Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `A`

Pagina 15 van 59 Vorige 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
aanval
insult (zelfst. naamw.)
stormloop (zelfst. naamw.)
stormaanval (zelfst. naamw.)
run (zelfst. naamw.)
vlaag (zelfst. naamw.)
opwelling (zelfst. naamw.)
rand (zelfst. naamw.)
aanvallen
attaqueren (Werkwoord)
aanvechten (werkwoord)
aanvliegen (werkwoord)
attaques (zelfst. naamw.)
tackelen (zelfst. naamw.)
aantasten (zelfst. naamw.)
aangrijpen (zelfst. naamw.)
overvallen (zelfst. naamw.)
bestormen (zelfst. naamw.)
beroertes (zelfst. naamw.)
aanvallend
offensief (bijv. naamw.)
agressief (bijv. naamw.)
aanvaller
aanrander (zelfst. naamw.)
overvaller (zelfst. naamw.)
spits (zelfst. naamw.)
voorhoedespeler (zelfst. naamw.)
agressor (zelfst. naamw.)
aanran (zelfst. naamw.)
voorspeler (zelfst. naamw.)
spitsspeler (zelfst. naamw.)
aanvallig
bevallig (bijv. naamw.)
gracieus (bijv. naamw.)
sierlijk (bijv. naamw.)
snoezig (bijv. naamw.)
snoeperig (bijv. naamw.)
schattig (bijv. naamw.)
allerliefst (bijv. naamw.)
aanvalswapen
wapen (zelfst. naamw.)
aanvang
begin (zelfst. naamw.)
inzet (zelfst. naamw.)
opening (zelfst. naamw.)
start (zelfst. naamw.)
aanvangen
aanbreken (werkwoord)
aangaan (werkwoord)
aanknopen (werkwoord)
aanvaarden (werkwoord)
beginnen (werkwoord)
intreden (werkwoord)
starten (werkwoord)
aanvangstijd
starttijd (zelfst. naamw.)
vertrektijd (zelfst. naamw.)
begintijd (zelfst. naamw.)
aanvankelijk
eerst (bijv. naamw.)
oorspronkelijk (bijv. naamw.)
aanvaren
rammen (werkwoord)
aanvaring
botsing (zelfst. naamw.)
conflict (zelfst. naamw.)
aanvaringen
ruzies (overig.)
aanvatten
aangrijpen (werkwoord)
aanpakken (werkwoord)
beetpakken (zelfst. naamw.)
aanklampen (werkwoord)
vatten (werkwoord)
pakken (werkwoord)
oprapen (werkwoord)
nemen (werkwoord)
aanvechtbaar
betwistbaar (Bijvoeglijk naamwoord)
controversieel (bijv. naamw.)
dubieus (bijv. naamw.)
kwestieus (bijv. naamw.)
twijfelachtig (bijv. naamw.)
zwak (bijv. naamw.)
bestrijdbaar (bijv. naamw.)
aanvechten
aanvallen (werkwoord)
bestrijden (werkwoord)
betwisten (werkwoord)
aanvechting
drang (zelfst. naamw.)
verleiding (zelfst. naamw.)
neiging (zelfst. naamw.)
verzoeking (zelfst. naamw.)
verovering (zelfst. naamw.)
verlokking (zelfst. naamw.)
temptatie (zelfst. naamw.)
seductie (zelfst. naamw.)
bekoring (zelfst. naamw.)
aanvegen
vegen (werkwoord)
aanvliegen
aanvallen (werkwoord)
naderen (werkwoord)
aanvoelen
meevoelen (werkwoord)
voelen (werkwoord)
voorvoelen (werkwoord)
feeling (zelfst. naamw.)
meeleven (werkwoord)
gevoel (werkwoord)
aanvoer
toevoer (zelfst. naamw.)
lei (zelfst. naamw.)
hoofdman (zelfst. naamw.)
hoofd (zelfst. naamw.)
kapitein (zelfst. naamw.)
commandant (zelfst. naamw.)
bevelhebber (zelfst. naamw.)
aanvoerder
bevelhebber (zelfst. naamw.)
hoofd (zelfst. naamw.)
hoofdman (zelfst. naamw.)
leider (zelfst. naamw.)
overste (zelfst. naamw.)
aanvoerders
voormannen (overig.)
leiders (overig.)
kopmannen (overig.)
hoofdmannen (overig.)
aanvoeren
aandragen (werkwoord)
leiden (werkwoord)
opperen (werkwoord)
poneren (werkwoord)
voorgaan (zelfst. naamw.)
leiding (werkwoord)
aanvoering (werkwoord)
opwerpen (werkwoord)
entameren (werkwoord)
aansnijden (werkwoord)
aankaarten (werkwoord)
leidinggeven (werkwoord)
commanderen (werkwoord)
voorzitten (werkwoord)
managen (werkwoord)
besturen (werkwoord)
aanvoerend
eerste (bijv. naamw.)
leidend (bijv. naamw.)
aanvoering
voorgaan (overig.)
leiding (zelfst. naamw.)
aanvoeren (overig.)
aanvoerster
leidster (zelfst. naamw.)
voorvrouw (zelfst. naamw.)
leidsvrouw (zelfst. naamw.)
aanvraag
verzoek (Zelfst. Naamw.)
bestelling (zelfst. naamw.)
verzoekschrift (zelfst. naamw.)
rekwest (zelfst. naamw.)
rekest (zelfst. naamw.)
petitie (zelfst. naamw.)
aanvraagster
vraagster (overig.)
verzoekster (overig.)
aanvragen
aanzoeken (werkwoord)
bespreken (werkwoord)
bestellen (werkwoord)
opvragen (werkwoord)
rekwestreren (werkwoord)
opgeven (zelfst. naamw.)
vragen (werkwoord)
verzoeken (werkwoord)
uitnodigen (werkwoord)

Vorige 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English