Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen van voorbij

Klik op een synoniem om verder te zoeken.

Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Woord: voorbij (bijv. naamw.)
Synoniem van voorbij: af
Synoniem van voorbij: afgedaan
Synoniem van voorbij: afgelopen
Synoniem van voorbij: beëindigd
Synoniem van voorbij: gedaan
Synoniem van voorbij: geëindigd
Synoniem van voorbij: gepasseerd
Synoniem van voorbij: gepleegd
Synoniem van voorbij: gereed
Synoniem van voorbij: klaar
Synoniem van voorbij: langs
Synoniem van voorbij: oud
Synoniem van voorbij: over
Synoniem van voorbij: passé
Synoniem van voorbij: uit
Synoniem van voorbij: verleden
Synoniem van voorbij: verlopen
Synoniem van voorbij: verstreken
Synoniem van voorbij: vervallen
Synoniem van voorbij: voltooid
Synoniem van voorbij: vorig

voorbij in het puzzelwoordenboek:


voorbij: Afgelopen
voorbij: Afgedaan
voorbij: Achter de rug
voorbij: Beëindigd
voorbij: Bijwoord
voorbij: Ex
voorbij: Geweest
voorbij: Gereed
voorbij: Gepleegd
voorbij: Gepasseerd
voorbij: Geleden
voorbij: Geëindigd
voorbij: Gedaan
voorbij: Gebeurd
voorbij: Heen
voorbij: Het eerste insect (crypt.)
voorbij: Klaar
voorbij: Langsheen
voorbij: Langs
voorbij: Over en uit
voorbij: Oud
voorbij: Over
voorbij: Overlangs (crypt.)
voorbij: Over ten behoeve van een insect (crypt.)
voorbij: Passé
voorbij: Para
voorbij: Tijdsbepaling
voorbij: Uit en over
voorbij: Uit de tijd
voorbij: Uit
voorbij: Verder dan
voorbij: Verleden tijd
voorbij: Vergangen
voorbij: Verleden
voorbij: Verlopen
voorbij: Verstreken
voorbij: Vervallen
voorbij: Vervlogen
voorbij: Voltooid
voorbij: Voorzetsel
voorbij: Vorig



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English