamw.) gelijkmoedig (bijv. naamw.) kalm (bijv. naamw.) sereen (bijv. naamw.) stil (bijv. naamw.) beheerst (bijv. naamw.) zachtjes (bijv. naamw.) degelijk (bijv. naamw.) bezadigd (bijv. naamw.) rustig (bijv. naamw.) ongerimpeld (bijv. naamw.) glad (bijv. naamw.) onbewogen (bijv. naamw.) kalmpjes (bijv. naamw.) vreedzaam (bijv. naamw.) vredig (bijv. naamw.) |
| bedaardheid | bezadigdheid (zelfst. naamw.) geduld (zelfst. naamw.) gemak (zelfst. naamw.) kalmheid (zelfst. naamw.) |
| bedacht | eropuit (bijv. naamw.) fictief (bijv. naamw.) gefabriceerd (bijv. naamw.) gefantaseerd (bijv. naamw.) voorbereid (bijv. naamw.) verzonnen (bijv. naamw.) gefingeerd (bijv. naamw.) denkbeeldig (bijv. naamw.) gewapend (bijv. naamw.) aangedragen (overig.) |
| bedachtzaam | behoedzaam (bijv. naamw.) verstandig (bijv. naamw.) omzichtig (bijv. naamw.) bezonnen (bijv. naamw.) voorzichtig (bijv. naamw.) stilzwijgend (bijv. naamw.) bescheiden (bijv. naamw.) zinnig (bijv. naamw.) wijselijk (bijv. naamw.) wijs (bijv. naamw.) raadzaam (bijv. naamw.) pienter (bijv. naamw.) nadenkend (bijv. naamw.) doordacht (bijv. naamw.) correct (bijv. naamw.) weldenkend (bijv. naamw.) |
| bedachtzaamheid | behoedzaamheid (zelfst. naamw.) bezonnenheid (zelfst. naamw.) |
| bedankbrief | dankbetuiging (zelfst. naamw.) dankzegging (zelfst. naamw.) |
| bedanken | abstineren (werkwoord) afslaan (werkwoord) danken (werkwoord) opzeggen (werkwoord) onthouden (werkwoord) afwimpelen (werkwoord) afwijzen (werkwoord) uittreden (werkwoord) aftreden (werkwoord) |
| bedankje | danken (zelfst. naamw.) |
| bedankt | dankuwel (Tussenwerpsel) dankjewel (Tussenwerpsel) merci (overig.) |
| bedaren | beheersen (werkwoord) gaan liggen (werkwoord) kalmeren (werkwoord) geruststellen (werkwoord) matigen (werkwoord) intomen (werkwoord) beteugelen (werkwoord) bedwingen (werkwoord) sussen (werkwoord) betijen (overig.) |
| bedbank | slaapbank (zelfst. naamw.) slaapmeubel (zelfst. naamw.) |
| beddedeken | dek (zelfst. naamw.) deken (zelfst. naamw.) |
| beddegoed | beddengoed (zelfst. naamw.) |
| beddelinnen | linnen (zelfst. naamw.) |
| beddengoed | beddegoed (zelfst. naamw.) lakens (zelfst. naamw.) |
| beddenlaken | laken (zelfst. naamw.) lakens (zelfst. naamw.) linnen (zelfst. naamw.) |
| beddensprei | sprei (zelfst. naamw.) |