Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `B`

Pagina 3 van 70 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
bak
zaal (zelfst. naamw.)
gevangenis (zelfst. naamw.)
mop (zelfst. naamw.)
poezenbak (zelfst. naamw.)
reservoir (zelfst. naamw.)
strafplaats (zelfst. naamw.)
strafinrichting (zelfst. naamw.)
spinhuis (zelfst. naamw.)
petoet (zelfst. naamw.)
nor (zelfst. naamw.)
lik (zelfst. naamw.)
doos (zelfst. naamw.)
kuip (zelfst. naamw.)
kom (zelfst. naamw.)
kast (zelfst. naamw.)
trog (zelfst. naamw.)
pot (zelfst. naamw.)
pint (zelfst. naamw.)
ton (zelfst. naamw.)
teil (zelfst. naamw.)
fust (zelfst. naamw.)
emmer (zelfst. naamw.)
barr (zelfst. naamw.)
bakbeest
gevaarte (zelfst. naamw.)
kolos (zelfst. naamw.)
bakboord
bakboordzijde (overig.)
bakboordzijde
bakboord (overig.)
baken
baak (zelfst. naamw.)
opwinden (zelfst. naamw.)
oprollen (zelfst. naamw.)
opheffen (zelfst. naamw.)
omwikkelen (zelfst. naamw.)
liquideren (zelfst. naamw.)
inzwachtelen (zelfst. naamw.)
inbakeren (zelfst. naamw.)
afwikkelen (zelfst. naamw.)
baker
min (overig.)
bakermat
begin (zelfst. naamw.)
geboorteplaats (zelfst. naamw.)
oorsprong (zelfst. naamw.)
vaderland (zelfst. naamw.)
thuisland (zelfst. naamw.)
geboorteland (zelfst. naamw.)
bakerpraatje
oudewijvenpraat (overig.)
bakerpraatjes (overig.)
bakerpraatjes
oudewijvenpraat (overig.)
bakerpraatje (overig.)
bakje
vierkantje (overig.)
kistje (overig.)
kastje (overig.)
hokje (overig.)
doosje (overig.)
bakkebaard
tochtlatjes (overig.)
bakkeleien
bekvechten (werkwoord)
kiften (werkwoord)
twisten (werkwoord)
vechten (werkwoord)
ruzieën (werkwoord)
hakketakken (werkwoord)
matten (werkwoord)
knokken (werkwoord)
kampen (werkwoord)
duelleren (werkwoord)
bakken
frituren (werkwoord)
fruiten (werkwoord)
gebakken (werkwoord)
schroeien (werkwoord)
gevangenissen (zelfst. naamw.)
bakvet (werkwoord)
bakker
broodbakker (zelfst. naamw.)
bakkerij
broodbakkerij (zelfst. naamw.)
broodfabriek (zelfst. naamw.)
bakkerstor
kakkerlak (overig.)
bakkes
smoel (zelfst. naamw.)
tronie (zelfst. naamw.)
snuit (zelfst. naamw.)
snoet (zelfst. naamw.)
smoelwerk (zelfst. naamw.)
smo (zelfst. naamw.)
porum (zelfst. naamw.)
ponum (zelfst. naamw.)
bakkie
bak (zelfst. naamw.)
bakoven
oven (overig.)
braadoven (overig.)
bakpan
koekenpan (zelfst. naamw.)
baksteen
mop (zelfst. naamw.)
steen (zelfst. naamw.)
bakvet
bakken (overig.)
bakvloeistof
olie (zelfst. naamw.)
bal
barst (zelfst. naamw.)
bol (zelfst. naamw.)
dansavond (zelfst. naamw.)
dansfeest (zelfst. naamw.)
galabal (zelfst. naamw.)
gulden (zelfst. naamw.)
kloot (zelfst. naamw.)
voetbal (zelfst. naamw.)
palm (zelfst. naamw.)
handpalm (zelfst. naamw.)
gala (zelfst. naamw.)
balanceren
twijfelen (werkwoord)
uitbalanceren (werkwoord)
wankelen (werkwoord)
balans
boeken (zelfst. naamw.)
evenwicht (zelfst. naamw.)
jaarafsluiting (zelfst. naamw.)
weegschaal (zelfst. naamw.)
waag (zelfst. naamw.)
handelsbalans (zelfst. naamw.)
harmonie (zelfst. naamw.)
bascule (zelfst. naamw.)
baldadig
brutaal (bijv. naamw.)
roekeloos (bijv. naamw.)
baldadigheid
brutaliteit (zelfst. naamw.)
kattenkwaad (zelfst. naamw.)
straatschenderij (zelfst. naamw.)
duivelskunst (zelfst. naamw.)
boosheid (zelfst. naamw.)
schelmerij (zelfst. naamw.)
schelmenstreek (zelfst. naamw.)
ondeugendheid (zelfst. naamw.)
kwajongensstreek (zelfst. naamw.)
baldakijn
hemel (zelfst. naamw.)
troonhemel (zelfst. naamw.)
troonhem (zelfst. naamw.)
balein
korsetbalein (overig.)
balen
genoeg hebben (werkwoord)
balen van
de balen hebben van (Werkwoord)
genoeg hebben van (Werkwoord)
balg
blaasbalg (zelfst. naamw.)
balie
advocatuur (Zelfst. Naamw.)
advocatenstand (zelfst. naamw.)
balustrade (zelfst. naamw.)
rechtbank (zelfst. naamw.)
toonbank (zelfst. naamw.)
toog (zelfst. naamw.)
counter (zelfst. naamw.)
tribunaal (zelfst. naamw.)
hof (zelfst. naamw.)
gerechtshof (zelfst. naamw.)
gerecht (zelfst. naamw.)
baliekluiver
leegloper (zelfst. naamw.)
baljuw
inscheren (overig.)
balk
notenbalk (Zelfst. Naamw.)
band (zelfst. naamw.)
bint (zelfst. naamw.)
ribbe (zelfst. naamw.)
onderlegger (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English