Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `A`

Pagina 5 van 59 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
aangenomen
aanvaard (bijv. naamw.)
aangepast
aanpassen (werkwoord)
gewendraken (werkwoord)
adequaat (overig.)
aangeplant
geplant (bijv. naamw.)
aangeprikt
opengeprikt (overig.)
aangerukt
gebracht (bijv. naamw.)
aangeschoten
beneveld (bijv. naamw.)
beschonken (bijv. naamw.)
dronken (bijv. naamw.)
getroffen (bijv. naamw.)
tipsy (bijv. naamw.)
teut (bijv. naamw.)
aangeslagen
gewond (bijv. naamw.)
geëmotioneerd (bijv. naamw.)
getroffen (bijv. naamw.)
geroerd (bijv. naamw.)
geraakt (bijv. naamw.)
aangegrepen (bijv. naamw.)
aangedaan (bijv. naamw.)
gehavend (bijv. naamw.)
aangespen
vastgespen (werkwoord)
aangetast
aangedaan (bijv. naamw.)
beschadigd (bijv. naamw.)
getroffen (bijv. naamw.)
aangeven
melden (Werkwoord)
aanbrengen (werkwoord)
aanduiden (werkwoord)
aanreiken (werkwoord)
declareren (werkwoord)
inschrijven (werkwoord)
verraden (werkwoord)
aangifte (zelfst. naamw.)
wijzen (werkwoord)
vertonen (werkwoord)
uitwijzen (werkwoord)
uitduiden (werkwoord)
tonen (werkwoord)
tentoonspreiden (werkwoord)
aanwijzen (werkwoord)
indiceren (werkwoord)
tekenen (werkwoord)
merken (werkwoord)
kenmerken (werkwoord)
reiken (werkwoord)
geven (werkwoord)
toesteken (werkwoord)
overhandigen (werkwoord)
overgeven (werkwoord)
afgeven (werkwoord)
verklaring (werkwoord)
melding (werkwoord)
declaratie (werkwoord)
verlinken (werkwoord)
verklikken (werkwoord)
verklappen (werkwoord)
uitbrengen (werkwoord)
aangevoegd
verbonden (overig.)
gekoppeld (overig.)
aaneengehecht (overig.)
aangevreten
mottig (bijv. naamw.)
aangevuld
completeren (werkwoord)
aanvullen (zelfst. naamw.)
aangewend
toegepast (overig.)
aangewezen
aanwijzen (zelfst. naamw.)
aangezet
ingeschakeld (overig.)
aangedaan (overig.)
aangezicht
fysionomie (zelfst. naamw.)
gelaat (zelfst. naamw.)
gezicht (zelfst. naamw.)
uiterlijk (zelfst. naamw.)
voorzijde (zelfst. naamw.)
voorkant (zelfst. naamw.)
front (zelfst. naamw.)
vorm (zelfst. naamw.)
voorkomen (zelfst. naamw.)
vertoon (zelfst. naamw.)
verschijning (zelfst. naamw.)
gedaante (zelfst. naamw.)
buitenkant (zelfst. naamw.)
type (zelfst. naamw.)
aanzien (zelfst. naamw.)
fes (overig.)
aangezien
omdat (Voegwoord)
daar (bijv. naamw.)
vermits (bijv. naamw.)
wijl (bijv. naamw.)
want (bijv. naamw.)
aangifte
aangeven (zelfst. naamw.)
aanmelding (zelfst. naamw.)
declaratie (zelfst. naamw.)
mededeling (zelfst. naamw.)
melding (zelfst. naamw.)
verklaring (zelfst. naamw.)
uitlegging (zelfst. naamw.)
toelichting (zelfst. naamw.)
statement (zelfst. naamw.)
opheldering (zelfst. naamw.)
bewering (zelfst. naamw.)
bevestiging (zelfst. naamw.)
aangrenzend
aanliggend (bijv. naamw.)
aanpalend (bijv. naamw.)
belendend (bijv. naamw.)
dichtbijzijnd (bijv. naamw.)
dichtbijgelegen (bijv. naamw.)
aangrijpen
schokken (Werkwoord)
aanpakken (werkwoord)
aantasten (werkwoord)
benutten (werkwoord)
ontroeren (werkwoord)
beetpakken (zelfst. naamw.)
tackelen (werkwoord)
attaqueren (werkwoord)
aanvallen (werkwoord)
vastgrijpen (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
bemachtigen (werkwoord)
aanvatten (werkwoord)
aanklampen (werkwoord)
toepassen (werkwoord)
gebruiken (werkwoord)
aanwenden (werkwoord)
aangrijpend
dramatisch (Bijvoeglijk naamwoord)
schokkend (Bijvoeglijk naamwoord)
boeiend (bijv. naamw.)
hartroerend (bijv. naamw.)
hartverscheurend (bijv. naamw.)
indrukwekkend (bijv. naamw.)
hartbrekend (bijv. naamw.)
roerend (bijv. naamw.)
ontroerend (bijv. naamw.)
hartveroverend (bijv. naamw.)
emotioneel (bijv. naamw.)
pakkend (bijv. naamw.)
aangroei
toename (zelfst. naamw.)
uitdijing (zelfst. naamw.)
uitdijen (zelfst. naamw.)
aanwas (zelfst. naamw.)
versterking (zelfst. naamw.)
vermeerdering (zelfst. naamw.)
vermedevuldigen (zelfst. naamw.)
verhoging (zelfst. naamw.)
uitbreiding (zelfst. naamw.)
toeneming (zelfst. naamw.)
stijging (zelfst. naamw.)
groei (zelfst. naamw.)
expansie (zelfst. naamw.)
aanwinst (zelfst. naamw.)
aangroei van botten
foresthee (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English