Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `A`

Pagina 10 van 59 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
aanmerken
beschouwen (werkwoord)
aanmerking
afkeuring (zelfst. naamw.)
bemerking (zelfst. naamw.)
kritiek (zelfst. naamw.)
opmerking (zelfst. naamw.)
commentaar (zelfst. naamw.)
aanminnig
liefelijk (overig.)
lieftallig (overig.)
aanmodderen
aanrommelen (Werkwoord)
prutsen (Werkwoord)
stumperen (werkwoord)
rommelen (werkwoord)
aanmoedigen
stimuleren (Werkwoord)
aansporen (Werkwoord)
aanvuren (werkwoord)
bemoedigen (werkwoord)
bevorderen (werkwoord)
toemoedigen (werkwoord)
opwekken (werkwoord)
oppeppen (werkwoord)
bezielen (werkwoord)
activeren (werkwoord)
toejuichen (werkwoord)
prikk (werkwoord)
aanzetten (werkwoord)
prikkelen (werkwoord)
aanmoediging
aansporing (zelfst. naamw.)
stimulans (zelfst. naamw.)
zegen (zelfst. naamw.)
stimulering (zelfst. naamw.)
prikk (zelfst. naamw.)
opwekking (zelfst. naamw.)
animering (zelfst. naamw.)
steun (zelfst. naamw.)
aansporen (zelfst. naamw.)
aanmonsteren
inschrijven (werkwoord)
aanmelden (werkwoord)
meevaren (werkwoord)
aanname
aanneming (zelfst. naamw.)
hypothese (zelfst. naamw.)
these (zelfst. naamw.)
thesis (zelfst. naamw.)
the (zelfst. naamw.)
stelling (zelfst. naamw.)
aannemelijk
geldig (bijv. naamw.)
plausibel (bijv. naamw.)
aanvaardbaar (bijv. naamw.)
acceptabel (bijv. naamw.)
waarschijnlijk (bijv. naamw.)
vertrouwd (bijv. naamw.)
betrouwbaar (bijv. naamw.)
steekhoudend (bijv. naamw.)
solide (bijv. naamw.)
logisch (bijv. naamw.)
gegrond (bijv. naamw.)
gefundeerd (bijv. naamw.)
degelijk (bijv. naamw.)
valide (bijv. naamw.)
valabel (bijv. naamw.)
geloofwaardig (bijv. naamw.)
aannemelijkheid
plausibiliteit (zelfst. naamw.)
genoegen (zelfst. naamw.)
aangename (zelfst. naamw.)
waarschijnlijkheid (zelfst. naamw.)
aannemen
aanpakken (werkwoord)
aanvaarden (werkwoord)
accepteren (werkwoord)
adopteren (werkwoord)
geloven (werkwoord)
overnemen (werkwoord)
stellen (werkwoord)
veronderstellen (werkwoord)
vooronderstellen (zelfst. naamw.)
inhuren (werkwoord)
aantrekken (werkwoord)
ontvangen (werkwoord)
aannemer
bouwondernemer (zelfst. naamw.)
bouwer (zelfst. naamw.)
verbouwer (zelfst. naamw.)
aannemersbedrijf
bouwbedrijf (zelfst. naamw.)
aanneming
aanname (zelfst. naamw.)
adoptie (zelfst. naamw.)
confirmatie (zelfst. naamw.)
adopteren (zelfst. naamw.)
aanpak
beleid (zelfst. naamw.)
benadering (zelfst. naamw.)
formule (zelfst. naamw.)
procédé (zelfst. naamw.)
stijl (zelfst. naamw.)
tactiek (zelfst. naamw.)
werkwijze (zelfst. naamw.)
strategie (zelfst. naamw.)
wijze (zelfst. naamw.)
draai (zelfst. naamw.)
metho (zelfst. naamw.)
werkmetho (zelfst. naamw.)
arbeidsmethodiek (zelfst. naamw.)
aanpakken
aangrijpen (werkwoord)
aannemen (werkwoord)
aanvaarden (werkwoord)
aanvatten (werkwoord)
beginnen (werkwoord)
benaderen (werkwoord)
nemen (werkwoord)
ondernemen (werkwoord)
toetasten (werkwoord)
vastpakken (werkwoord)
vatten (werkwoord)
beetpakken (zelfst. naamw.)
toetreden (werkwoord)
aanklampen (werkwoord)
vastnemen (werkwoord)
vastgrijpen (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
beetnemen (werkwoord)
beetgrijpen (werkwoord)
toegrijpen (werkwoord)
ingrijpen (werkwoord)
aanpalend
aangrenzend (bijv. naamw.)
belendend (bijv. naamw.)
aanpasbaarheid
instelbaarheid ()
configureerbaarheid ()
flexibiliteit ()
overdraagbaarheid ()
aanpassen
aangepast (werkwoord)
aankunnen (werkwoord)
adapteren (werkwoord)
bijstellen (werkwoord)
gewendraken (werkwoord)
passen (werkwoord)
wijzigen (werkwoord)
aanbrengen (werkwoord)
wennen (werkwoord)
aarden (werkwoord)
aanpassing
verandering (Zelfst. Naamw.)
bijstelling (zelfst. naamw.)
adaptatie (zelfst. naamw.)
aanpassingsvermogen
accommodatievermogen (overig.)
aanplakbiljet
affiche (zelfst. naamw.)
biljet (zelfst. naamw.)
plakkaat (zelfst. naamw.)
poster (zelfst. naamw.)
aanplakken
aanbrengen (werkwoord)
vastplakken (werkwoord)
aanplakker
plakker (zelfst. naamw.)
aanplakzuil
reclamezuil (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English