Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `B`

Pagina 11 van 69 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
bedrag
(geld)som (Zelfst. Naamw.)
actief (zelfst. naamw.)
hoofdsom (zelfst. naamw.)
bedragen
belopen (Werkwoord)
tellen (werkwoord)
zijn (werkwoord)
prijzen (overig.)
bedreigen
belagen (werkwoord)
dreigen (werkwoord)
intimideren (werkwoord)
molesteren (werkwoord)
bedreigend
gevaarlijk (bijv. naamw.)
grimmig (bijv. naamw.)
bedreiging
dreigement (zelfst. naamw.)
dreiging (zelfst. naamw.)
bedremmeld
beduusd (bijv. naamw.)
sip (bijv. naamw.)
bedreven
bekwaam (bijv. naamw.)
knap (bijv. naamw.)
kundig (bijv. naamw.)
noest (bijv. naamw.)
sterk (bijv. naamw.)
behendig (bijv. naamw.)
geoefend (bijv. naamw.)
onvermoeibaar (bijv. naamw.)
bedrevenheid
ervarenheid (zelfst. naamw.)
vlugheid (zelfst. naamw.)
vaardigheid (zelfst. naamw.)
slag (zelfst. naamw.)
handigheid (zelfst. naamw.)
handvaardigheid (zelfst. naamw.)
bedriegelijk
onecht (bijv. naamw.)
vals (bijv. naamw.)
onwaar (bijv. naamw.)
nagemaakt (bijv. naamw.)
gefingeerd (bijv. naamw.)
bedriegen
afzetten (werkwoord)
bedonderen (werkwoord)
besodemieteren (werkwoord)
neppen (werkwoord)
oplichten (werkwoord)
zwendelen (werkwoord)
misleiden (werkwoord)
belazeren (werkwoord)
beduvelen (werkwoord)
smiespelen (werkwoord)
spieken (werkwoord)
horlogezakje (werkwoord)
bedrieger
fraudeur (zelfst. naamw.)
leugenaar (zelfst. naamw.)
oplichter (zelfst. naamw.)
schurk (zelfst. naamw.)
zwendelaar (zelfst. naamw.)
grappenmaker (zelfst. naamw.)
bedriegerij
afzetterij (zelfst. naamw.)
bedrog (zelfst. naamw.)
knoeierij (zelfst. naamw.)
onwaarheid (zelfst. naamw.)
leugenarij (zelfst. naamw.)
bedriegers
misleiders (overig.)
bedrieglijk
frauduleus (bijv. naamw.)
misleidend (bijv. naamw.)
illusoir (bijv. naamw.)
leugenachtig (bijv. naamw.)
teleurstellend (bijv. naamw.)
bedrijf
akte (zelfst. naamw.)
bedrijfstak (zelfst. naamw.)
bezigheid (zelfst. naamw.)
concern (zelfst. naamw.)
etablissement (zelfst. naamw.)
firma (zelfst. naamw.)
gebruik (zelfst. naamw.)
handelsbedrijf (zelfst. naamw.)
organisatie (zelfst. naamw.)
vennootschap (zelfst. naamw.)
winkelbedrijf (zelfst. naamw.)
onderneming (zelfst. naamw.)
zaak (zelfst. naamw.)
nering (zelfst. naamw.)
handel (zelfst. naamw.)
maatschappij (zelfst. naamw.)
maatschap (zelfst. naamw.)
handelshuis (zelfst. naamw.)
coöperatie (zelfst. naamw.)
bedrijfsbestuurslid
bestuurslid (zelfst. naamw.)
bedrijfslei
manager (overig.)
bedrijfsleider
manager (Zelfst. Naamw.)
chef (Zelfst. Naamw.)
bedrijfsleven
zakenleven (Zelfst. Naamw.)
bedrijfsrestaurant
kantine (zelfst. naamw.)
bedrijfsresultaat
algemeen (zelfst. naamw.)
bedrijfstak
bedrijf (zelfst. naamw.)
branche (zelfst. naamw.)
bedrijven
begaan (werkwoord)
bureaus (werkwoord)
bedrijvenvorm
activum (overig.)
bedrijver
reder (overig.)
bedrijvig
actief (bijv. naamw.)
arbeidend (bijv. naamw.)
bezig (bijv. naamw.)
druk (bijv. naamw.)
nijver (bijv. naamw.)
arbeidzaam (bijv. naamw.)
werkzaam (bijv. naamw.)
werkend (bijv. naamw.)
bedrijvigheid
activiteit (zelfst. naamw.)
drukte (zelfst. naamw.)
roerigheid (zelfst. naamw.)
werkzaamheid (zelfst. naamw.)
bezigheid (zelfst. naamw.)
arbeid (zelfst. naamw.)
bedroefd
treurig (Bijvoeglijk naamwoord)
akelig (bijv. naamw.)
droef (bijv. naamw.)
droevig (bijv. naamw.)
verdrietig (bijv. naamw.)
bedrukt (bijv. naamw.)
bedroeven
beproeven (werkwoord)
ergeren (werkwoord)
bedroevend
armzalig (bijv. naamw.)
deerlijk (bijv. naamw.)
bedrog
misleiding (Zelfst. Naamw.)
bedriegerij (zelfst. naamw.)
illusie (zelfst. naamw.)
leugen (zelfst. naamw.)
nep (zelfst. naamw.)
oplichterij (zelfst. naamw.)
zwendelarij (zelfst. naamw.)
knoeierij (zelfst. naamw.)
onwaarheid (zelfst. naamw.)
zwend (zelfst. naamw.)
bedrogen
bedonderd (bijv. naamw.)
bekaaid (bijv. naamw.)
bekocht (bijv. naamw.)
bedroppelen
bedruppelen (werkwoord)
bedrukken
drukken (werkwoord)
opdrukken (werkwoord)
overdrukken (werkwoord)
bedrukt
beklemd (bijv. naamw.)
droefgeestig (bijv. naamw.)
gedrukt (bijv. naamw.)
miezerig (bijv. naamw.)
neerslachtig (bijv. naamw.)
somber (bijv. naamw.)
verdrietig (bijv. naamw.)
bedroefd (bijv. naamw.)
terneergeslagen (bijv. naamw.)
moedeloos (bijv. naamw.)
mismoedig (bijv. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English