Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `A`

Pagina 9 van 59 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
aanleiding
oorzaak (zelfst. naamw.)
aanleidingen
redenen (overig.)
oorzaken (overig.)
aanlengen
lengen (werkwoord)
verdunnen (werkwoord)
verwateren (werkwoord)
versnijden (werkwoord)
aanlenging
verdunning (zelfst. naamw.)
versnijding (zelfst. naamw.)
aanleren
leren (werkwoord)
oppikken (werkwoord)
opsteken (werkwoord)
verwerven (werkwoord)
aanleveren
afleveren (werkwoord)
bezorgen (werkwoord)
brengen (werkwoord)
geleverd (werkwoord)
leveren (werkwoord)
levert (werkwoord)
overhandigen (werkwoord)
toeleveren (werkwoord)
aanliggend
aangelegen (bijv. naamw.)
dichtbijzijnd (bijv. naamw.)
dichtbijgelegen (bijv. naamw.)
aangrenzend (bijv. naamw.)
aanlijmen
lijmen (zelfst. naamw.)
vastlijmen (zelfst. naamw.)
aanlokkelijk
attractief (Bijvoeglijk naamwoord)
aantrekkelijk (bijv. naamw.)
begeerlijk (bijv. naamw.)
bekoorlijk (bijv. naamw.)
smakelijk (bijv. naamw.)
uitnodigend (bijv. naamw.)
verleidelijk (bijv. naamw.)
verzoekend (bijv. naamw.)
verlokkend (bijv. naamw.)
uitlokkend (bijv. naamw.)
mooi (bijv. naamw.)
knap (bijv. naamw.)
charmant (bijv. naamw.)
bevallig (bijv. naamw.)
lekker (bijv. naamw.)
aanlokkelijkheid
gratie (zelfst. naamw.)
charme (zelfst. naamw.)
bekoring (zelfst. naamw.)
bekoorlijkheid (zelfst. naamw.)
aantrekkingskracht (zelfst. naamw.)
aantrekkelijkheid (zelfst. naamw.)
fascinatie (zelfst. naamw.)
betovering (zelfst. naamw.)
aanlokken
aantrekken (werkwoord)
lokken (werkwoord)
verleiden (werkwoord)
verlokken (werkwoord)
weglokken (werkwoord)
voortlokken (werkwoord)
meelokken (werkwoord)
aanlokker
stoepier (overig.)
runner (overig.)
klantenlokker (overig.)
aanbrenger (overig.)
aanloop
bezoek (zelfst. naamw.)
prelude (zelfst. naamw.)
visite (zelfst. naamw.)
aanloopstadium
begintijd (overig.)
aanlooptijd (overig.)
aanlooptijd
begintijd (overig.)
aanloopstadium (overig.)
aanlopen
langskomen (werkwoord)
langslopen (werkwoord)
aanmaken
aanleggen (werkwoord)
aansteken (werkwoord)
gereedmaken (werkwoord)
inschakelen (werkwoord)
fabriceren (zelfst. naamw.)
toebereiding (zelfst. naamw.)
voorbereiden (werkwoord)
verhitten (werkwoord)
toebereiden (werkwoord)
prikkelen (werkwoord)
opwinden (werkwoord)
bereiden (werkwoord)
aanwakkeren (werkwoord)
bereiding (werkwoord)
starten (werkwoord)
aanzetten (werkwoord)
aandoen (werkwoord)
ontsteken (werkwoord)
vervaardiging (werkwoord)
vervaardigen (werkwoord)
produceren (werkwoord)
maken (werkwoord)
aanmanen
aansporen (werkwoord)
manen (werkwoord)
sommeren (werkwoord)
aanmaning
dagvaarding (zelfst. naamw.)
herinnering (zelfst. naamw.)
herrinnering (zelfst. naamw.)
sommatie (zelfst. naamw.)
waarschuwing (zelfst. naamw.)
vermaning (zelfst. naamw.)
vermaan (zelfst. naamw.)
aansporing (zelfst. naamw.)
aanmatigend
arrogant (bijv. naamw.)
onbeschaamd (bijv. naamw.)
hooghartig (bijv. naamw.)
hautain (bijv. naamw.)
zelfingenomen (bijv. naamw.)
zelfgenoegzaam (bijv. naamw.)
verwaand (bijv. naamw.)
neerbuigend (bijv. naamw.)
hovaardig (bijv. naamw.)
hoogmoedig (bijv. naamw.)
respectloos (bijv. naamw.)
ongegeneerd (bijv. naamw.)
onbeschoft (bijv. naamw.)
aanmatiging
zelfverheffing (zelfst. naamw.)
verwaandheid (overig.)
inbeelding (zelfst. naamw.)
aanmelden
opgeven (Werkwoord)
aandienen (werkwoord)
inschrijven (werkwoord)
subscriberen (werkwoord)
inschrijving (zelfst. naamw.)
aanmonsteren (werkwoord)
intekenen (werkwoord)
aanmelding
aangifte (zelfst. naamw.)
inschrijving (zelfst. naamw.)
opgave (zelfst. naamw.)
aanmeldingsformulier
inschrijvingsformulier (zelfst. naamw.)
aanmeldingskosten
inschrijfgeld (zelfst. naamw.)
registratierecht (zelfst. naamw.)
inschrijvingskosten (zelfst. naamw.)
aanmeren
vastmeren (werkwoord)
vastmaken (werkwoord)
vastleggen (werkwoord)
vastbinden (werkwoord)
meren (werkwoord)
afmeren (werkwoord)
aanleggen (werkwoord)
aanmerkelijk
beduidend (Bijvoeglijk naamwoord)
aanzienlijk (Bijvoeglijk naamwoord)
behoorlijk (bijv. naamw.)
substantieel (bijv. naamw.)
aardig (bijv. naamw.)
opmerkelijk (bijv. naamw.)
fors (bijv. naamw.)
flink (bijv. naamw.)
enorm (bijv. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English