Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `A`

Pagina 18 van 59 Vorige 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
aanzien
toelaten (zelfst. naamw.)
pikken (zelfst. naamw.)
ondergaan (zelfst. naamw.)
lijden (zelfst. naamw.)
doorstaan (zelfst. naamw.)
verhevenheid (zelfst. naamw.)
verheffing (zelfst. naamw.)
hoogheid (zelfst. naamw.)
grootheid (zelfst. naamw.)
edel (zelfst. naamw.)
status (zelfst. naamw.)
achtbaarheid (zelfst. naamw.)
vorm (zelfst. naamw.)
voorkomen (zelfst. naamw.)
vertoon (zelfst. naamw.)
verschijning (zelfst. naamw.)
type (zelfst. naamw.)
gedaante (zelfst. naamw.)
buitenkant (zelfst. naamw.)
aangezicht (zelfst. naamw.)
gelaat (zelfst. naamw.)
aanzien voor
houden voor (Werkwoord)
beschouwen als (Werkwoord)
aanzienlijk
aanmerkelijk (bijv. naamw.)
achtbaar (bijv. naamw.)
beduidend (bijv. naamw.)
gedistingeerd (bijv. naamw.)
indrukwekkend (bijv. naamw.)
vorstelijk (bijv. naamw.)
behoorlijk (bijv. naamw.)
royaal (bijv. naamw.)
substantieel (bijv. naamw.)
fors (bijv. naamw.)
flink (bijv. naamw.)
enorm (bijv. naamw.)
vermaard (bijv. naamw.)
groot (bijv. naamw.)
beroemd (bijv. naamw.)
belangrijk (bijv. naamw.)
bekend (bijv. naamw.)
voornaam (bijv. naamw.)
verheven (bijv. naamw.)
illuster (bijv. naamw.)
hooggeplaatst (bijv. naamw.)
gewichtig (bijv. naamw.)
doorluchtig (bijv. naamw.)
adelijk (bijv. naamw.)
trots (bijv. naamw.)
statig (bijv. naamw.)
plechtstatig (bijv. naamw.)
plechtig (bijv. naamw.)
parmantig (bijv. naamw.)
parmant (bijv. naamw.)
nobel (bijv. naamw.)
majestueus (bijv. naamw.)
fier (bijv. naamw.)
deftig (bijv. naamw.)
aanzitten
tafelen (werkwoord)
aanzoek
huwelijksaanzoek (zelfst. naamw.)
aanzoeken
aanvragen (werkwoord)
uitnodigen (werkwoord)
verzoeken (werkwoord)
vragen (werkwoord)
aanzuigen
zuigen (werkwoord)
aanzuiveren
bijleggen (werkwoord)
nabetalen (werkwoord)
aanzuren
zuurmaken (overig.)
aanzwellen
aangroeien (werkwoord)
toenemen (werkwoord)
vermeerderen (werkwoord)
stijgen (werkwoord)
opzetten (werkwoord)
omhooggaan (werkwoord)
groeien (werkwoord)
gedijen (werkwoord)
aanwinnen (werkwoord)
aanwassen (werkwoord)
aanzwengelen
aanslingeren (werkwoord)
aanzwiepen
wegjagen (overig.)
voortjagen (overig.)
voortdrijven (overig.)
opdrijven (overig.)
aar
korenaar (zelfst. naamw.)
aard
constitutie (zelfst. naamw.)
geaardheid (zelfst. naamw.)
inborst (zelfst. naamw.)
karakter (zelfst. naamw.)
onderverdeling (zelfst. naamw.)
soort (zelfst. naamw.)
vuur (zelfst. naamw.)
moed (zelfst. naamw.)
natuur (zelfst. naamw.)
mentaliteit (zelfst. naamw.)
inslag (zelfst. naamw.)
gemoed (zelfst. naamw.)
klas (zelfst. naamw.)
aardapp
pieper (overig.)
patat (overig.)
aardappel
kriel (zelfst. naamw.)
patat (zelfst. naamw.)
pieper (zelfst. naamw.)
aardappelmeel
zetmeel (overig.)
aardbeiboomvrucht
haagappel (overig.)
aardbeving
aardschok (zelfst. naamw.)
aardbodem
aarde (zelfst. naamw.)
grond (zelfst. naamw.)
aardbol
aarde (zelfst. naamw.)
globe (zelfst. naamw.)
aardboor
grondboor (zelfst. naamw.)
aarde
aardbodem (zelfst. naamw.)
aardbol (zelfst. naamw.)
aardkorst (zelfst. naamw.)
aardmolm (zelfst. naamw.)
aardrijk (zelfst. naamw.)
globe (zelfst. naamw.)
terra (zelfst. naamw.)
wereld (zelfst. naamw.)
bol (zelfst. naamw.)
grond (zelfst. naamw.)
bodem (zelfst. naamw.)
aarden
gedijen (werkwoord)
gewendraken (werkwoord)
gronden (werkwoord)
wennen (werkwoord)
aanpassen (werkwoord)
aardewerk
keramiek (Zelfst. Naamw.)
vaat (zelfst. naamw.)
aardewerkproduct
keramiek (zelfst. naamw.)
aardgeest
gnoom (overig.)
kabouter (overig.)
aardhars
asfalt (zelfst. naamw.)

Vorige 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English