| Woord | Synoniem |
| aanblik | kijk (zelfst. naamw.) |
| aanblikken | aankijken (werkwoord) aanzien (werkwoord) |
| aanbod | aanbieding (zelfst. naamw.) offerte (zelfst. naamw.) |
| aanboren | boren (werkwoord) ontsluiten (werkwoord) |
| aanbouw | uitbouw (zelfst. naamw.) |
| aanbouwen | uitbouwen (werkwoord) bijbouwen (werkwoord) |
| aanbouwsel | toevoegsel (overig.) |
| aanbranden | verbranden (werkwoord) |
| aanbreken | aanspreken (werkwoord) aanvangen (werkwoord) beginnen (werkwoord) |
| aanbrengen | aangeven (werkwoord) aanleggen (werkwoord) aanwerven (werkwoord) inbrengen (werkwoord) verraden (werkwoord) klikken (werkwoord) opleggen (werkwoord) opbrengen (werkwoord) aantrekken (werkwoord) aandoen (werkwoord) adapteren (werkwoord) aanpassen (werkwoord) aanplakken (werkwoord) werven (werkwoord) vastleggen (werkwoord) registreren (werkwoord) boeken (werkwoord) aantekenen (werkwoord) verslaan (werkwoord) overbrengen (werkwoord) melden (werkwoord) verklikken (werkwoord) plaatsen (werkwoord) installeren (werkwoord) verlinken (werkwoord) verklappen (werkwoord) uitbrengen (werkwoord) |
| aanbrenger | politie-informant (zelfst. naamw.) stoepier (zelfst. naamw.) verklikker (zelfst. naamw.) runner (zelfst. naamw.) klantenlokker (zelfst. naamw.) aanlokker (zelfst. naamw.) |
| aanbrengers | stoepiers (overig.) runners (overig.) klantenlokkers (overig.) verklikkers (overig.) stilverklikkers (overig.) |
| aandacht | aandachtigheid (zelfst. naamw.) attentie (zelfst. naamw.) concentratie (zelfst. naamw.) interesse (zelfst. naamw.) oplettendheid (zelfst. naamw.) toewijding (zelfst. naamw.) belangstelling (zelfst. naamw.) medeleven (zelfst. naamw.) opmerkzaamheid (zelfst. naamw.) zorg (zelfst. naamw.) acht (zelfst. naamw.) interes (zelfst. naamw.) |
| aandachtig | oplettend (Bijwoord) geïnteresseerd (bijv. naamw.) opmerkzaam (bijv. naamw.) attent (bijv. naamw.) belangstellend (bijv. naamw.) |
| aandachtigheid | aandacht (zelfst. naamw.) |
| aandeel | actie (zelfst. naamw.) bijdrage (zelfst. naamw.) inbreng (zelfst. naamw.) part (zelfst. naamw.) portie (zelfst. naamw.) deel (zelfst. naamw.) stock (overig.) |
| aandeelhouder | participant (zelfst. naamw.) vennoot (zelfst. naamw.) |
| aandelen | waardepapieren (zelfst. naamw.) effecten (zelfst. naamw.) |
| aandelenbeurs | beurs (zelfst. naamw.) effectenbeurs (zelfst. naamw.) |
| aandelenkoersen | koersen (zelfst. naamw.) |
| aandenken | souvenir (Zelfst. Naamw.) herinnering (Zelfst. Naamw.) gedachtenis (zelfst. naamw.) nagedachtenis (zelfst. naamw.) memorie (zelfst. naamw.) |
| aandienen | aankondigen (werkwoord) |
| aandikken | overdrijven (werkwoord) verergeren (werkwoord) opkloppen (werkwoord) opblazen (werkwoord) opschroeven (werkwoord) |
| aandoen | aandraaien (werkwoord) aankleden (werkwoord) aanleggen (werkwoord) aanrichten (werkwoord) aantrekken (werkwoord) berokkenen (werkwoord) inschakelen (werkwoord) lijken (werkwoord) kleden (zelfst. naamw.) opleggen (werkwoord) opbrengen (werkwoord) aanbrengen (werkwoord) veroorzaken (werkwoord) teweegbrengen (werkwoord) stichten (werkwoord) starten (werkwoord) aanzetten (werkwoord) aanmaken (werkwoord) aanstichten (werkwoord) |
| aandoening | emotie (zelfst. naamw.) kwaal (zelfst. naamw.) ziekte (zelfst. naamw.) |
| aandoeningen | emoties (zelfst. naamw.) |
| aandoenlijk | vertederend (Bijvoeglijk naamwoord) roerend (bijv. naamw.) ontroerd (bijv. naamw.) geroerd (bijv. naamw.) aangedaan (bijv. naamw.) |
| aandoenlijkheid | gevoeligheid (zelfst. naamw.) |
| aandraaien | aandoen (werkwoord) aanzetten (werkwoord) inschakelen (werkwoord) |
| aandragen | aanvoeren (werkwoord) noemen (werkwoord) |
| aandrang | aandrift (zelfst. naamw.) aansporing (zelfst. naamw.) drang (zelfst. naamw.) drift (zelfst. naamw.) impuls (zelfst. naamw.) klem (zelfst. naamw.) neiging (zelfst. naamw.) stuwing (zelfst. naamw.) opwelling (zelfst. naamw.) |