Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `A`

Pagina 11 van 59 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
aanplant
poten (zelfst. naamw.)
planten (zelfst. naamw.)
gewas (zelfst. naamw.)
voortplanting (zelfst. naamw.)
voortbrenging (zelfst. naamw.)
verbouw (zelfst. naamw.)
reproductie (zelfst. naamw.)
kweken (zelfst. naamw.)
fokkerij (zelfst. naamw.)
fok (zelfst. naamw.)
cultuur (zelfst. naamw.)
aankweken (zelfst. naamw.)
aankweek (zelfst. naamw.)
aanfok (zelfst. naamw.)
aanplanten
telen (werkwoord)
planten (zelfst. naamw.)
voortbrengen (zelfst. naamw.)
verbouwen (zelfst. naamw.)
procreëren (zelfst. naamw.)
opkweken (zelfst. naamw.)
kweken (zelfst. naamw.)
genereren (zelfst. naamw.)
fokken (zelfst. naamw.)
aankweken (zelfst. naamw.)
aanpoten
voortmaken (werkwoord)
spoeden (werkwoord)
overhaasten (werkwoord)
jagen (werkwoord)
ijlen (werkwoord)
haasten (werkwoord)
sloven (werkwoord)
pezen (werkwoord)
kapotwerken (werkwoord)
buffelen (werkwoord)
afbeulen (werkwoord)
aanpraten
opdringen (werkwoord)
wijsmaken (werkwoord)
aansmeren (werkwoord)
aanprijzen
aanbevelen (werkwoord)
adviseren (werkwoord)
recommanderen (werkwoord)
aanprijzing
referentie (overig.)
recommandatie (overig.)
aanbeveling (zelfst. naamw.)
aanproberen
passen (werkwoord)
probeer (werkwoord)
proberen (werkwoord)
aanpunten
punten (werkwoord)
aanraakbaar
voelbaar (overig.)
tastbaar (overig.)
stoffelijk (overig.)
konkreet (overig.)
grijpbaar (overig.)
duidelijk (overig.)
concreet (overig.)
aanraden
adviseren (Werkwoord)
aanbevelen (werkwoord)
voordragen (werkwoord)
nomineren (werkwoord)
aanraken
aanroeren (werkwoord)
aanstoten (werkwoord)
strelen (werkwoord)
voel (werkwoord)
voelde (werkwoord)
voelen (werkwoord)
toucheren (werkwoord)
raken (werkwoord)
beroeren (werkwoord)
aankomen (werkwoord)
aanraking
beroering (zelfst. naamw.)
contact (zelfst. naamw.)
aanrakingspunt
raakvlak (zelfst. naamw.)
raakpunt (zelfst. naamw.)
aanran
aanvaller (overig.)
aanranden
aantasten (werkwoord)
verkrachten (werkwoord)
aanrander
aanvaller (zelfst. naamw.)
aanrecht
gootsteen (zelfst. naamw.)
buffet (zelfst. naamw.)
gootst (zelfst. naamw.)
aanreiken
aanbieden (werkwoord)
aangeboden (werkwoord)
aangeven (werkwoord)
afgeven (werkwoord)
geeft (werkwoord)
geven (werkwoord)
overgeven (werkwoord)
overhandigen (werkwoord)
reiken (werkwoord)
toesteken (werkwoord)
aanrekenen
berispen (werkwoord)
beschuldigen (werkwoord)
kwalijk nemen (werkwoord)
laken (werkwoord)
verwijten (werkwoord)
aanwrijven (werkwoord)
voorhouden (werkwoord)
gispen (werkwoord)
blameren (werkwoord)
nadragen (werkwoord)
aanrichten
aandoen (werkwoord)
brengen (werkwoord)
organiseren (werkwoord)
veroorzaken (werkwoord)
teweegbrengen (werkwoord)
stichten (werkwoord)
regelen (werkwoord)
ordenen (werkwoord)
arrangeren (werkwoord)
aanstichten (werkwoord)
aanrijden
botsen (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
rammen (werkwoord)
aanrijding
botsing (zelfst. naamw.)
collisie (zelfst. naamw.)
aanrijdingen
botsingen (overig.)
aanroepen
inroepen (werkwoord)
praaien (werkwoord)
toeroepen (werkwoord)
inviteren (werkwoord)
aanroeren
aanraken (werkwoord)
aansnijden (werkwoord)
aanstippen (werkwoord)
aanrommelen
scharrelen (werkwoord)
rotzooien (werkwoord)
knoeien (werkwoord)
aanrotzooien (werkwoord)
aanrotzooien
knoeien (werkwoord)
scharrelen (werkwoord)
rotzooien (werkwoord)
aanrommelen (werkwoord)
aanschaf
aankoop (zelfst. naamw.)
koop (zelfst. naamw.)
boodschap (zelfst. naamw.)
acquisitie (zelfst. naamw.)
aanwinst (zelfst. naamw.)
aangekochte (zelfst. naamw.)
verwerving (zelfst. naamw.)
verkrijging (zelfst. naamw.)
kopen (zelfst. naamw.)
afname (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English